Zijn doordeweekse aanwezigheid was mij inmiddels al lang vertrouwd. Lang genoeg om aan te nemen dat hij nog weinig geheimen voor me had. Tot voor een paar dagen, die onverwachte verwondering om wat ik vernam over zijn verleden. Voortaan zie ik hem met andere ogen. Met nog net iets meer achting dan voorheen.

Ja, hier bij ons voelt de Sint-Joris op zijn affiche zich al een hele tijd thuis. Samen met een handvol andere decoratieve litho’s van lang geleden kleurt zijn aanwezigheid onze leefkamer. De ridder, hoog op zijn paard in de weer met het overwinnen van de draak, kondigde in het Brugge van 1930 een ‘Tentoonstelling van Oude en toegepaste kunst‘ aan.

zorgde voor een behouden terugkeer.
Kom je bij ons langs en toon je belangstelling voor de affiche, dan heb ik het graag over de graficus die ze maakte. Ze is van Jules Fonteyne, al ontbreekt zijn naam op het ontwerp. De plaats waar de tentoonstelling doorging overigens ook.
En ook over het campagnebeeld vertel ik, die Sint-Joris is gebaseerd op een gepolychromeerde sculptuur van zo’n vijfhonderd jaar geleden. Filips de Schone zou model hebben gestaan voor de dappere ruiter.
De makers van de expositie kregen het beeld in bruikleen van de parochiekerk van Sint-Joris ten Distel, daar wordt het al sinds mensenheugenis bewaard. Al is het op een keer, zowat een kwarteeuw geleden, spoorloos verdwenen. Gestolen. Een Parijse antiquair die het in handen kreeg, zorgde voor een behouden terugkeer.
Zo koestert de verzamelaar wel meer affiches met een markant verhaal. Maar de kleurrijke Sint-Joris ligt hem sinds kort nog net ièts nauwer aan het hart ligt. Dat kwam, u raadt het nooit, door het openingsweekend van BRUSK. Eigenlijk door de koorddanser van dat weekend, u weet wel, de onverlaat die hoog boven de stad de zwaartekracht naar zijn hand, of liever naar zijn voeten zette.

Die ochtend zijn wij samen met veel stadsgenoten op verkenning in het gloednieuwe BRUSK. Turend door één van de weidse vensterramen ontwaren wij hoog in de lucht een onooglijke stip die van toren naar toren stapt. De nonchalance van een winkelwandelaar in de Steenstraat. En terwijl de waaghals traagjes vordert, verkennen wij vanuit ons uitkijkpunt de omgeving van BRUSK. Het raam in de grote zaal verrast met een onverwacht uitzicht op het Groeningemuseum.
Groeninge dat tot voor kort bij elke tijdelijke expositie zijn befaamde vaste collectie noodgedwongen moest opbergen, bracht de stad op het idee om een nieuw tentoonstellingscomplex te bouwen. Groeninge is de moeder van BRUSK.

En mijn gedachten dwalen af. Naar de tijd waarin ook het nieuwe Groeninge ongetwijfeld zo’n veelbesproken initiatief was. In Brugge vond je in die tijd kunst enkel in kerken, de kunstacademie en andere oude panden. En nu werd voor het eerst iets gebouwd dat specifiek als museum bedoeld was. Voor het ‘Stedelijk Museum voor Schilderkunst’ zou de huidige benaming ‘Groeningemuseum’ overigens pas na de oorlog gemeen goed worden.
Thuisgekomen ga ik op zoek naar wat informatie. Nogal wat Bruggelingen vonden aanvankelijk het bouwwerk allicht tè nieuwerwets voor onze stad? Maar goed dat oude, vertrouwde gevels de voorbijganger de aanblik van het moderne ding bespaarden. Groeninge? Een brusk bouwsel!

Al stond, zo leer ik, de zomer van 1930 helemaal in het teken van het gloednieuwe museum. Met als hoogtepunt, eind augustus, het bezoek van koning Albert en zijn Elisabeth.
Het inhuldigen van het museum, enkele weken eerder, de zesde juli, was meteen ook het startschot van een eerste tijdelijke tentoonstelling, lees ik in een krant uit die dagen. Tijdelijke tentoonstelling?
Stelt u zich mijn vragende blik voor. In Groeninge, de allereerste expositie? Welke dan? Was er een affiche?
Terwijl ik mij, in gedachten verzonken, die vraag stel valt mijn blik op de affiche die al zo lang naast onze boekenkast prijkt.
Zag ik dat goed? Zag ik zonet, heel even, Sint-Joris vanachter zijn hoog geheven speer naar mij knipogen?
Maar natuurlijk! Op zijn affiche, die datum! ‘Tentoonstelling van oude en toegepaste kunst’, de tentoonstelling, die ging open op 6 juli! Dat ik dat nu pas door heb, mijn affiche kondigt gewoon de allereerste expositie aan die ooit in het Groeningemuseum liep!
Al veel langer dan vandaag is Sint-Joris deel van onze woonst. Zo lang al, dat soms dagen voorbijgaan zonder dat ik hem een blik gun. Maar sinds kort zeg ik hem elke morgen goeiedag. Hij en ik, we verstaan mekaar beter dan ooit. Alleen dat knipogen van hem, dat is bij die ene keer gebleven.
Alweer plezant om te lezen!
Dank,
Mieke
Staat er geen naam van een museum vermeld op de affiche? De kleine tekst onder “6 juli” kan ik niet lezen, wel Burgemeester Van Hoestenberghe en …. Delva.
Ik ben in het bezit van een affiche van de “Memling Tentoonstelling” van 1939.
“Ter gelegenheid van den 500ste verjaardag der geboorte van den Vlaamschen Meester. Onder de hooge bescherming van Z.M. den Koning en van de Belgische Regeering”.
Daar is vermeld: “In het Stedelijk Museum”.
Dezelfde namen als in 1930 zijn vermeld.
Als in 1930 geen museum was vermeld, was de locatie toen wellicht vanzelfsprekend aangezien het het enige museum in Brugge was, veronderstel ik.
Trees, op de ‘Oude en toegepaste kunst’-affiche uit 1930 ontbreekt inderdaad de locatie.
Dat mag merkwaardig heten, omdat bijvoorbeeld Gruuthuse ook al als museum in gebruik was en voorheen ook prestigieuze exposities doorgingen in het Provinciaal Hof.
De ‘kleine letters’ onder de aanvangsdatum vermelden ‘Gezien en goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen der stad Brugge’.
Boven de naam van burgemeester Victor Van Hoestenberghe lees je ‘burgemeester en schepenen’ en boven de naam van Antoine Delva staat ‘de secretaris’.
Prachtig stukje tekst.
Ik dacht dat je iets zou neerpennen over de Brugse leeuw boven de inkomdeur van Groeninghe die al vele jaren de verkeerde kant uitkijkt.
Maar dat komt zeker ooit eens van pas….. als je ooit eens de verkeerde kant wil opkijken bedoel ik.
’t Zal je weinig verbazen, Denis, dat hij op mijn ‘verlanglijstje’ staat.
Maar hij moet nog wat geduld uitoefenen.
En jij ook, dus. Mocht dat niet lukken, dan kan je altijd nog terecht in ‘Wapenschilden in Brugse straten’, het standaardwerk van Benoit Kervyn … Het bewuste wapen vind je op de pagina omtrent ‘Dijver nr.12’.
Groeten!