De spin … een snelle!

De spin
Uit oprechte belangstelling – enfin, eigenlijk uit doordeweekse nieuwsgierigheid – fiets ik op dinsdagavond naar ’t Zand, ’t schijnt dat ze daar voor de eerste keer de spin gaan wekken. En warempel, er zijn dranghekkens waaromheen wat volk de spinnentemmers gadeslaat die in de weer zijn bij en bovenop het nog roerloze gevaarte. Voorts ontwaar ik wat bekende gezichten. De burgemeester en een paar schepenen nemen het zekere voor het minder zekere, houden zich op veilige afstand van het beest. En persknapen aan wie de prominenten gretig uitleggen wat we inmiddels al weten.

… de spinnentemmers …
– eigen foto –

De weinig betrouwbaar ogende geleedpotige maakt zich groot, komt vervaarlijk dichtbij, gehuld in een waterwolk, toeschouwers deinzen verschrikt achteruit. Kan nog een spannend weekend worden met dat spinnetje.
En of het leeft, de komst van het heerschap naar de stad. Zeg dezer dagen ‘spin’ en elke Bruggeling die de voorbije dagen niet onder een geluiddichte stolp doorbracht pakt uit met een mening. Omtrent de aanleiding van haar komst, de opstart van het pas voltooide BRUSK. Over het parcours dat het beest aanvankelijk zou afleggen en dan weer niet. Of toch, misschien?
En over hoeveel dat allemaal kost, wat dacht je?

De traagte
Bij thuiskomst vertel ik mijn wederhelft over de spin. “Weet je nog die keer, van de olifant en het meisje?”, vraag ze. Ik weet het nog. Jaren geleden in een stad, ergens aan de Schelde. Een ander Frans gezelschap, Royal de Luxe, liet er een buitenproportionele olifant door de straten paraderen. En een reusachtig meisje dat naar de olifant op zoek ging.

– foto Pol De Wilde –

Mijn wederhelft vond het die keer bij momenten ontroerend en dat was het ook. Dat en het langzame van toen zijn mij bijgebleven. Die olifant, het meisje en hun plechtstatig schrijden door de stad, in een ontwapenende traagheid. Een ‘traagte’, ik hoop dat het woord bestaat. Zoals diepte of warmte. Traagte.
Of de spin straks ook voor ontroering zorgt valt nog te bezien. Te betwijfelen? En traagte?

Echte spinnen zijn doorgaans, eenmaal in beweging, schichtig snel. Om zich uit de voeten, de poten, te maken, of om een in hun web verstrikte vlieg te bekampen.
Doe mij maar traagte. En niet enkel bij mechanische reuzenbeesten.
Al ligt in deze tijden traagte niet zo goed in de markt. Snel moet het gaan, vooruit met de geit!
Beseffen wij hoezeer we klem zitten in onze illusie van snelheid? Over onze ‘snel-wegen’ haasten we ons van file naar file. Om dan stil te staan als was het een onontkoombaar lot. Maar bewust kiezen voor traagte? Voor het onvolprezen te voet gaan?
Weet u, er is een wereldrecordhouder ‘surplace’. De Amerikaan David Steed zat ergens in de jaren tachtig precies vierentwintig uur en zes minuten roerloos stil op zijn fiets. Ooit nog iets vernomen over David? Over Tadej en Remco, ja!
Er is een sport die ‘snelwandelen’ heet. En traagwandelen, zou het?

Maaike
Laat dit een pleidooi wezen. Ter opwaardering van traagte, jongste der troetelwoorden.
In verkeersinformatie, vooreerst. ‘Maximum snelheid vijftig kilometer’ … En wat als we hier het woord ‘snelheid’ vervangen door ‘traagte’?
Momentje, tijd voor een doordenkertje. Want ‘maximum traagte’, daar schort wat aan.
Hoe groter onze traagte, hoe trager we rijden, toch? Dus het equivalent van ‘maximum snelheid’ is … ‘minimum traagte’. Hebt u hem?
In onze wijk, u mag er dertig rijden, komen straks borden met ‘minimum traagte dertig kilometer’.  Het went, geloof me.
U leest hoofdschuddend verder? Nochtans, wij vertoeven in goed gezelschap. Niet langer dan vorige week hoor ik ons aller Maaike Cafmeyer wijze woorden spreken op een avond met verwante zielen rond het repertoire van Willem Vermandere.

Maaike zong er Willems ‘Blanche en z’n peird’ en noemde het oude lied … een ode aan de traagheid. Over het woord ‘traagte’ moet ik haar nog inlichten, maar dat komt goed.

Een schone madam
En nu we er met Willem onze regionale woordenschat bij halen, ook nog iets over de Brugse feestelijkheden van komend weekend. Als wij het West-Vlaams zijn verdiende plaats als oertaal gunnen, dan heeft ‘de spin’ afgedaan. We hebben het over, u hoort mij al komen, de kobbe.
En ‘snel’, het woord? Dat komt ons ook nog van pas. Want zo’n jachtige spin noemen West-Vlamingen dan wel geen snelle maar een rappe, maar over een schone madam, wat zeggen we daarover? “’t is een … !”

This entry was posted in Het Brugge van nu, Van beesten, planten, Van feesten en vieren, Van stoeten en processies, Van wielen en op weg zijn. Bookmark the permalink.

4 Responses to De spin … een snelle!

  1. Marc De Brabandere says:

    Het woord ’traagte’ staat inderdaad niet in Van Dale; ik vind het mooi genoeg om er in opgenomen te worden.

  2. Marc Willems says:

    Ik beoefen Tai Chi Yang style! Dat gaat wel traag hoor! 😉
    “Traag is mooi” zong Johan Verminnen ooit.
    En hij had gelijk.

  3. Johan says:

    Het woord “traagte” sijpelt er langzaam maar zeker in.

  4. Robin Maekelbergh says:

    Pol, geen nood, ik gebruik ook vaak ’traagte’ in mijn gedichten.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *