Sportzotten

Adembenemende spanning, tomeloze droefenis, zotte euforie. Oprechte emoties zijn het die in het universum dat sport heet onlosmakelijk verbonden lijken met winst of verlies. Soms benijd je de ware sportliefhebber om al die doorvoelde intensiteit. Soms ook niet. En een enkele keer betrap je jezelf op het heimelijk geringschatten van het hele sportverhaal. Zoals wanneer, na de aanvangsgeneriek van het avondnieuws, de hoofdpunten worden opgenoemd. Dan kan je er niet om heen, even belangwekkend als elk wereldschokkend nieuwsfeit en gelijkgesteld aan elk binnenlands knelpunt of ieder lovenswaardig initiatief, moèt één item erbij dat met sport van doen heeft. De voetbaltrainer die twijfelt of zijn spits komende zondag speelklaar zal zijn? De coureur die na een weekje snotvalling weer gaat trainen? Hoofdpunten, stuk voor stuk!
Enfin, ’t is maar om te zeggen, deze jongen kan zichzelf bezwaarlijk tot het heir der sportfanaten rekenen. Zijn passage in de turnles van weleer indachtig, ging aan hem dan ook weinig sportief talent verloren. En bij ’t voetbal op woensdagmiddag vroegen ze hem alleen in uiterste nood – lees: ze hadden er eentje tekort! – om mee te spelen. Of op zijn minst te doen alsof. Neen, dit manneke was nooit een sportzot.

Ze noemen zich Club NXT …

En och arme, ook de furie van de volbloed supporter is hem vreemd. Dat sport de belangrijkste bijzaak in ’t leven zou zijn, die wijsheid is al lang gemeen goed maar uw dienaar somt makkelijk een resem bijzaken op waaraan hij meer waarde hecht.
Vergeef het hem, waarde sportmens, hij weet niet wat hij mist. Of toch? Laatst zag hij een foto. Jong Brugs voetbaltalent. Ze noemen zich Club NXT en zijn, het mag weinig verbazen, het jonge volk van Blauwzwart. Zij haalden tot ieders verrassing de Europese finale van hun lichting en nooit eerder kreeg een Belgische jeugdploeg dat voor mekaar. Die foto, dus. Die ontlading, die blikken. Jongensstoerheid, vervlochten in kinderlijke blijdschap. Geen twijfel mogelijk, dit vergeten die gasten nooit meer. Wel ja, dat zijn van die beelden die je vertellen wat sport doen kan met een mens. Wat winst doen kan.
Dan komt, heel even, sport los van zijn schaduwen. De schaduw, vooreerst, van sluwe geldwolven en hun tentakels. Voor wie het begrip ‘winst’ twee betekenissen heeft. Een sportieve en, hoofdzaak, een lucratieve. En ook de zo mogelijk nog donkerder schaduw van ongelijkheid en racisme die, ondanks goeie campagnes van velen, nu en dan nog vanop tribunes elk speelplezier schaamteloos verknalt.

Ach, topsport, zet mij maar liever aan de toog met de kleine sporter. Met de jogger die fier is op zijn jaarlijkse Dwars Door Brugge. Bij het koppel dat elke week een lange wandeling maakt. Voor wie winnen of verliezen niet aan de orde is. Want hoe jammer toch – diepzinnige toogfilosofie! – dat je enkel winnen kan als iemand anders verliest.

Maar dan gooit één van ons hier in ’t café een markante bedenking op tafel. Kijk eens aan, we zitten hier te pintelieren met een pauskenner! Wisten wij veel dat de witte man uit Vaticaanstad laatst een sportieve wijsheid vertelde! Bij sport, aldus onze tjeef die de kerkleider citeert, leer je winnen zonder je tegenspeler te vernederen. En verliezen zonder als mens verslagen te zijn. Zou het?
Onze predikant van dienst nipt nog een keer van zijn cola en glundert. Maar da’s zonder de grapjas van ’t gezelschap gerekend. Er zijn sporten, meent hij, waarbij dat niet opgaat. Want wat zegt die paus over, ik noem maar wat, een sport als vissen of jagen? Weet je, jagen zou een sport zijn als het konijn ook over een geweer kon beschikken!

Hilariteit in de keet! Waarop iemand wijst op een affiche naast het dartsbord. Over een boksclub. Hoe zit het met die paus en boksen?
Maar het betoog gaat meteen een ander pad op, zo gaat dat met babbels op café. Want kijk, die knapen op de affiche zijn geen jongelui! Is dat niet schoon? Boksen als bezigheidstherapie voor oudjes!
‘Word bokser, dan heb je kans op slagen!’, werpt de plezante van daarnet in de groep.
We nemen ons voor om bij gelegenheid een keer langs te gaan bij die club, al zijn we dat voornemen morgen alweer vergeten. Zo gaat dat met voornemens op café.
Waarop de stilste van het tooggezelschap het woord neemt en ons erop wijst dat sport niemand onverschillig laat. Heus? Hij herinnert ons aan dat voorval, een paar weken geleden in Roubaix. Waar iemand als eerste over de streep kwam, een wijsvinger fors in de hoogte. Een gebaar van winst met een achterliggend verlies. Het verlies van een jonge ploegmaat die het leven liet. En meteen daarna, diezelfde winnaar in tranen in de armen van zijn vrouw en kleine gastjes. Ineens is het café wat minder uitbundig. Tja, sport, het is me wat. Je kan met en je kan zonder.
Iemand heft het glas en zegt voorzichtig ‘Santé! Op Wout!’ Het café beaamt.
En terwijl dit gezelschap herademt herinner ik mij woorden – waar komen ze ineens vandaan? – van Midas Dekkers … ‘Dieren doen niet aan sport en zijn toch zo fris als wat. Misschien moeten wij ook eens wat meer laten en minder doen.’
Of van dat boksen dan nog iets in huis komt, vraagt één van ons.

This entry was posted in Het Brugge van nu, Van Brugs voetbal, Van sport in 't algemeen. Bookmark the permalink.

3 Responses to Sportzotten

  1. dries simoens says:

    In Brugge liggen sport en politiek nooit ver uit mekaar.
    Het culminatiepunt waren ook hier weer de gemeenteraadsverkiezingen van 1976, toen de CVP de absolute meerderheid verloor – die ze sinds mensenheugenis bezat en nooit meer zou heroveren. Mede aan de bron hiervan lag een scheurlijst, de “Brugse Democraten”, die gevormd was rond twee personen met duidelijke groenzwarte sympathieën: Cerclevoorzitter Paul Ducheyne en zijn voorganger Pierre Van Damme – die als burgemeester begin de jaren 1970 opzij was geschoven door Michel Van Maele.
    Niet vader Pierre maar diens zoon Fernand Van Damme stelde zijn woning ter beschikking als secretariaat en vergaderplaats voor de Brugse Democraten.
    Zelfs premier Leo Tindemans bemoeide zich met de Brugse verkiezingen: hij is zelfs persoonlijk naar Brugge gekomen, om het Cercleboegbeeld Jules Verriest ertoe te overhalen op te komen op de CVP-lijst.
    Wat niet lukte: Jules wou geen dolk in de rug steken van twee groenzwarte voorzitters.

    • Pol Martens says:

      Die bewogen dagen herinner ik mij, Dries.
      Maar de kanttekeningen die je eraan toevoegt zijn nieuw voor mij.

      • dries simoens says:

        De aanloopperiode van de verkiezingen verliep zeker niet rimpelloos voor de CVP.
        De bal begon te rollen – om het in voetbaltermen te zeggen – met een brief van Paul Ducheyne, toenmalig CVP-gemeenteraadslid, aan het Brugse CVP-bestuur.
        Daarin stelde hij de vraag, of de partij ermee gediend was Michel Van Maele als absolute leidersfiguur naar voor te schuiven.
        De CVP was niet gediend met een groep dissidenten – vooral toen dezen zich profileerden als “Christen Democraten” – dus als een scheurlijst.
        Voor Ducheyne een reden om zich definitief terug te trekken uit de Brugse politiek.
        Dan trad ere-burgemeester Pierre Vandamme op de voorgrond. Nog steeds gegriefd door de wijze waarop hijzelf aan de kant was geschoven, uitte hij zijn sympathieën voor de Christen Democraten en verklaarde voor hen te zullen stemmen.
        Het dient gezegd dat ook de Volksunie naar de dissidenten hengelde. Zo werd met “Tuurtje” Ruysschaert een oude Cercle-icoon op de VU-lijst opgenomen.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *