Die sloom zonnige zondagochtend wandelen we langs de Dijver, mijn Britse gaste en ik, haar gids. De stad geeuwt zich traagzaam wakker, bij de Gruuthusebrug verlost een vroege bootsman zijn vaartuig van het zeildoek waaronder het de nacht doorbracht. Een koppel zwanen kijkt toe, zwijgzaam zoals je dat van zwanen mag verwachten. Wie weet, luisteren ze alleen maar naar het tintelieren van de beiaard, verderop?
Ik pikte de dame zonet op bij haar hotel en algauw wist ik, een madam met het hart op de tong. Dat bleek al meteen toen ze haar thuisstad omschreef. Ze woont, haar woorden, in ‘Sheffield of all places!‘ Een deprimerende plek, niks om naartoe te gaan, als ik haar mag geloven. Een weekendje Brugge, daar was ze aan toe!
Hier aan de Dijver slaat ze verbaasd haar ogen op naar de prestigieuze toegangspoort van Gruuthuse, houdt mij staande, haar hand op mijn onderarm. “Do you, locals, realize what a breathtakingly beautiful place you get to live in?”

Of wij beseffen in welke overweldigend schone omgeving wij, Bruggelingen, onze dagen mogen slijten? Wuif ik die bedenking oneerbiedig weg als ik nu verklap dat die ingangspoort van Gruuthuse veel jonger is dan haar eeuwenoude uitzicht laat vermoeden?
Dat zoveel in Brugge recenter is dan het zich voordoet, vertel ik haar, maar dat onze stad al lang beseft dat hij zich maar beter niet profileert als ‘middeleeuwse stad’.
Toen Brusselaar Roel Jacobs drie decennia geleden kwam aanzetten met ‘Brugge, een stad in de geschiedenis’ waarin hij die middeleeuwse bubbel vakkundig doorprikte, was dat heel even spraakmakend. Zelfs de Britse krant The Guardian ging uit de bocht met een recensie over het boek, met gratuite dooddoeners als ‘Brugge laat zijn middeleeuwse masker vallen’ en ‘een negentiende-eeuwse potpourri’.

Neen, Brugge heeft er geen nood meer aan om zijn bezoekers om de tuin te leiden. Al waren we ooit redelijk bedreven in het bijkleuren van ons imago. Wij niet alleen, trouwens.
Dat blijkt uit een vroege druk, zo’n ‘incunabel’ uit 1480. In dat boek – het wordt bewaard in onze stadsbib – vind je een houtsnede die ‘stadt van brug’ toont. Dat gaat over Brugge, maar veel herkenbaar Brugs valt op dat prentje allerminst te ontwaren.
Maar hoe dit oord zich in recenter tijden aan de wereld presenteerde, daar valt ook wel één en ander op aan te merken. Om dat te duiden, houden we even halt in de tweede helft van de jaren achttienhonderd. Brugge maakt in die tijden een architecturale bocht die het uitzicht van zijn straten en pleinen voor goed zou wijzigen.
’t Zijn de dagen waarin architecten die iets nieuws bouwen in deze oude stad, zich bij hun tekenwerk laten verleiden door een romantisch bijgekleurd beeld over een glorierijk verleden. Louis Delacenserie en zijn neogotische confraters, ze herformuleren een aardig deel van de binnenstad. Het Provinciaal Hof, de Minnewaterkliniek en zo kunnen we nog wel even doorgaan. Om over de talloze hertekende gevels nog te zwijgen. Brugge ging er hier en daar middeleeuwser uit zien dan in de middeleeuwen. En, geachte mevrouw uit Sheffield, ook de poort van Gruuthuse hoort in dat plaatje.

En weet je wie die neogotische trend hier introduceerde? Alvast niet in de laatste plaats een kolonie welgestelde Britten die hier bij ons een tweede thuis vonden. Hoe die gasten dweepten met een verzonnen, opgeschoond verleden! Hun ‘gotic revival‘, daar bleek geen ontkomen aan. En zo ging Brugge zich profileren als een baken van neogotiek.
Maar daar hoeven we ons niet om te schamen, waarom zouden we? Doorheen de tijd ging die neogotische architectuur deel uitmaken van het Brugse DNA. We permitteerden er ons zelfs een tentoonstelling over die we zonder blozen ‘De uitvinding van Brugge‘ doopten.
Hoe markant, toch! Jullie, Engelsen, die ons ooit meenamen in jullie fantasievolle voorkeur voor pronkerige neo-architectuur, gniffelden veel later in een gerespecteerde krant geringschattend over een ‘namaak-Brugge‘!
En die talloze landhuizen en kastelen op jullie platteland die jullie in een nep-Tudor-jasje staken? En hoe jullie in Londen pronken met een bedrieglijk ‘historische’ Tower Bridge! Dus zo hoog van de toren – die van jullie Houses of Parliament, ook ‘fake’ – hoeven jullie niet te blazen.
Hoe dan ook, hier bij ons laven passanten zich maar wat graag aan deze hoogst ‘authentieke’ plek. En verwarren het Brugge van vroeger met wat het nooit was.
Mijn gezelschap snapt de ironie der dingen, da’s sympathiek. Wanneer even later onze gezamenlijke verkenningsronde erop zit, biedt ze mij nog een koffie aan op een verrassend vroeg terras. Waarna ik haar voor straks een goeie terugkeer toewens. Ik stel voor dat ze mij ooit een keer rondleidt in haar stad. Ze fronst haar wenkbrauwen en kijkt mij aan alsof ze het in Sheffield hoort donderen.

Op mijn terugweg naar huis dwalen mijn gedachten nog even af naar mijn betoog van daarnet.
Of onze heimat zich vandaag nog laat betrappen op een bedrieglijke blik in de spiegel?
Welnu, het eerlijke antwoord luidt … ‘Ja’.
Het was zelfs vorige week nog van dat!
De campagne rond de opening van BRUSK, dagenlang was er geen ontkomen aan, elkeen moèst het weten. En dus was hij alomtegenwoordig, de ballon die een immens doek optilt om de nieuwe kunsthal aan de wereld te tonen.
Een geestige vondst, voorwaar. Doch wie aandachtig toekijkt, ontwaart een detail. Een spitant detail, in de achtergrond. Op de wijdverspreide affiche vervaagt dat decor in een flou artistique, maar het campagnebeeld dat ons online in verleiding bracht laat er geen twijfel over bestaan. Iets is niet pluis met dat uitzicht over de stad.

Welke stad? Brugge? Herkennen wij één gebouw? Niet, dus. Meer zelfs, zie eens, rechts bij de horizon. Onze binnenstad telt nogal wat kerken, maar dit gebedshuis? Geen kerk in Brugge die er ook maar van ver op lijkt.
Dè promotiecampagne voor het meest prestigieuze project sinds de inhuldiging van het concertgebouw toont … een panorama dat met onze stad niks van doen heeft. Een AI-Brugge.
In deze tijden van nieuwbakken waarheden bulkt het internet van de volstrekt fout verzonnen ‘geschiedkundige’ filmpjes. Veelal tenenkrullende pastiches die steden met een ‘geschiedkundig’ AI-sausje overgieten. Ook jij, Brugge, ontsnapt niet aan die onzin. Maar nu je zelf het heft in handen neemt om te tonen wie je bent …
Mijn beste Brugge, lezers merken wel eens op dat ik je wat vaker op de vingers mag tikken. Geef ze maar eens ongelijk. Helaas, ik ben braaf opgevoed en braaf opgevoed zijn, dat komt nooit goed.
Maar dit keer kan ik er niet omheen … Foei, stad van mij! Zullen we grinniken of diep zuchten?
Weet je wat, we gooien het op een akkoordje. Ik blijf jou een warm hart toedragen. En jij, je houdt het bij die ene uitschuiver.
Even goeie vrienden. Of, zoals die sloeberse Engelsen zeggen, ‘No hard feelings!‘
Klasse!
Ik had uit respect voor mijn stad de affiche opgehangen, maar telkens ik ernaar keek, kreeg ik weer dat nare gevoel.
Ik haal ze nu weg van het raam en aangezien er anderen zijn die een affiche-archief aanleggen, zal ik ze gebruiken om er aardappelen op te schillen.
Zo diep snijdt het in mij.
Ge geraakt daar wel over, Mieke … en laat de patatten smaken!
Ik heb ook al gehoord dat er in de tentoonstellingen een aantal zaken niet klopten, ondanks de proefbezoeken vooraf van deskundige Bruggelingen.
Materiaal om de volgende gemeenteraad weer over twee avonden te rekken…
Hallo Pol, Ook al ben ik al jaren niet in Brugge geweest, zelfs mij viel de torenloze achtergrond van die afbeelding op toen allerlei Brugse instanties BRUSK aankondigden. Zelfs als niet-Bruggeling vond ik het vreemd.
Iedereen die deze stad kent, kent de horizon met de vele torens.
Eerst vroeg ik me af of men een andere hoek van de stad gefotografeerd had, maar meteen daarna schoot door me heen ‘Het zal wel AI zijn’.
De postermakers hebben daarmee de plank flink mis geslagen.
Willy, je deelt terecht de ergernis die mij tot dit cursiefje aanzette.
Toch kan het misschien verbazen, maar dat de drie beeldbepalende torens niet in beeld komen is zowat het enige dat klopt aan wat hier verondersteld wordt een ‘foto’ te zijn.
De ‘camera’ richt zich in feite op het zuiden en op die manier eigenlijk op de buurt tussen de Gentpoort en de Katelijnepoort.
Maar ook van die omgeving is geen spoor te bekennen …