Joosje van Sint-Anna … haan zonder toren

Noem mij maar Joosje, da’s de koosnaam die de andere Brugse torenhanen mij gaven, Joosje van Sint-Anna. Al heet ik eigenlijk Joachim, daarover vertel ik straks. Enfin, Joosje, dat ben ik dus, de windhaan die zich vanouds thuis voelt op de torenspits van de Sint-Annakerk.

Althans, daar hoor ik te staan maar ’t kan verkeren. Want wandel je dezer dagen door ons parochiekwartier met zijn Volkskundemuseum, zijn Jeruzalemkapel en de geest van Gezelle op elke straathoek, dan zal je mij tevergeefs zoeken. De toren van ons parochiekerkje mist mij al een tijd. Al een lange tijd, zelfs. Zo’n kerktoren zonder haan, ‘t heeft iets hulpeloos. Wat er gaande is?
Wel, de winter van het jaar 2020, weet je nog, die ferme februaristorm? Moedig hield ik stand, die keer, hoog bovenop het torenkruis. Maar toch kwam ik er vervaarlijk scheefgezakt vanaf. Met een hoge kraan brachten ze mij naar de begane grond, een opluchting. Die dag liet  niets vermoeden welk somber lot mij wachtte. Hoe ik sindsdien roemloos stof vergaar in een zwijgzame berging van één of andere aannemer. En hoe de dorpelingen – Sint-Anna is een dorp in de stad, toch? – sindsdien geduldig wachten op de terugkeer van hun torenhaan, hun Joosje.

Maar dat geduld, dat raakt stilaan opgesoupeerd. Hadden we het daarnet over wandelen door Sint-Anna? Dan zal mijn afwezigheid je opvallen, maar ook een sober maar veelzeggend papiertje aan nogal wat vensterramen in de wijk. Met daarop vijf woorden, ‘Wij willen onze haan terug!’.
En terwijl die minuscule affiches hun eis veeleer fluisteren, roept één raam langs de Sint-Annarei luidkeels waarover het gaat.
’t Is aan Greet Bosschaert haar huis. Dè Greet Bosschaert, hoog aangeschreven illustrator van talloze kinderboeken. Met een niet mis te verstane tekening ‘Wij willen onze gouden kerkhaan terug’ zet zij de wijkboodschap kracht bij.

Als simpele windhaan wil ik niet te hoog van de toren blazen, maar ‘k meen dat wij, torenhanen, vroeger meer aanzien genoten. Ik herinner mij dat zelfs een keer iemand een boek schreef over ons, Brugse koperen hanen. Een bescheiden boekje, zoals het ons betaamt, maar met een paar verrassende verhalen. Over wat men soms vindt, bij het restaureren van een torenhaan. In zijn buik, een document dat vertelt wanneer de haan op zijn toren werd geplaatst en de namen van de waaghalzen die het hachelijke werkje opknapten.

De voorstelling van ons hanenboekje ging door in de ‘Gekroonde Laars’ in de Steenstraat. Vandaag smul je daar iets vettigs bij McDonald’s, maar in die dagen was het de thuis van de Kredietbank. Waar onder de middeleeuwse zolderbalken nu en dan een expositie doorging. Zo ook, in het voorjaar van 1994, ‘Torenhanen onderdak’ met de collectie van Hendrik Theys die een half leven lang windhanen bijeen bracht.
En weet je wie eregast was, die avond? Bruggeling en toenmalig Eerste Minister Jean-Luc Dehaene, zelf fervent verzamelaar van torenhanen.

Ik laat mij schaamteloos betrappen op heimwee naar de dagen toen Brugge letterlijk maar ook figuurlijk opkeek naar ons, koperen hanen. Was het denkbaar, toen, dat een kerktoren het jarenlang moest stellen zonder met de wind meedraaiende kukeleku?
’t Heeft met centen van doen, zeggen ze. Moeilijk te weerleggen, het onderhouden van al die gebedshuizen, hier bij ons, het kost bij wijze van spreken kerken vol geld. Maar of deze jongen, popelend om weer zijn plek in te palmen bovenop zijn Sint-Anna, daar een boodschap aan heeft? Of de mensen in de huizen aan de voet van mijn toren?

Geef ik nog een voorzetje? Eentje nog.
De restauratie, enkele jaren geleden, van ’t Provinciaal Hof op de Markt. Het poeha waarmee de pas opgeblonken Sint-Michiel weer naar zijn geveltop werd gehesen! Terecht, hé, ’t is niet zomaar een beeld. Maar kan Brugge zich voorstellen dat we het opgepoetste provinciehuis een handvol jaren laten wachten op zijn pronkende Michiel? ’t Is een bedenking, hé.

Maar ik groet bij deze mijn wijkgenoten, mede-parochianen, sympathisanten. Weet dat Joosje stand houdt, hier in zijn verlaten loods. Stand houdt zoals toen, in die kolkende storm. Dat ik stilletjes wacht op de rijzende zon, de ochtend van mijn terugkeer op de toren van Sint-Anna, onze toren. Ik zal stralen, beloofd.

This entry was posted in Het Brugge van nu, Van beesten, planten. Bookmark the permalink.

3 Responses to Joosje van Sint-Anna … haan zonder toren

  1. Daan V. says:

    Weer een fijn verhaal, Pol.
    Wel curieus dat je de haan vermeldt, maar niet het kruis dat samen met de haan van de toren werd weggehaald.
    Hetzelfde lot onderging het kruis op de toren va de Heilig Hartkerk, de vroegere kerk van de Jezuïeten in de Vlamingstraat die nu benut wordt door een Roemeense evangelische gemeenschap. Het werd vorig jaar weggehaald om veiligheidsredenen, de toren moet hersteld worden. Maar ik herinner mij niet of daar ook een haan op stond.

    • Pol Martens says:

      Bedankt, Daan, voor je compliment.
      Het kruis van de Sint-Annakerk blijft in mijn verhaal onbenoemd, je hebt een punt.
      Van de Heilig Hartkerk vind je op het net foto’s met het kruis op de toren … zonder haan.

  2. Greet Bosschaert says:

    Fantastisch! Ik kreeg je blogsite via een link door via een mail van Mieke De Jonghe. Wat een fijn en interessant verslag. Vandaag ging ik u ook mailen om u te bedanken! Jij bent me voor.
    Er komt beweging in de buurt om nog meer actie te ondernemen. Dit door het artikel in KW in verband met de affiche’s en mijn raamtekening en nu ook door jouw blogsite.
    Heel fijn om u te leren kennen via mail en merci voor het extra duwtje.
    Wordt zeker opgevolgd… en ik hoop echt , samen met de buurt, dat onze windhaan Joosje terug fier op de toren top mag staan!
    Beste groet,
    Greet

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *