Een brug te veel

We kennen het enkel spreekwoordelijk, maar als omschrijving van een beroep zou ‘bruggenbouwer’ toch ook zijn mannetje staan? “Mijn opa was bruggenbouwer en ook mijn vader bouwde bruggen”, u gelooft mij meteen. De naam van onze stad verwijst vast en zeker naar zo’n bruggenbouwers.
U weet beter, waarde lezer, meer dan waarschijnlijk haalden we ‘Brugge’ uit het Oudnoors. Het zit er dik in dat de oudste benaming van onze woonplek, ‘Bryggja’, verwant is met een Noors woord voor ‘aanlegsteiger’. Ginder in het noorden, in de havenstad Bergen hebben ze, zo liet ik mij vertellen, een kade die Bryggen heet. Het is daar veruit de meest gefotografeerde hoek. Hun eigen Rozenhoedkaai.

Maar anderzijds, met al die bruggen hier, Brugge, stad van bruggenbouwers? Weet iemand over hoeveel bruggen wij het eigenlijk hebben? Dat wordt een moeilijke. Willen we ’t serieus aanpakken, kunnen we moeilijk om het woordenboek heen. Komaan, doe niet geleerd! Toch wel, heel even. Want de Dikke Van Dale kent meerdere bruggen. Wat is op een schip de vaste stek van de kapitein? Juist, ja. En uw tandarts zal u fijntjes één en ander uitleggen over bruggen. En dan is er ook nog Nina Derwael met haar brug met ongelijke leggers. Maar de Carmersbrug of de Bonifaciusbrug? Zo’n brug is – hou u vast aan de reling – ‘een verbinding van twee zijden van een water, afgrond, kloof enzovoort’.

Brugse bruggen, het zijn er dus een heleboel. Het voornemen van ondergetekende, een verhaal over de bruggen in onze stad, daar lijkt dan ook geen beginnen aan. Maar de lezer kent onze lichte voorkeur voor fietsen en stappen. Laten we het houden bij een paar bruggen voor tweewielers en voetgangers. Recente exemplaren die de jongste tijd overigens stuk voor stuk met enige aandacht gingen lopen.
Werd een prijs uitgereikt voor de meest originele stunt om die aandacht te genereren, dan ging die ongetwijfeld naar de Conzettbrug. Ineens en totaal onaangekondigd als een pudding in mekaar zakken, doe het maar een keer na. Toegegeven, niet elke brug beschikt over de ongewone opbouw die haar in staat stelde om dat trucje tot een goed einde te brengen. Nou ja, goed einde. Het duurde wel even vooraleer ze weer de ouwe was en de boten aan de Coupure weer konden uitvaren. Conzett, al blijft ge één van mijn favoriete souvenirs van Brugge 2002, dat soort grappen kunt ge in ’t vervolg toch maar beter achterwege laten.

– foto politie Brugge –

We doen een rondje vesten, fietsen van bij de Coupure langs de Kruispoort, waar ze binnenkort een gehuurde brug vervangen door een nieuwe. We trappen verder langs het kanaal, met in ons hoofd de bedenking dat bruggen in Brugge troebele tijden doormaken. Wat een eind verderop wordt beaamd door de Krakelebrug die er al maanden uitgeteld bij ligt.

– foto Jan Darthet –

Maar hela, kameraad, ’t zou hier toch over voetgangersbruggen gaan?
Ja, ’t is al goed, we rijden door, op naar de Smedenpoort. Wat de voetgangersbruggen daar overkomt is even onopvallend als hardnekkig.
Over de twee bruggen aan weerszijden van de stadspoort wandel je met een gerust hart, de kans dat één ervan ‘een Conzettje doet’ is onbestaande, klinkt het geruststellend bij de stadsdiensten die het kunnen weten. Maar onder je voeten roesten stilzwijgend de metalen dragers van de vloerelementen. En dat roesten doen ze grondig, héél grondig. Er zullen veel centen van doen zijn om het zaakje behoorlijk op te beuren. Dus het duurt nog even voor we weten wie zijn geldbeugel mag openen voor het repareren van die charmante bruggen. Ja, hier staat ‘charmant’, u leest dat goed.

Herinnert u zich de verontwaardiging van sommige monumentenliefhebbers, toen een jaar of tien geleden het plan op tafel lag voor die passages aan de Smedenpoort? Wie weet, zien sommige van die lieden vandaag wat u en ik zien, de voorzichtigheid waarmee de jeugdige bruggen het monument omarmen. De Smedenpoort, die ouwe tante, ze fleurt ervan op.
Ook de Boeveriepoort was in haar tijd een heuse stadspoort, vandaag staat die naam voor ‘het gat van de boeverie’, de doorsteek onder de spoorweg waarlangs je autogewijs richting Sint-Michiels rijdt. Weet je nog, niet eens zo lang geleden was die sombere tunnel ook voor fietsen en voetgangers noodgedwongen de dagelijks te volgen weg. Langs een belachelijk krappe fietsstrook en zo mogelijk nog smaller voetpad. Daarmee vergeleken is de brede ‘passantenbrug’, midden het groen aan ’t eind van de Boeveriestraat, zonder meer een verademing. Dat de ‘passantenteller’ bij die brug nu en dan de tel kwijt is, mag de pret niet bederven.

– foto Benny Proot –

Verderop, bij het station, wijzen we op de plek waar we op een winteravond de metalen stellingenbrug beklommen die ons heelhuids de binnenstad liet bereiken. Soms is lelijkheid efficiënt. Maar er is hoop. Hoop en een veelbelovend voornemen om daar een heel nieuwe stationsomgeving te bedenken. Wat tijd gaat kosten en … tja, u raadt het nooit, ook centen.

– foto bron ‘Gigant’ –

We ronden onze fietstoer rond het ei van Brugge af bij de voetgangersbrug aan het Minnewaterpark. Met bravoure werpt ze zich daar over het water, die brug, als een grootse, sierlijke, rode rups. Haar cocon, de ook al rode luifel, laat ze achter op het plein onder de bomen. Van daar wandelen dag in dag uit toeristen over haar heen, de stad tegemoet.

Ze zijn daar dezer dagen iets merkwaardigs aan het uitproberen. Aan haar flank moet de rode brug nu een klein broertje tolereren. Op het wateroppervlak ligt een lijn van pontons. Je wandelt er naartoe vanop het plein bij de rode luifel en net als de vertrouwde brug leiden die pontons je naar de overkant.

Het nut daarvan? Wel, vorig weekend was ‘t in het Minnewaterpark weer ‘Feest in ’t Park’, jaarlijkse hoogdag voor multicultureel Brugge. En voor de eerste keer was ook het plein aan de luifel ingepalmd. Je kon van in het park naar het plein en andersom, over de brug èn de pontons. Er werd een soort eenrichtingsverkeer uitgeprobeerd, dat lukte min of meer. En komend weekend komt daar nog veel meer volk langs op het Cactusfestival. Dan pas zal die pontonbrug echt haar nut bewijzen, heet het. ’t Is een experiment en ik liet mij vertellen dat ‘Feest in ’t Park’ en Cactus de kosten van die tijdelijke brug delen.
Een brug te veel? Nee hoor, zo’n zelf bedachte brug en zo’n samenwerking tussen Brugse initiatieven, ze zijn het ultieme bewijs … Bruggelingen, dat zijn bruggenbouwers in elke betekenis.

This entry was posted in Het Brugge van nu, Van 't Cactusfestival, Van Feest in 't Park, Van wielen en op weg zijn. Bookmark the permalink.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *