Het meisje Nieuwjaar

Wellicht ligt het stationsplein er op doordeweekse avonden stiller bij dan op een oudejaarsavond als deze, bedenkt ze. Terwijl ze over het plein wandelt merkt het meisje hoe de klok op de gevel van het station haar wijzers traagjes laat opschuiven naar twaalven.
Van de geplande voetgangersdoorsteek onder de ringlaan is nog geen spoor te bekennen, merkt ze. Wel van een hoge, metalen brug over de drukke rijweg. De ijzeren treden van de steile trap klinken geruststellend kloek, maar toch betrapt zij zich op wat onzekerheid. Om die hoge stelling of eerder om de opdracht die haar wacht in deze stad?
Midden op de brug ziet zij hem naar haar toe komen. Ze herkennen elkaar, al hebben ze mekaar nooit eerder ontmoet. Zij, het meisje Nieuwjaar dat haar twijfel om wat komt verbergt achter een brede glimlach. En hij, Oudejaar, zijn grijze karakterkop verraadt levenswijsheid zoals zijn wandelstok iets moeizaam in zijn stappen laat vermoeden.

Zou hij me goeie raad willen geven?’, vraag zij zich af. Oudejaar lijkt haar gedachten te lezen, met een geruststellende knipoog richt hij zijn blik over de weg, naar het Concertgebouw. Van daaruit waait de kille avondwind een ver feestgejoel naar hen toe. Zoals elke oudejaarsnacht is het Zand ingepalmd door een volkse samenzang. ‘Hoor!’ zegt hij en wijst in de verte, ’De Bruggelingen wachten op je!’ En nog voor Nieuwjaar iets vragen kan, vult hij aan ‘Je zal ze gauw leren kennen, ze zijn van de kwaadste niet. Wat eigengereid, soms, en voorzichtig als ’t op verandering aankomt.

Het stelt Nieuwjaar gerust dat hij haar geen fabels vertelt. ‘Hoe verliep voor u het voorbije jaar hier in Brugge?’ waagt ze zich aan een vraag. Oudejaar zwijgt even, denkt na. ‘Een boeiende stad is het wel’, mijmert hij. ‘Wat hier de voorbije maanden het meeste stof liet opwaaien was de vooropening van BRUSK. Iedereen die langs kwam was onder de indruk. Over de festiviteiten die erbij hoorden waren de Bruggelingen het minder eens. ’t Is moeilijk in te schatten wat het meest over de tong ging, de komst van een reuzenspin of de centen die voor dat beest werden opgehoest. Maar straks maak jij, Nieuwjaar, de eerste tentoonstellingen in BRUSK mee, da’s om naar uit te kijken!
O ja, deze zomer was er ook ‘Het Belfort vertelt’, een lichtprojectie op ’t belfort die de geschiedenis van de stad vertelde.
Bruggelingen hebben ook iets met verjaardagen. De tiende verjaardag van de Republiek, de vijfentachtigste van Benny Scott of de achthonderdste van het Begijnhof, altijd iets om te vieren.

En ‘t is hier een voetbalstad, hou dat in je achterhoofd! Zelfs het Stadsarchief gaat daarin mee. Ze bouwden een expositie over de geschiedenis van Club. Of ze straks kampioen spelen en of Cercle in Eerste blijft, jij komt het aan de weet!
Voorts zijn ze goed in plannen bedenken, hier in Brugge. Een nieuwe brandweerkazerne, daar zijn ze mee bezig. Maar ze willen ook hun belfort restaureren en van de oude Minnewaterkliniek maken ze Huis van de Bruggeling.
Maar, mijn beste Nieuwjaar, of daar in die werktijd van jou iets van terecht komt? Voorts weet niemand wanneer er iets in huis komt van dat voetbalstadion. Plannen maken, zoals ik zei.”

Nieuwjaar beseft, wat ze weten wil moet ze nù vragen. “En de verkeerswerken, hier bij ’t station?” vraag ze.
“Ach kind, lokaal lossen die iets op maar het teveel aan auto’s, daar kan een stad weinig aan verhelpen. Trouwens, hoezeer de Bruggeling wakker ligt om het milieu, daar heb ik geen antwoord op.”

Ze wikt haar woorden … “Toch lijkt Brugge mij een plek waar ’t aangenaam leven is, of heb ik dat verkeerd?
“In elke stad bedenken ze wel iets om over te zeuren, meisje, in Brugge is dat het toerisme. Een tweesnijdend zwaard, dat wordt je gauw duidelijk.
Maar het is hier al bij al goed toeven, da’s waar.”
Dan recht Oudejaar zijn rug, kijkt haar diep in de ogen. “Maar goed, mijn tijd zit erop, Nieuwjaartje, ik moet ervandoor.” Koude rilling. “Nemen we nog een selfie?” vraagt ze. Oudejaar schudt zijn grijze hoofd. “Zorg jij maar dat je op tijd op ’t Zand geraakt.
Even aarzelt ze. Maar geeft de oude man dan toch maar een ferme knuffel. Allebei verzwijgen ze wat ze allebei weten. Dat ze mekaar nooit weerzien.

Een jonge vrouw haast zich door het Albertpark, langs het ruiterstandbeeld en de ijspiste, naar het Zand. Bang kloppend hart.
De wandelstok van Oudejaar tikt op het plaveisel van het stationsplein. Hij heeft geen haast maar weet, er is geen weg terug. Schrikt om de klok boven de oude stationsingang. Houdt even de adem in. Maar dan ineens, van ver achter de bomen, uitbundig gejuich.
Een stille zucht van opluchting. Oef, ze heeft het gehaald.
Het jaar kan beginnen.

This entry was posted in Het Brugge van nu, Van feesten en vieren. Bookmark the permalink.

5 Responses to Het meisje Nieuwjaar

  1. Robin Maekelbergh says:

    Een allegorie waar Elckerlyc jaloers op zou zijn! Voorwaar.
    Gij hebt in de Nederlandsche lessen zeer goed geluisterd ende onthouden, Polleunius!
    Geproficiateerd!

  2. Greet Caris says:

    Dank je wel voor al die leuke verhalen. Ik geniet er telkens van.
    Lieve Wensen voor een mooi 2026.

  3. Trees De Ceuninck says:

    Pol,
    hoe kun je het zo goed verzinnen en zo mooi neerschrijven.
    Ik geniet er telkens van.

  4. Bert Vandenbussche says:

    Prachtig schrijfsel, Pol!

  5. Roger Van Geert says:

    Hartelijk dank voor de steeds boeiende verhaaltjes. Een plezier om je te mogen lezen !
    En vanzelfsprekend mijn beste wensen voor het nieuwe jaar.
    Roger

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *