Margareta’s verjaardag …

Het vereiste lang, grondig en onbevangen onderzoek. Vandaag presenteren wij dan ook met niet geringe trots het resultaat van onze studie. Ondergetekende, bescheiden amateur-geschiedkundige, vraagt een stonde van uw kostbare tijd. Want de kunstgeschiedenis hoeft dan wel niet herschreven te worden, onze bevindingen werpen wel een heel nieuw licht op één van de grootste mysteries uit het verhaal van de Westerse kunst.
Een Brugse afficheverzameling, daar moét wel een map te vinden zijn waarin “Vlaamse Primitieven” een rol spelen. Ook al is die benaming, “Vlaamse Primitieven”, volgens sommigen inmiddels achterhaald. De term zou pas in de jaren achttienhonderd zijn bedacht, in de tijd toen de kunstgeschiedenis in vakjes werd onderverdeeld. Althans, dat beweren kunsthistorici en andere schilderijgeleerden. Zogenaamde kenners, maar ik zeg u: ze vertellen onzin!
Want ze zijn er niet bij, die avond waarop Jan van Eyck en zijn Margareta de collega’s van de grote schilder inviteren bij hen thuis. ’t Is voor Margareta’s verjaardag, haar drieëndertigste.
De genodigden zien dat allemaal zitten, ’t is steevast goed toeven bij Jan en Margareta in hun riante pand in de Sint-Gillis Nieuwstraete, die we vandaag Gouden Handstraat noemen. De gastvrouw verjaart pas zondag, maar de gasten zijn al een paar dagen eerder naar Brugge afgezakt. Sommigen komen van een heel eind en dus stelden de schilder en zijn eega voor om er meteen maar een weekendje van te maken.
Die vrijdagavond is goed voor een nachtje doorzakken in Jan’s ‘mancave‘ van waar je uitkijkt op de Gouden Handrei. Daar komen nogal wat roemers wijn aan te pas. Wijn uit de Moezelvallei, in die tijd de meest gewaardeerde wijnstreek, langs het Zwin aangevoerd door Keulse kooplui.

Van uit Jan’s mancave keek je uit op de Gouden Handrei …

Jan’s toonaangevende tijdgenoten zijn allemaal present: meester Rogier van der Weyden, de grote Robert Campin, nestor van ’t gezelschap, de  jonge Dirk Bouts en nog een paar anderen. Jan’s voorstel om een schildersclubje op te richten wordt onthaald op klinkende glazen. Waarna oeverloos wordt gezwansd over een clubnaam. Iemand bedenkt het nogal pretentieuze “Art Nouveau”. Hoongelach! “Impressionisten”, probeert Dirk Bouts in jeugdige overmoed en ze liggen zowat onder tafel van ‘t lachen. Zo passeren nog een paar voorstellen, het ene nóg absurder dan het andere, wanneer Margareta haar entree maakt met haar alom geprezen kaastaart.
Waarop Rogier van der Weyden haar vraagt of zij soms een idee heeft voor een naam. Terwijl ze de romige delicatesse een plaats geeft tussen roemers en baardmankruiken, knipoogt ze: “Zeg mannen, als ge dan toch zo onnozel wilt doen, kunt ge uzelf net zo goed Vlaamse Primitieven noemen!
Maar dat is ‘t!”, juicht Robert Campin, “Geniaal, vrouwe Margareta! En het staat zo goed op affiches!”.
’s Morgens worden de heren wakker met een kater en Jan moet dat portret van zijn Margaretha nog afmaken, het verjaardagscadeau dat hij voor haar heeft bedacht. En zo raakt een verslag van die avond op de lange baan.
Maar toch: zo is het gebeurd.

This entry was posted in Het Brugge van nu, Het Brugge van toen, Van schilderen en plaasteren. Bookmark the permalink.

7 Responses to Margareta’s verjaardag …

  1. Herùan Gevaert says:

    Heb je de affiche van de Slabbinck tentoonstelling in 2015 in Sint-Pieters?

    • Pol Martens says:

      Jawel, Herman, bedankt om mij erop te wijzen. De affiche vond een onderkomen in mijn collectie. Ze wordt zorgvuldig bewaard. Wat Rik Slabbinck’s woning-atelier helaas niet overkwam.
      Misschien moet ik de affiche maar een keer aanwenden om daar iets over te schrijven op mijn blog …

  2. Jozef De Coster says:

    Haha. Si no e vero e ben trovato.

  3. Lietaer Leen says:

    Je hebt dat weer heel origineel bedacht, Pol!

  4. Paul Monballieu says:

    Mooi gevonden…vind al jaren de term “primitieven ” volledig misplaatst zeker voor Jan van eyck. Is waarschijnlijk niet zo denigrerend bedoeld als het klinkt. Maar toch.

    • Lydia a Campo says:

      Primitieven verwijst naar ‘primus’, latijn voor’ de eerste’. De Duitse en engelse term is Alt-Niederländische Mahlerei, en Early Netherlandisch Painting. Dat roept associaties op met onze noorderburen, een land en benaming die toen niet bestonden, hoewel ‘nitherland’ wel gebruikt werd om het huidige Nordrhein-westfalen aan te duiden. Ik prefereer toch de term Vlaamse Primitieven, anders gaan de Hollanders met de eer lopen! Vooral als je bedenkt dat er een aantal van uit het noorden naar hier is afgezakt omdat hier nu eenmaal het epicentrum van de kunst lag (en de meeste kopers/opdrachtgevers). De meesten onder hen, inclusief van Eyck, waren ook geen vlamingen zoals men dat toen verstond, maar ze verdienden allemaal wel hun brood in Vlaanderen!

      • Pol Martens says:

        Hoewel je met je antwoord mijn ‘bevinding’ onderuit haalt, Lydia, kan ik je bezwaarlijk ongelijk geven. En uiteraard was van Eyck geen ‘Vlaming’. Net zo min als nogal wat van zijn ‘clubgenoten’.
        Eigenlijk is, zoals je aangeeft, zowel de verwijzing naar ‘Vlaams’ als die naar ‘Nederlands’ naast de kwestie.

Een reactie achterlaten op Lydia a Campo Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *