Brugge – Venetië 0 – 1

Spoiler alert … Met wat volgt zeuren wij geenszins over het genoeg of teveel aan toeristen. Over cruiseboten evenmin … Of toch maar heel even.

De Belgen waren de dappersten onder de Galliërs, de Vikingen waren barbaren en de Kruisvaarders helden. Onze meester op school was een begenadigd verteller, dus wat hij orakelde was waar. Pas later kom je erachter dat het voor de brave man met veel van zijn aangedikte verhalen ook wel makkelijk scoren was tegenover een bende jongetjes die niet doorhadden dat nuance van enig nut kan zijn.

En de meester had altijd wel een paar van die vastgeroeste waarheden voor ons in petto. Dat we door te sparen voor de missies de armoe uit de wereld zouden helpen. Voorts waren Gentenaren stroppendragers, Izegem was de borstelstad en Brugge … het Venetië van het Noorden. En wij, we luisterden gedwee.
Zou ’t kunnen dat voor een klas staan vroeger minder metier vereiste dan vandaag? Misschien kende u in een ver verleden ook zo’n meester of juffrouw, waarde lezer, maar dat hangt van, nou ja, uw leeftijd af.

Het Venetië van het Noorden … Er zijn van die bijnamen die zich vastklampen aan de voorbij vliedende tijd. Die met trots worden gedragen, ongeacht of ze steek houden of niet. Dat van ‘ons’ Venetië is er zo eentje. Toch?
Deze jongen, stadsgids, zal maar meteen bekennen dat hij die inmiddels tot op de draad versleten metafoor soms nog benoemt.

Een gids die zoiets achterhaald als ‘het Venetië van het Noorden’ aanhaalt! U fronst lichtjes verontwaardigd de wenkbrauwen? U vroeg uw abonnementsbijdrage terug, mocht die er zijn? Wacht daar nog even mee, trouwe lezer, enige duiding volgt.

Trouwens, kijk hoe ze jaar na jaar op een dagje paraderen midden onze oude of oudachtige baksteenmonumenten, de Venetiaanse maskers. De charme die uitgaat van die gracieuze verschijningen en hoe ze zich onze bewonderende blikken laten welgevallen midden het Brugse decorum! Even is er goesting om, tegen beter weten in, te geloven dat ze hier thuishoren.
Maar kom, laten we overgaan tot de orde van de dag, het heffen van een glas Belgisch gerstenat. Op het terras van Klein Venetië, ik noem maar wat, uitkijkend op ons eigen Canal Grande. Tenminste, als dat uitzicht niet wordt belemmerd door selfiemakers die zichzelf vereeuwigen met in een bijrol ons belfort en die neogevels aan de overkant.

Passeer ik weer een keer gidsgewijs met bezoekers langs het Huidenvetterspleintje, dan hou ik daar graag even halt vooraleer we doorsteken naar de Rozenhoedkaai. Dan vertel ik mijn toehoorders dat, als ze in Brugge één iconische foto willen nemen, hier om de hoek dè buitenkans wacht. Om er meteen aan toe te voegen dat ze met die foto geen prijs zullen winnen omdat hun kiekje elke dag enkele duizenden keren wordt gemaakt. Waarop ze, eenmaal daar gekomen, toch maar hun smartphone boven halen.

En ja, dan wijs ik hen op de naam van het cafeetje waar we langs komen. En kom in de verleiding om de aloude vergelijking van stal te halen. Al voeg ik daar meteen een voetnoot bij, een paar bedenkingen.
Want laten we serieus blijven, hé, naast het Venetiaanse Canal Grande is onze Dijver amper een straatgoot. Dus wie zijn wij om onze reien te meten met de grootsheid van het waterwonder dat Venetië heet? Kunnen we ons dan geenszins spiegelen aan de Dogestad? Toch wel. Brugge en Venetië kenden hun gloriejaren als handelsmetropool in dezelfde Late Middeleeuwen. En daarmee zit het verhaal er zo’n beetje op en daar kunnen we maar beter niet rouwig om zijn. Althans als we onze stad zoals ie er vandaag bij ligt meten met het Venetië van vandaag.

’t Schijnt dat ze de tot bij hun voordeur varende cruiseboten inmiddels elders laten aanleggen. En hoe zit het daar inmiddels met die taks die ze zouden opleggen aan dagjestoeristen? Maar voorts blijft Venetië net zo overrompeld.
Een paar cijfers? In het Centro Storico, de oude binnenstad, leven zo’n vijftigduizend bewoners. Dat zijn er dan wel dik dubbel zoveel als in het ei van Brugge maar het is u bekend dat het oude centrum van de zuiderse trekpleister elk jaar dertig miljoen bezoekers over de vloer, of liever over ’t water krijgt.
Enfin, we hebben dus nog veel in te halen. Het Venetië van vandaag, daar kunnen wij tot nader order niet aan tippen. Houden zo, Brugge!
Elle voulait qu’on l’appelle Venise …
Quelle drole d’idée, quelle drole d’idée!
Julien Clerc zong het in mijn adolescentenjaren.
Misschien ook in die van u, geachte lezer, maar dat hangt af van … u weet wel, de leeftijd, hé.

This entry was posted in Het Brugge van nu, Van toeristen. Bookmark the permalink.

2 Responses to Brugge – Venetië 0 – 1

  1. Erik Everaert says:

    Ja, ‘what’s in a name’ …
    Brugge ‘Het Venetië van het Noorden’ – Amsterdam – Sint-Petersburg –
    Stockholm.
    Bangkok, ‘Venetië van het Oosten’, Giethoorn , over’spoeld’ door Japanners, Annecy, ‘Venetië van de Alpen’ genoemd.
    En dan ook nog Colmar met ‘La petite Venice’.
    Ja, ‘what’s in a name’!

  2. dries simoens says:

    Klein vraagje: zouden ze er in Venezia aan denken, zich te prijzen als het ‘Brugge van het Zuiden’?

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *