Jammer van de godshuizen

Van de paar woorden die ik las, mijn gedachten maar half bij de les, realiseerde ik mij pas later dat ze zich in mijn geheugen hadden genesteld. Jeroen Olyslaegers – je weet wel, de schrijver – had ze ergens online achtergelaten nadat iemand een standpunt van hem onderuit wou halen …

Zoals gewoonlijk ben ik verheugd dat we het oneens zijn, want het doet me nadenken.” Van mening verschillen, daar vooreerst een waarde aan toekennen en dan pas een tegenargument aandragen … het getuigt van enige wijsheid.
En toch zitten tegenstrijdige meningen je soms ronduit dwars. En al helemaal wanneer het je eigen standpunten zijn die mekaar tegenspreken.
Neem nu dat recente besluit omtrent onze godshuizen. Het lijkt mij een gepaste maatregel èn tegelijk vind ik het spijtig dat ie er komt.
Het ís gewoon een verstandige beslissing die ze namen over godshuizen. Ze, dat zijn die van de gemeenteraad. En ondergetekende zal het maar toegeven, was hij raadslid dan keurde hij zo’n voorstel zonder aarzelen goed.
Maar hij zetelt niet in de raad, wel onderuit in zijn zetel thuis, als doordeweekse inwoner van zijn stad. Maar kan, naast zijn hoedanigheid van brave burger, ook prat gaan op een getuigschrift dat hij lang geleden verwierf. Een diploma als stadsgids. En ’t is als gids dat hij moeite heeft met die gloednieuwe regelgeving.

Want deze gids neemt bezoekers graag mee naar zo’n godshuis. Het liefst nog naar het ‘Rooms Convent’ in de Katelijnestraat. Wat een zegen is het, midden de rumoerigste hoek van onze binnenstad je volgelingen wijzen op het smalle poortje. Je neemt hen mee het steegje in en meteen deemstert het zotte geroezemoes van de chocolade-en-wafelstraat weg. Amper een paar stappen verder verrast het pittoreske tuintje zelfs de meest onverschillige bezoeker.

Een paar stappen verder verrast
het pittoreske tuintje …
Het schilderij op de affiche is van de hand van Louis Reckelbus

Een gedroomde plek om het verhaal van onze godshuizen te brengen. En raad eens waarmee de gids dan van wal steekt? Met het sociale vangnet dat we vandaag hier bij ons min of meer vanzelfsprekend vinden. Om dan zijn toehoorders mee te nemen naar ons ver verleden, een verleden waarin van sociale zekerheid geen sprake was.

Stel je even voor, je bent hulpbehoevend, zonder bestaansmiddelen, dakloos of zo. Je lot hangt helemaal af van de goedhartigheid van barmhartige stadsgenoten. Maar er is hoop, hier en daar in de stad worden woonhuisjes gebouwd voor ‘arme dutsen’ zoals jij. Soms op initiatief van beroepsverenigingen, vaak op kosten van welgestelde lieden. Noodlijdende medeburgers helpen, noem het menslievendheid. Je weldoener hoopt meteen met zijn voorbeeldige daad op een goed blaadje te staan bij de Allerhoogste, vandaar ‘godshuizen’. En als statussymbool kan het stichten van zo’n godshuis ook tellen, natuurlijk.
Is ’t ondeugend van de gids, aan te merken dat zo’n initiatief ook van nut is om het gepeupel onder de knoet te houden? Krijg je op kosten van rijkelui een dak boven je hoofd, haal je het niet in datzelfde hoofd om hun riante welstand in vraag te stellen.

De godshuizen van de schoenmakers
in de Balstraat, ja daar wel …

Dat en nog meer komen bezoekers aan de weet wanneer ze met deze stadsgids op verkenning gaan. Tenminste, tot vandaag liep het zo. Want straks mag het niet meer.
Het recente gonzen van geruchten omtrent het toerisme in onze stad is u genoegzaam bekend. Over een pak nieuwe richtlijnen heeft zowat elke Bruggeling zijn zegje.
Dat wij, gidsen, geen grote groepen meer op sleeptouw mogen nemen. En in nauwe straatjes of op bruggen niet langer halt mogen houden om ons publiek toe te spreken. Ordonnanties waar veel voor te zeggen valt.
Maar die ene maatregel, over godshuizen? Daarover blijft het onvermoed stil. En nochtans, het is ’t één en ’t ander.
Want, waarde stadsgenoten, aanhoort hier de beslissing van ons gemeentebestuur.
Straks zijn wij, gidsen, met onze volgelingen niet langer welkom in die binnentuinen. Niet in de grote tuin aan de Nieuwe Gentweg. Evenmin, ik noem maar wat, bij De Pelikaan aan de Groenerei. De godshuizen van de schoenmakers in de Balstraat, ja daar wel, maar daar huist sinds jaar en dag het Volkskundemuseum met zijn heel eigen ambiance.
Enfin, wij zijn er niet langer gewenst, in onze godshuistuinen.
Kijk, da’s dus wat ze een dilemma noemen. Want woonde ik in één van die oorden, haalde ik dan opgelucht adem? Laat die toeristen hier weg en ons, bewoners van deze oases van rust … met rust? En was ik gemeenteraadslid, dan deelde ik die visie? Maar je bent gids en het stemt je droevig.
Moraal van ’t verhaal? Zit een discussie je dwars, overweeg dan de les van Jeroen Olyslaegers. Maar ‘Zoals gewoonlijk ben ik verheugd dat we het oneens zijn’ … betrap je jezelf op tegenstrijdige meningen, dan kan je daar weinig mee aanvangen.

This entry was posted in Het Brugge van nu, Het Brugge van toen. Bookmark the permalink.

8 Responses to Jammer van de godshuizen

  1. Lydia a Campo says:

    Er rest nog altijd het godshuisje aan de Noordstraat nabij het Minnewaterwaar je over de muur kan kijken. Er is daar geen of nauwlijks doorgaand verkeer van auto’s, fietsers of voetgangers dus je stoort niemand als je het deftig houdt en respect hebt (en eist van je groep) voor de bewoners.
    Die in het huisje in de linker hoek, de man met de baard in de rolstoel, vindt het fijn als je hem vriendelljk groet en vraagt hoe het met hem gaat, ik sla soms wel eens een praatje.

  2. Van Roy Luc says:

    Als gids vind ik het bijzonder jammer dat de godshuizen niet meer kunnen bezocht worden. Ze maken deel uit van ons eigen patrimonium. Brugge zonder zijn godshuizen is als een cafe zonder bier. Een bezoek aan een godshuis is een must in een Brugge wandeling.
    Doe ik al meer dan twintig jaar, nooit een probleem gehad met de bewoners, zelf het tegendeel. Vraag altijd respect voor de bewoners aan de toeristen.
    Wat mag er uiteindelijk nog wel? Hier is een taak weggelegd voor de gidsenverenigingen.

  3. Christian Deneve says:

    Inderdaad jammer, zelf kwam ik slechts binnen met kleine groepen van maximum 6 à 10 personen. Je zag ze echter soms met 24 tot 50 personen binnen stappen.

  4. Denis Vermeire says:

    Het is begrijpelijk dat sommige bewoners het beu zijn. Gidsen die dagelijks het traject afhaspelen doen het voor de centen. De overdruk van grote groepen trekken zij zich niet aan. Daarom zijn strikte regels nodig. Maar die regels dienen strikt gehandhaafd. Maximale aanwezigheid van max. per 6 personen en dit in een beperkte ruimte van de binnentuin, tijdens beperkte uren en met verplichte stilte en respect voor de privacy van de bewoners. Fotograferen kan niet. Regelmatig toezicht van een gemachtigd persoon is nodig. Alleen zo krijgt men er de slechte elementen uit. De sfeer van Brugge en de privacy van de Bruggelingen moet beschermd worden. Het toerisme heeft zijn limieten.

    • Pol Martens says:

      Mijn beste Denis, bedankt voor je aanvulling bij mijn cursiefje. Maar je pleidooi voor een correcte regelgeving daar gelaten, wil ik namens veel van mijn collega-gidsen toch pleiten voor nuance.
      Mag ik erop vertrouwen dat je aanmerking “gidsen die dagelijks het traject afhaspelen” geen veralgemening inhoudt? Het is je ongetwijfeld bekend dat niet elke Brugse stadsgids als ‘automatische piloot’ gehaast door Brugge struint …
      En tja, “… doen het voor de centen” … ’t Is waar, aan een boeiend contact met geïnteresseerde bezoekers – komt vaker voor dan je misschien vermoedt – houdt de gids, naast voldoening, ook een cent over.
      Gewoon vergoed worden voor het werk dat je doet, zou dat billijk zijn?

  5. Richard Ranson says:

    Het dilemma dat je oproept, Pol, is tegelijk interessant en niet relevant. Interessant, omdat het probleem zich wel degelijk stelt. Jaren geleden kende ik iemand die een godshuis bewoonde langs de Nieuwe Gentweg en die man werd daar gek van de toeristische overlast. Noodgedwongen ging hij wonen in een sociale woning te Sint Kruis, ver van de binnenstad weg.
    Niet relevant, omdat het duidelijk is wat het gemeentebestuur bezielt. Door de godshuizen leefbaar te houden wil Brugge zich een imago aanmeten bekommerd te zijn voor het welzijn van haar bewoners. Dat is pure marketing. Het is een symbooldossier. Het is hypocriet en het doet niets ter zake.
    De godshuizen zijn slechts een klein onderdeel van een veel bredere problematiek, waarin de leefbaarheid van het oude centrum opgeofferd wordt in het belang van de toeristische industrie. Mijn ouders, grootouders, overgrootouders waren allemaal centrum-Bruggelingen. De historische stad ken ik zo op een natuurlijke manier die nu niet meer denkbaar is.
    Jaren geleden ben ik ook zelf de binnenstad ontvlucht om te ontsnappen aan de grote sprinkhanenplaag, die het toerisme is. Daar had ik echt geen godshuis voor nodig.

    • dries simoens says:

      Richard, tot de “binnenstad” horen toch ook de stille wijken, vlak bij het centrum en toch “massatoerismevrij”.
      Ik denk bijvoorbeeld aan Sint Gillis, waar ik opgroeide in de jaren 1950, en dat zeventig jaar lang een “dorp in de stad” is gebleven.
      De jaren zijn voorbij dat ’t Zilletje een wijkburgemeester kende, maar ook buiten het “Ei” gedijt het authentieke Brugge verder, dunkt me.

  6. Alweer een reactie van het schepenbestuur op klachten over de overlast die het toerisme veroorzaakt, die alweer zijn doel deels voorbijschiet.
    Anderzijds: ik zie nog altijd terrassen waar dat absoluut niet zou mogen, een goede voetgangersverbinding door het Minnewaterpark naar de Arsenaalstraat had de sociale controle in het park kunnen vergroten en de overlast aan het kleine Minnewaterbrugje wat kunnen beperken.
    Ondanks allerlei gepruts deugt het openbaar vervoer in Brugge nog altijd niet, niet voor toeristen en niet voor de Bruggelingen (of zouden er toch ergens cijfers zijn die het tegendeel bewijzen?)…

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *