Kleinburgertuin

Kunnen wij het op een akkoordje gooien? Ik verklap wat roddelnieuws en jullie beloven dat het onder ons blijft. Voilà, we verstaan mekaar.
’t Gaat over mijn baas en mijn vrouwtje. En omtrent onze tuin. Enfin, de onze maar eigenlijk vooral de mijne. Want zeg nu eens eerlijk, vrouwtje, baas, wie van ons slijt de meeste tijd in deze stadstuin? En toch, mijn huisgenoten denken daar anders over dan hun hond. En ergens versta ik dat. Honden begrijpen vaak meer dan mensen kunnen vermoeden.
Ze hebben een punt, zij waren hier eerst, mijn baas en vrouwtje kwamen hier terecht in hun eigen jonge jaren. Ik kan mij best voorstellen dat ze destijds in de wolken waren met hun woonst.

… de oude, knoestige zilverberk …

Het huis dat ze kochten was gebouwd in de vroege jaren zestig, toen in het nog redelijk pastorale Sint-Andries weiden en velden werden verkaveld dat het een lieve lust was. Veel later bezegelden baas en vrouwtje met de aankoop van dit pand in zo’n typerende buitenwijk voorgoed hun kleinburgerlijke bestaan als brave lieden die voorbeeldig uit werken gingen, alleen heel af en toe een keer iets zots deden maar voor de rest hun lening afbetaalden zoals ’t hoort.
En hun leven ging zijn gangetje. Midden een tuin die stilaan de eigenheid kreeg zoals zij die voor ogen hadden. Sta mij toe even die tuin van ons – van mij – te beschrijven, dan kunnen jullie de situatie inschatten.
Vooreerst, naar hondennormen is ‘t hier best wel ruim. Van bij het terras spurt je gezwind een heel eind het gazon op. In een boog om de oude, knoestige zilverberk heen, rakelings langs de beukenhagen, achteraan voorbij de kippenren en helemaal terug. O ja, die kippenren. Lag het aan mij, dan mochten die drie kakelaarsters genoegen nemen met veel minder tuin dan ze nu toebedeeld krijgen, maar soit.
En voorts laat het gazon zich omzomen door struiken, sierhaagjes en bloemen. Met hier en daar zomerse potten waarin ook van alles bloeit. En die dingen, waarde vrienden, die dingen liggen gevoelig.

… onze gezonde hekel
aan afgelijnde netheid.

Want je moet weten, ik ben een boxer, een jonge. En wij, jonge boxers, zijn de nozems onder de honden. Onze voorliefde voor ruige, onstuimige natuur ligt … in onze natuur. Die gaat samen met onze gezonde hekel aan afgelijnde netheid. En in deze tuin heeft dat zo zijn gevolgen. Ja, je kan hier met genoegen je poten strekken. Maar hoewel zo’n rondje de-tuin-meten doorgaans volstaat, komt het toch voor dat mijn innerlijke hond nood heeft aan nog nèt iets meer.
Kan je je inbeelden waar dat toe leidt wanneer ik, zoals gisteren, een statig bloeiende dahlia in het vizier krijg? Of wanneer een pas aangeplant perkje uitnodigt tot het graven van een putje? Nou ja, put. En als ik de inhoud van bloembakken wel eens naar mijn poot zet?Dat met die vaas op het kastje in de veranda, dat was dan weer een accidentje.
Op zo’n keren zijn vrouwtje en baas niet content. Dan hoor ik ze wel eens flauwe dingen zeggen over mij en dat stemt mij droevig. Soms begrijpen mensen minder van honden dan honden van mensen.

… jullie boxer twee weken zonder renbaan?

Enfin, laat dit volstaan om alles enigszins te duiden. Want, nu komt het, er staat iets op til. Komt een meneer langs. Ik ken hem niet, maar zoals gewoonlijk verwelkom ik hem in volle uitbundigheid. Maar algauw word ik lichtjes achterdochtig.
Want het gaat over mijn gazon waarvan baas en vrouwtje vinden dat het stilaan meer weg heeft van een hobbelige weide dan van een stadstuin. En over de meest losbandige hond van heel Brugge. Wat is mis met een weide?
Dat lossen we op na de winter, verzekert de bezoeker. Wat volgt snap ik maar half, iets ingewikkelds met uitgerolde grasmatten, maar mijn huisgenoten gaan helemaal mee in zijn verhaal.
Alleen … dat jonge gras gun je maar beter een paar weken rust, zegt de meneer en kijkt streng in mijn richting. Heb ik iets aan van hem? Maar dan spreekt hij de woorden ‘Zo’n nog losliggend grastapijt vinden honden héél verleidelijk om in te wroeten. Je houdt haar best een paar weken weg uit jullie tuin.’ Jullie tuin? De mijne, zal hij bedoelen! En tot mijn verontwaardiging zie ik baas en vrouwtje knikken. Gehoorzaam, zoals je dat verwacht van burgermensjes.
Mijn rimpelkop fronst nog meer dan anders maar dat merken ze niet. Vrouwtje, baas, jullie boxer twee weken zonder renbaan? Zonder uitlaatklep? Dit gaat over grenzen en jullie weten hoe nozems daarover denken. Dit komt niet goed.
Onze gast vertrekt en mijn huisgenoten babbelen nog wat na over wat hij voorstelt. Ik luister stil. En hoor hen iets in vraag stellen. Of ’t wel haalbaar is, hun hond twee weken zijn vrije loop afnemen. Oef, ze vinden het geen goed idee. Soms begrijpen mensen meer van honden dan je zou vermoeden.
Ik zie ze graag, mijn vrouwtje, mijn baas. En heel stilletjes weet ik, ze zien mij ook graag. Althans tot volgende zomer. Tot een eerste prille hortensia sneuvelt in mijn tuin. Pardon, onze tuin.

This entry was posted in Het Brugge van nu, Van beesten, planten. Bookmark the permalink.

5 Responses to Kleinburgertuin

  1. Mireille Schepens says:

    Mooi!

  2. Van Coillie Joos says:

    Ik zorg alvast voor nieuwe statige dahlia’s die je zo mooi vindt .
    Maar blijf er dan wel met je pootjes van af volgend jaar.😉

  3. Leen Lietaer says:

    Dag Pol en Brigitte,
    ik heb enorm genoten van de lectuur van jullie kleinburgertuin.
    Leuk om alles te beschrijven vanuit het standpunt van jullie sympathieke boxer.
    Grappig en speels is hij. Je kunt niet anders dan zo’n dier sympathiek vinden… hij volgt gewoon zijn hondeninstinct en dan botst het wel eens.

  4. Lucrece Vanhee says:

    Goede avond Pol en Brigitte, wat een herkenbaar verhaal.
    Er loopt hier een chocoladebruine labrador rond die volledig akkoord gaat met het verhaal van jullie boxer.
    Ook zij denkt dat de tuin van haar is … zeker in de herfst als er peertjes en appels aan de leibomen hangen …
    Gelukkig was het dit jaar een fruitjaar 😂
    Graag helpt ze mee met het planten in de borders… ttz ‘uitplanten’ …
    Gusta vindt het super, het vrouwtje minder 😂
    Groetjes
    Lucrèce en 🐾 Gusta

  5. Carine says:

    Mokke is jullie dankbaar 😉
    Mooi verhaal!

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *