De kleine reus van Lissewege

Zoals de huizen zich scharen rond een toren die met geruststellende stoerheid waakt over het oude land, weinig dorpen doen het Lissewege na. Je zou voor minder een heimatlied aanheffen. ‘Heimwee doet ons hart verlangen‘, iets van die strekking.
Al is Lissewege vooral een plek om in de zomer naartoe te fietsen voor een ijsje op een terras of iets met een schuimkraag of ander culinair genot. Of voor ‘Beelden in het Witte Dorp’, elke zomer een hele resem kunstwerken van groot en van meer bescheiden formaat. En laat ons de dingen even bij naam noemen, van redelijk en soms ook meer bescheiden artistiek gehalte.

De reus
Maar is Lissewege niet bovenal een betekenisvolle voetnoot in het verhaal dat de geschiedenis van dit land bij de Noordzee vertelt? Een beeld op het plein bij de kerk herinnert daaraan. Zo’n bronzen figuur waarin je de hand van Jef Claerhout herkent. Soms word je vrolijk van zijn creaties, soms ook niet. Van de norse knaap die hij hier neerzette al helemaal niet.

Een vent in een lange pij, sandalen aan de voeten en in zijn ene hand een joekel van een zwaard. De holle blik en wijd open mond waarmee hij vanonder zijn capuchon naar de einder tuurt, voorspelt niets geruststellends. Aan zijn voeten een stel ruiters en wat voetvolk. Hun nietigheid, ze reiken niet eens tot zijn knieën, laat er geen twijfel over bestaan … hier staat een reus!
‘Willem van Saeftinghe’ vermeldt de sokkel, daar moeten we het mee doen. Maar vlakbij, op een gedenksteen in een gevel, lees je meer. ‘Lekenbroeder van de cisterciënzerabdij Ter Doest, heldhaftig Vlaams strijder in de Guldensporenslag, zou gestorven zijn bij de belegering van het eiland Rhodos.’ Van een slagveld bij Kortrijk naar een rotsig eiland voor de Turkse kust, nieuwsgierigheid wordt ons deel.

Postuur
Willem had een postuur waar je met louter ontzag naar opkeek en zijn vechtlust was evenredig met de omvang van dat buitenmaatse lijf. Zo leerden wij hem kennen van onze schoolmeester die er een handje van weg had om ons te boeien met zo’n vertellingen.  De reus van Lissewege, pas op, daar is hij! In onze jongensjaren, waarin helden steevast welkom waren, proefden zo’n verhalen als lekkernijen. Maar wie lang leeft kan wat leren, bijvoorbeeld dat mensen nooit alleen maar imago zijn.
Wie Willem van Saeftinghe was, dat weten we, maar hoe hij was? Was hij, met al zijn forse en zijn colère, een voortrekker, iemand die alleman op sleeptouw nam? Maar wat als ik in hem veeleer een meeloper zie? Een simpele gast die kastanjes uit het vuur mocht halen voor anderen die veilig buiten beeld en buiten schot bleven, nuttige idioot in de ogen van wie slim was en leep. Was hij zo iemand, heb je bijna met hem te doen.
In de befaamde cisterciënzerabdij Ter Doest, op een boogscheut van Lissewege, was Willem dus één van de lekenbroeders, het voetvolk van de abdijgemeenschap. De werkers. Met zo’n status, of liever het gebrek eraan, kwam je niet in de annalen van de geschiedenis. Maar Willem, die vocht zich gezwind naar een plaats in de geschiedschrijving.

De veldslag
Een veldslag in de zomer van 1302. Willem van Saeftinghe gaat ongezien woest tekeer. Licht de opperbevelhebber van de Franse legers eigenhandig uit het zadel, waarna de arme edelman door Willem’s medestanders deskundig wordt gemolesteerd.
Zag u ooit de muurschilderingen in de raadzaal van het Brugse stadhuis? Dat tafereel met de terugkeer van de Brugse strijders na hun krachtproef tegen de Franse ridders! Met pontificaal centraal in beeld, Willem op zijn strakke ros, euforisch wuivend naar een jubelend

ontvangstcomité. Geen twijfel mogelijk, met zijn medespelers heeft hij zopas Paris Saint-Germain verslagen met forfaitcijfers en onze spits-lekenbroeder heeft de fraaiste doelpunten op zijn naam! Het zijn Willem van Saeftinghe’s ‘fifteen minutes of fame’, maar het kan verkeren.

Weinig jaren later, het gaat de abdij van Ter Doest niet voor de wind. Dat de abt ook nog Fransgezind is komt de ambiance binnen de abdijmuren niet ten goede. Van het een komt het ander, opstand van de lekenbroeders. En raad eens wie in dat rumoer voor het meeste tumult zorgt? Jawel, weer hij.
De abt raakt levensgevaarlijk gewond, een monnik laat het leven. Willem van Saeftinghe moet wegvluchten uit Ter Doest, verschanst zich in de kerktoren van Lissewege. Nadat hij door medestanders wordt ontzet lijkt het tij even te keren maar Willem wordt ‘in de ban van de kerk geslagen’. Dat doet geen zeer, maar is in die dagen zowat het ergste wat een sterveling kan overkomen. Even dreigt eeuwige verdoemenis maar Pauselijke absolutie brengt soelaas. Als boetedoening wordt Willem van Saeftinghe mee gestuurd op een kruistocht, zoals de onzalige roof- en plundertochten naar het Heilig Land vanouds worden benoemd. Wie zei daar iets over kastanjes uit het vuur halen?
Tijdens die lange helletocht veroveren ze Rhodos. Daar, op dat eiland, op een zuiderse Groeningekouter, legt de vechter er, wellicht letterlijk, het bijltje bij neer.

In al haar glorie is ze een herinnering …

De schuur
Zoals de schuur van Ter Doest zich trots verheft boven malse weiden, een orgelpunt in het zingen van de polderwind, weinig schuren doen het haar na. In al haar glorie is ze een herinnering aan een legendarische cisterciënzerabdij van eeuwen geleden. Waar niets van overblijft. Dachten we, tot we kort geleden scanbeelden te zien kregen van een weiland, vlakbij. Aan het licht kwam het integrale grondplan van de middeleeuwse abdijsite. Archeologen kijken reikhalzend uit naar het vele moois dat op hen wacht.

De aarde
Ze zeggen dat de aarde, onze wereldbol, meer voelt, meer ervaart dan wij kunnen vermoeden. In de maanden die komen, wanneer op een stuk grasland bij Lissewege eeuwenoude verhalen worden opgediept, zal ze rillen, moeder aarde. Een rillen dat, wie weet, zich laat voelen tot op een schrale weide, ver weg op een zuiders eiland.
Zou hij die daar ergens onder dorre zoden rust, voelen wat gaande is? Dat we de plek waar hij zijn bewogen levensdagen doorbracht, ontsluiten? Zou hij weten, de kleine reus van Lissewege, dat hij nog bij naam wordt genoemd, op de voet van dat standbeeld bij de oude toren?

This entry was posted in Het Brugge van toen. Bookmark the permalink.

10 Responses to De kleine reus van Lissewege

  1. Dries Simoens says:

    Wie Lissewege zegt – en zijn geschiedenis – zegt Johan Ballegeer, van wiens lessen ik in 1958 heb mogen genieten, toen hij de meester was van het 4de leerjaar Sint Lodewijkscollege. Ballegeer was een gedreven onderwijzer , die bij mooi weer met onze klas door Brugge trok en telkens duiding gaf bij alle historische plekken. Zijn interesses waren vooral geschiedenis en volkskunde (maar veel wiskunde bijvoorbeeld heb ik er niet geleerd, vrees ik). Zijn leraarschap bestreek de periode 1950 – 1983. Onderwijzen was voor hem letterlijk “het wonder wijzen”. Een boutade van hem was “in mijn vrije tijd geef ik les aan het Sint Lodewijkscollege”. In zijn klas wemelde het van dieren (van kanaries tot witte muizen). Ook weer een boutade van hem: op de vraag of hij van dieren hield, was zijn antwoord steeds: “ja, van honden, katten, konijn met pruim en paling in de room”. Tussen 1983 tot aan zijn dood (in 2007) schreef hij honderd boeken, van romans tot jeugdboeken (nochtans een moeilijk genre). Bijna steeds stond het West – Vlaams poldergebied daarbij centraal. Permitteerde hij zich niet te veel dichterlijke vrijheden? Deze vraag werd na zijn dood voorgelegd aan de KU Leuven. Conclusie van dat onderzoek: “de historische feiten en hun context zijn volledig betrouwbaar”.

    • Richard Ranson says:

      Johan Ballegeer (Lissewege,1927-Lissewege,2006) was een Vlaams historicus en jeugdschrijver, vermeldt zijn Wikipedia-pagina. Hij was inderdaad een meer dan verdienstelijke schrijver-onderwijzer, die in Brugge nooit volledig tot zijn recht gekomen is. Wie herinnert zich nog zijn naam? Nochtans schreef hij boeken genoeg, zoals (pakweg) ‘100 Brugsche legenden, sprookjes, sagen, anekdoten, spook- en heksenverhalen’. ’t Ja, wie heeft daar tegenwoordig nog belangstelling voor? De Brugse gidsenkringen misschien? Johan Ballegeer schreef uitgebreid over Brugge (‘Langs Brugse Beelden’, ‘Gids voor Oud Brugge’, etc. etc.) en hij besteedde ook ruime aandacht aan zijn geboorteplaats (o.a. ‘De kerk van Lissewege, de Tempeliers, de Compagnons’). ‘De Oude Pastorie’, het bezoekerscentrum in Lissewege, refereert naar zijn werk, en hij kreeg er ook een gedenkplaat aan de tuinmuur. Dus voor wanneer de Ballegeer-vertelavonden in Lissewege, als evenement? Johan Ballegeer zou erg genoten hebben van de vertelling van Pol!

      • Dries Simoens says:

        Volledig akkoord, beste Richard. Als Lissewege thans pronkt met de eretitel “het witte dorp”, is dat dankzij Johan Ballegeer. Hij is er steeds blijven wonen, de verplaatsingen naar en van het Brugse college deed hij per fiets. Misschien heeft het feit dat deze gedreven mens vroegtijdig het leraarsberoep stopzette te maken met het feit dat Ballegeer zich niet goed voelde in het eindtermensysteem, of met het feit dat hij in het nieuwe college geen “dierenklas” kon inrichten, of dat de Magdalenastraat niet meer op wandelafstand lag van de historische kern van Brugge. Mogelijke mijmeringen … Blij te vernemen dat er een gedenkplaat prijkt aan de tuinmuur van het bezoekcentrum te Lissewege: hij heeft zijn stad op de landkaart gebracht. Anders was Lissewege alleen maar berucht als zijnde “het dorp met het levensgevaarlijke kruispunt”.

    • Hubert Devisscher says:

      Nog omtrent Johan Ballegeer … Een heerlijke herinnering aan de tijd, toen de muizen van meester Ballegeer kweekten als konijnen, en hij er de volgende oplossing voor bedacht: bij elke toets kreeg de eerste twee witte muizen en de tweede één witte muis. Dit werd telkens plechtig afgeroepen.
      Vaderlandse geschiedenis: eerste (en dat was altijd) Dries Simoens, twee witte muizen, tweede (x), één witte muis. Aardrijkskunde: eerste Dries Simoens, twee witte muizen, tweede (y), één witte muis. Zo heb ik ooit vol trots en vreugde de tweede prijs voor metriek stelsel en vormleer ontvangen. Dit verhaal eindigde toen de moeder van Dries aan de klasdeur stond met een terrarium vol witte muizen.

      • Dries Simoens says:

        Dank Hubert, deze anekdote herinnerde ik zelfs niet meer. Maar wijlen mijn moeder kennende, zal dat echt wel het geval zijn geweest. Dat jij voor “metriek stelsel en vormleer” één witte muis heb weten te behalen, bewijst dat jij echt
        een crack in wiskunde bent geweest – wetende dat meester Ballegeer eigenlijk niet veel interesse voor wiskunde. Uiteindelijk heeft mijn moeder alle witte muizen begraven in onze tuin. Die muizen vroegen niet beter, en koppelden met “echte” muizen en bleven zich vermenigvuldigen, zodat er ten slotte een muisverdelger het probleem heeft opgelost, op een manier die de dierenliefhebber Johan Ballegeer zeker en vast niet zou hebben gewild. Elk voordeel heeft zijn nadeel.

        • Dries Simoens says:

          Nog een grapje: Ballegeers geringe interesse voor wiskunde kennende, wist hij wellicht niet dat muizen zich “exponentieel” vermenigvuldigden. Anderzijds vroeg Johan Ballegeer zich af waarom ik zoveel schrijffouten maakte. Hij heeft dan ten behoeve van wijlen mijn moeder letterlijk het volgende geschreven in mijn schoolagenda: ” is Dries’ gezichtsvermogen wel normaal?” Dus mijn moeder direct met mij naar de oogarts, en inderdaad, met een bril zag ik plots waarom ik de helft van de wereld, het schoolbord inbegrepen, had gemist.

  2. Roos+Nuitten says:

    De verhalen over Lissewege doen mij aan Jozef denken, gewezen vriend en collega en overtuigde bewonderaar van Lissewege waar hij is opgegroeid. Trouwens ook neef van Johan Ballegeer die hij vaak aanhaalde. Jozef was vooral trots op de kerk van Lissewege. Zijn bewondering ging zo ver dat hij een nieuwe kerk wilde bouwen, een ‘Bomenkerk’.
    Hij kocht een stuk grond gelegen aan het kanaal (voormalig stort??) en begon samen met vrienden bomen te planten. Elzen, eiken en beuken…. Er werd gestart met uitplanten van de contouren van de kerk, precies volgens het grondplan en in dezelfde richting van de bestaande kerk. De bedoeling was om na een paar jaar ook de middenbeuken te planten, en om later met vrienden in de lommer van de bomen samen te komen om te praten en te filosoferen.
    Het heeft niet mogen zijn, want Jozef werd ziek en overleed in 2009.
    Voor zijn dood heeft hij het perceel geschonken aan Natuurpunt. Tot op heden bleef de bomenkerk onaangeroerd, maar door droogte zijn enkele bomen niet tot wasdom gekomen. Als men nu boven op de toren van de kerk staat, kan men in de diepte het grondplan van de bomenkerk zien. Precies met dezelfde afmetingen.
    De bomenkerk is trouwens ook nog op een andere manier vereeuwigd. In het Groeningemuseum kon men enkele jaren terug het perceel met de contouren van de kerk aantreffen op een lang plattegrondschilderij over de kanaalzone (schilder en titel ben ik vergeten).
    En als wij ex-collega’s van Jozef in de schaduw van de toren ons jaarlijks bezoek aan zijn graf brengen, kan het gebeuren dat we hem verder gedenken temidden zijn kerk. Een deken op de grond, een glaasje en een hapje en verhalen ophalen over onze bijzondere en lieve collega. Zo zou hij het gewild hebben. Ja, er beweegt wat in Lissewege.

    • Richard Ranson says:

      Wie weet meer over deze ‘Bomenkerk’ in Lissewege ? Dat is toch wel een fantastisch concept ! Kan dit alsnog verder worden uitgevoerd en afgewerkt ? Wat heeft Natuurpunt daarover te vertellen, en wie is dan de contactpersoon bij Natuurpunt ? Hoe staat Brugge hier tegenover, kan de stad alsnog logistieke steun verlenen ? Waar bevindt zich bvb. het plattegrondschilderij dat in Groeninge te zien was ? Hallo schepen Nico Blontrock, enig idee ?

  3. Dries Simoens says:

    Nu we toch met leuke anekdotes over meester Ballegeer bezig zijn. Als lid van de VTB gebeurde het volgende. Een bepaald jaar had VTB een tombola georganiseerd met als eerste prijs een Wartburg – dit is een DDR auto die allang verdwenen is. De winnaar van die 1ste prijs maakte zich niet bekend. In plaats van deze auto dan maar te verkopen, heeft de VTB de Wartburg geschonken aan Johan Ballegeer. Ik weet niet of Ballegeer deze auto heeft aanvaard; misschien had hij liever een 10-tal witte muizen. Dat was in elk geval een goede belegging … naar de toekomst toe: het bracht steeds meer op, althans wat witte muizen betreft. Bestaat er een ( zogenaamd freudiaans) verband tussen Lisseweges eretitel ” het witte dorp” en de witte kleur van de muizen die bewaard moesten worden? In elk geval was Johan Ballegeer geen “grijze” figuur binnen het toenmalige lerarenkorps.
    Nog op een ander punt was Ballegeer revolutionair: in zijn meeste romans was de hoofdfiguur een meisje of een vrouw, bijvoorbeeld in zijn jeugdroman “geen meiden aan boord”.

  4. Luc Gilliaert says:

    Gaat Lissewege Doel achterna ?
    Het ‘Witte dorp’ Lissewege en ook de mooie groene onmiddellijke omgeving heeft reeds menig hart veroverd. Maar zal het uiteindelijk hetzelfde lot beschoren zijn als het Antwerpse polderdorp Doel? Mijn eerste reactie hierop is er één van: ‘Dat kan niet! Zo’n schoon dorp! Onmogelijk!’ Toch ben ik er niet helemaal gerust op.
    Een vriend van me woonde in de Ter Doeststraat, aan het Lisseweegs Vaartje, heel dicht tegen het centrum, op quasi 500 meter van de kerk. Groot was zijn verbazing, toen hij zijn huis verkocht, wanneer hij te horen kreeg dat MBZ (Maatschappij van de Brugse Zeehaven) voorkooprecht heeft. Ik veronderstel dat het Brugs stadsbestuur het nooit zo ver niet wil laten komen.
    Maar in tijden waar economische belangen dikwijls voorrang krijgen is het toch bang afwachten. Denk hierbij ook even aan de impact die de aanleg van de A11 en de wegen ernaast om snel van traag verkeer te scheiden heeft gehad.
    Hoe het allemaal zit en hoe het ons mooie Lissewege zal vergaan, daar weet ik het fijne niet van. Maar helemaal ben ik er toch niet gerust op.

Een reactie achterlaten op Luc Gilliaert Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *