Elk jaar bedenken wij, een groepje vroegere collega’s, een paar redenen om mekaar weer te zien en om die ontmoeting, naast het kletsen en lunchen, ook enig elan te geven, knopen we er doorgaans ook iets cultureels aan vast. Zo gaan we deze keer bij Luc Vanlaere langs. We vinden hem op zijn vaste stek in Oud Sint-Jan, je weet wel, achter het middeleeuwse hospitaalmuseum.

Luc
Al wie een concertje van harpspeler Luc Vanlaere wil meemaken is er welkom en pas na afloop laat je als bezoeker wat ‘toegangsgeld’ achter bij de deur, je betaalt wat je wil.
Luc Vanlaere boert niet onaardig, nogal wat volk vindt de weg naar het bescheiden maar toch redelijk knusse zaaltje waar hij keer op keer uitpakt met zijn harp.
Of liever, zijn harpen, want Luc bespeelt voortreffelijk allerlei harpen en sommige bouwt hij ook zelf.
Harpen van hier en van elders, recente en kopieën van historische instrumenten, noem er eentje en Luc heeft ze in zijn klein museum.
En hij brengt met goesting hun geschiedenis ter sprake.
David
Zo bespeelt hij ook een lier, de verre voorloper van de harp. Waarbij hij een historie uit de Bijbel aanhaalt. Het verhaal van David, de herdersjongen die in vorstelijke kringen furore maakt als lierspeler en het tenslotte zelf tot koning brengt. En wij, we knikken bevestigend. Ach, waar is de tijd van die histories uit onze godsdienstlessen! Want ja, de meesten onder ons ‘genoten’ in hun verre verleden nog zo’n braaf katholieke schooltijd, Bijbelse vertellingen incluis.

Pluk
Een weekje later, bij ons thuis. Hond staat op uit haar mand. Veelzeggende vraag in haar diepdonkere ogen. Want ‘t is dan wel zo’n lome avond en zij weet, baas slijt die liefst van al tussen affiches en boeken, maar een hond in huis, dat vergt een dagelijkse wandeling. Want, baas, zonder onze dagelijks toertje geen luchtige babbels met buurtbewoners, toch? Alledaagse praatjes die soms uitlopen op een goed gesprek. En rustig kuierend door je wijk merk je dingen op die je fietsend zouden ontgaan.
Dankjewel, Hond. Zucht. Maar ’t is waar, al bij al geniet ook baas van dat vaste ritueel. Op stap met Hond heeft hij oog en tijd voor al wat langs zijn pad opduikt. Voor het boekenkapelletje, bijvoorbeeld, op een straathoek verderop. Je weet wel, zo’n kastje waar mensen boeken in deponeren die Jan en alleman mag meenemen.

Trouwens, zie ik dat goed, achter dat glazen deurtje? Lijkt die brede, groene rug van dat ene boekje niet verdacht veel op de pocketbijbel die ik in huis heb? Warempel! In het rommelige kastje, tussen een beduimelde ‘Pluk van de Petteflet’, de klassieker van Annie M.G. Schmidt met op de kaft die iconische tekening van Fiep Westendorp, en een stationsromannetje met de beloftevolle titel ‘De vergeten kus’, leunt een bijbel. Precies zo’n handig bijbeltje als dat in mijn bescheiden boekenhoek. Hoe belandt het ‘Boek der boeken’ hier in dit schamele straatkastje? Je kan alleen maar gissen.
Kenneth
De volgende dag, iets na de middag. Hond slaagt er weer in om baas te overhalen. Vandaag wandelen we langs het pad bij het voetbalplein en kijk, Kenneth komt er aan. Kenneth is een jongen van een straat verderop. Beetje een eenzaat, geen knaap die met luidruchtige kameraden balletjes sjot. Leergierig maar geen Einstein. Wil hij dat ik hem iets uitleg, wat hij doorgaans wil, dan doe ik mijn flinke best om een eenvoudig antwoord te verzinnen. Maar wel een aardige vent. Er mochten er meer zijn als Kenneth.

En wat ziet mijn haviksoog? Wat houdt onze Kenneth onder de arm? Ja hoor, hij nam het bijbeltje mee uit het kastje van gisteren! Dit wordt een gesprek onder denkers, zoveel is duidelijk.
Kenneth weet weinig over geloven en zo, bekent hij. Maar dat boekje hier, dat maakt hem misschien wijzer. Ik geef hem geen ongelijk maar waarschuw, ’t is een dikke turf, hé.
Maar ’t staat wel vol straffe verhalen. En er valt ook iets op te steken over onze spreektaal. Enfin, toch die van ons, oudjes. Jullie, jongelui, hebben jullie eigen taaltje, maar wij hebben het soms nog over een ‘land van melk en honing’, over ‘je handen in onschuld wassen’ of ‘in adamskostuum rondlopen’. Komt allemaal uit de Bijbel! Maar wat erin staat is zware kost, Kenneth!
Ik zie mijn toehoorder twijfelen … of hij dat boek wel lezen wil? En als ik hem vertel over de harpspeler en de lier van koning David, kijkt Kenneth mij aan als een Ongelovige Thomas. Opletten, denk ik, gevaar voor Babylonische spraakverwarring!
Ach, weet je wat, Kenneth, laat maar, die bijbel. Zag je ook dat boek over Pluk van de Petteflet?
Pol,
heel leuk om met vroegere collega’s te kletsen
en te lunchen en er ook iets cultureels aan te koppelen.
Je kleurrijke en brede kijk op wat Brugge – bijna niet meer leefbaar, toch – te bieden heeft is hartverwarmend.
Mooi geschreven alweer!
Neen, de Bijbelse verhalen zijn zeker niet weg uit de godsdienstlessen. Ik vertel zo graag en leerlingen horen graag verhalen èn ze onthouden dit probleemloos!
Wie kan me nu het verhaal van Roodkapje vertellen? Iedereen! Of toch bijna iedereen. Hoelang is het geleden dat je dit verhaal hoorde? Zeer lang? Hoeveel keer heb je hiervoor moeten studeren? Geen toets of examen van gehad? En toch ken je het nog… verhalen!
Zo is het ook met de inhoud van de evangelies, met de verhalen rond koning David… verhalen! Vertellen! Boeien!
Pol,
zaaalig om je vertelsel te lezen en voor te stellen ‘hoe’ goed je dat zou vertellen!
Je bent een uniek persoon om naar te luisteren, je toehoorders hangen aan je lippen.
Blijf dat nog heel lang doen: schrijven en gidsen.
Dankjewel