Er was eens … een jaar in Brugge

Er was eens een jaar dat aarzelend begon. Jaren zijn als mensen, vatten ze iets nieuws aan, hebben ze nood aan een schouderklopje. Maar zijn voorgangers gaven het nieuwe jaar geen schouderklopjes. Ze fronsten de wenkbrauwen en waarschuwden, ‘Ge weet niet waar ge aan begint! Wat is het dat je verwacht? Dat om middernacht, wanneer je eerste uur geslagen is, vanop ’t Zand gejuich en vrolijke samenzang je welkom heten? Knallende champagnekurken, overstemd door het gejoel van feestvierders en het gedreun van de klokken van het belfort? Wij weten er alles van, maak je maar op voor een koude douche!’
Ach, jaren zijn als mensen, laten zich makkelijk en graag verleiden tot enig leedvermaak.

Het jonge jaar haalde diep adem en zette voorzichtig zijn eerste stappen. Aan de eerste dagen vroeg het of ze het naar hun zin hadden. Hun antwoord klonk twijfelend. Ze hadden zich hun bestaan als eerste dagen anders voorgesteld. Drukke winkelstraten en feestzalen en restaurants vol families en vrienden die aan lange feesttafels gezwind klinken op al het schone dat komen zou. Maar het was allemaal zo anders verlopen, zo stil.
Het jaar zette zijn weg verder, zwijgzaam en ietwat somber van gemoed. De jaarlijkse nieuwjaarsdrink die Bruggelingen samenbracht was alvast geschorst, daar werd het jaar alvast niet vrolijk van. Het bierfestival, in april? En alles wat de lente brengt en de zomer?

Maar na de eerste dagen kwamen weken langs. Die vertelden dat het, wie weet, toch nog goed kon komen met het jaar. Maar dat zoiets enkel zou mogelijk zijn met de hulp van maanden. Het jaar schrok. Maanden? Jawel, een handvol maanden zouden het jaar door de winter heen helpen.
En zoals u inmiddels weet, jaren zijn als mensen. Ze hebben tijd nodig om boven zichzelf uit te stijgen. En ja hoor, met de steun van die enkele maanden was het dat waar het jaar tenslotte in slaagde. Want de maanden hielpen de koude winter voorbijgaan.
Langs de Dijver kleurden de linden groen en op het jonge Zand klonk het gejoel van een kermis. En op een zonnige middag trok een eeuwenoude processie door de straten van de stad. Over het water van de reien gleden bootjes vol wuivende bezoekers en in het Minnewaterpark zorgde de zomer voor een onvergetelijk weekend vol muziek.
En twintig jaar na zijn grote dagen als Europese Hoofdstad toonde het oude Brugge weer zijn schoonheid aan de wereld. Een wereld die herademde, net als het jaar dat ooit zo onzeker begon.
En er klonk, voorzichtig maar warm, applaus … van zijn voorgangers. Want jaren, dat hoeven wij u niet meer te vertellen, jaren zijn als mensen.

This entry was posted in Het Brugge van nu, Van feesten en vieren. Bookmark the permalink.

5 Responses to Er was eens … een jaar in Brugge

  1. Roland en Anne Marie says:

    Beste Pol, de beste wensen voor 2022 en een hartelijke dank voor de boeiende verhalen! Veel schrijfgenot…wij genieten ervan.
    Hartelijke groeten!

  2. Bernadette says:

    Dankjewel, Pol, voor de mooie verhalen.
    Een goed 2022 gewenst!

  3. Ann Broeckaert says:

    Weer een fantastisch verhaal.
    Moge je vandaag en morgen, volgende week en volgende maand en alle verdere dagen, weken en maanden in 2022 genieten van en boeiend schrijven over al die ongelooflijke affiches.

  4. Dries Simoens says:

    Iemand zei het ooit zo: “Een leven zonder dromen is als een tuin zonder bloemen”. Dank voor de ruiker bloemen die jouw blog ons wekelijks aanreikt.

  5. Dries Simoens says:

    Over “dromen” toch ook nog dit gedicht van Felix Timmermans: “Dromen is alles, ’t is de muziek van het leven, en daardoor kunnen wij dansen op de rand van de bittere werkelijkheid”.
    Of naar de woorden van een filosoof: “Wees realist, droom het ondenkbare”.

Een reactie achterlaten op Dries Simoens Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *