
Haar naam onthult veel, maar houdt ook één en ander achter de hand. Dat een begraafplaats vlakbij ligt, is het minste wat we bij een Kerkhofblommenstraat mogen verwachten. En ’t is waar, ons aller Lara Taveirne gaf die naam aan een pakkend boek. Een titel die ze leende bij Guido Gezelle, die ze in die roman van haar ‘de Dichter’ noemt.
Gezelle debuteerde met ‘Kerkhofblommen’, poëtische beschouwingen bij het overlijden van één van zijn leerlingen in ’t Klein Seminarie in Roeselare. Je staat behoorlijk sterk in je apathische schoenen als je onberoerd het handvol woorden van Gezelle leest zoals het zich in onze collectieve herinnering nestelde.

Een handvol dagen geleden, we fietsen langs die Kerkhofblommenstraat op weg naar vrienden van ons die er in de buurt wonen. En ineens weet ik het weer, dit is geen straat als een andere. Hoe ze met haar kenmerkende ligging wijst op de gang van ’t leven. De eindigheid ervan. Met aan je linkerhand de zwijgzame, stenen muur, waarboven dreigend smeedijzer. Daarachter, de begraafplaats. Aan de andere kant, achter oude linden, het dagdagelijkse bestaan en hoe het zich afspeelt in woonhuizen zoals dat van jou en van mij. Panden waar mensen werken, eten, slapen, vrijen, leven. Ons dagdagelijkse doen en laten, kortom.

Al waait in de kronkels van mijn gedachten alweer een andere, minder filosofische bedenking langszij. Een overweging die mijn wederhelft verbaasd laat opkijken. Wanneer ik aanmerk dat de naam van de straat, met die ‘Kerkhofblommen’, hier eigenlijk niet thuis hoort. Hoezo niet? Welja, een kerk-hof hoort bij een kerk! Dat is hier helemaal geen kerkhof, het is de stedelijke begraafplaats!

Meewarig schudt zij het hoofd, wat mij leert dat ze mijn bedenking maar wat sneu vindt. En ze verhaalt over een warme babbel die ze laatst had met een oude dame. Al enige tijd komt mijn levenslief in een woonzorgcentrum langs – vrijwilligers zijn er meer dan welkom – bij mensen die terugblikken op hun veelal lange leven. Zoals toen dat vrouwtje haar toevertrouwde hoe ze elke dag praat met haar overleden dochter.
Een mens verliest een kind, het zou niet mogen. Maar een mens leeft verder. En zoekt troost, op eigen wijze zoals elkeen. Tja, dat is nog andere koek dan de vraag of een begraafplaats wel kerkhof mag heten.
Het herinnert mij aan een schone gewoonte van mijn wederhelft. Waar we ook langs komen, is er een kerk dan gaan we er even binnen. En nooit zonder een brandend kaarsje dat ze achterlaat bij een Mariabeeld. Waarom, hoef ik niet te vragen. Wat er echt toe doet laat zich niet altijd in woorden vatten.

Al zijn er die andere, schijnbaar simpele woorden die mij zullen bijblijven. Het was aan het ziekbed van onze buurvrouw. Er zijn buurvrouwen en er zijn wijze buurvrouwen. Ze wist waar ze aan toe was en had er vrede mee, besefte ik om wat ze zei, toen we het hadden over later.
‘Het hiernamaals, het is een mysterie’, het klonk als haar eenvoudige zelf. Meer dan haar woorden trof mij de rust waarmee zij die uitsprak. Ik zweeg. Zij zweeg.
Want wie was ik, domme twijfelaar, om haar lastig te vallen met mijn eigen gedachten. Met die woorden van Remco Campert, ‘De tijd duurt één mens lang’, waar je een avondje kan over doorbomen.
Wij fietsen verder langs de Kerkhofblommenstraat, mijn levenslief en ik. Voorbij de witgekalkte toegangspoort van de begraafplaats. Van verderop bij de Baron Ruzettelaan naar dat imposante gebouw leidt, als was het de oprijlaan naar een herenhoeve, de Brugs-Kerkhofstraat. Dat ook die straatnaam ten onrechte verwijst naar een kerk-hof, dat hou ik wijselijk voor mezelf.
Want kijk, we zijn er en we zijn welkom bij die vrienden van ons en bij de peuter des huizes. De kleine lacht ons toe zoals peuters dat doen, met in zijn grote ogen de volle goesting in het leven dat hem wacht.
Mooi, dit is inderdaad geen straat als een ander…
… gisteren en vandaag doorgewandeld, ieder jaar weer om de traditie van mijn moeder verder te zetten.
Stille groet …
Was het ook niet zo dat menige jaren geleden, op de hoek van de Baron Ruzettelaan en de Kerkhofblommenstraat een café stond met de naam; “Beter hier dan een eindje verder”
Jawel, Ward, de naam van het café was ‘Beter hier dan verder’.
De kroeg is er niet meer, vandaag huist er een optiek.
Maar in de bakstenen gevel vermeldt nog altijd een cartouche in zandsteen de naam van de voormalige herberg.
Ha! Café ‘Beter hier dan verder’! Ben ik nooit vergeten.
Want waar staan wij in het leven? Waar bevinden wij ons, en welke kant gaan we op?
‘Beter hier dan verder’ leerde mij daar alles over, als kind.
Toen ik kind was, laat ons zeggen zestig jaar geleden, reden mijn ouders altijd met de auto vanuit Brugge naar Kortrijk. Daar woonden namelijk mijn grootouders. En dan terug naar huis, van Kortrijk naar Brugge.
Op school had ik al leren lezen en ik las het goed: ‘Beter hier dan verder’. Ja, dat was toch wel intrigerend onderweg. Waar bevond zich dat ‘verder’, en vooral ‘waarom’? Telkens keek ik mijn ogen uit, om nooit iets te vinden. Na een paar jaren kreeg ik het door.
‘Beter hier dan verder’. Maar allez! Hoe was het mogelijk om zo lang zo dom te zijn!? Op het einde van de aanpalende dreef, haaks op de mij bekende rijbaan, bevond zich namelijk een begraafplaats. Is dat nu niet grappig? Ik vond het heel geestig.
Vooral omdat aan overzijde van het café een industriële vestiging actief was, deze van de Brugeoise.
Moet je eens indenken: die arbeiders komen van hun werk, in drommen onder de fabrieksboog door, en wat staat daar voor hun neus te lonken? Een café ‘Beter hier dan verder’. Voor mij groeide die observatie uit tot een filosofie van de bovenste plank. We zijn het namelijk zo gewoon om van links naar rechts te denken, of in omgekeerde richting van rechts naar links. Heen en weer, vooruit, achteruit. Net zoiets als van verleden naar toekomst, of van toekomst naar verleden. Om wat te vinden?
Heel interessant wordt het dan, om dat eendimensionale karakter van ons denken te verlaten. Om onszelf op een andere manier te oriënteren.
‘Beter hier dan verder’ betekent dat we op tijd onze plat betreden paden, in mijn geval de plat gereden wegen, moeten verlaten om op het eind iets helemaal anders te ontdekken.
Mooi Pol, één en al sfeer zowel in woord als in beeld …