Margriet Hermans en de beiaardier

Had u mij die ochtend gezien, daar midden de Markt, dan schudde u meewarig het hoofd. Om de vraag wat mij bezielde om daar plots aan de voet van het belfort halt te houden, mijn fiets aan de hand en om me heen kijkend alsof ik er voor het eerst kwam.
Al kon ik het, althans voor mezelf, uitleggen.
Het was de schuld van de beiaardier, ginder hoog in het belfort. Want wat was dat ook weer voor melodie die hij trommelde op dat robuuste klavier van hem? Op het spreekwoordelijke puntje van mijn tong lag het antwoord en ik hoopte het, als ik geconcentreerd luisterde, meteen te benoemen. Niet, dus.
Of althans, niet meteen.

Pas toen ik met een zucht van lichte teleurstelling mijn weg naar de bib vervolgde en de laatste noten van het onmiskenbaar bekende lied werden meegenomen door de wind, daagde het plotsklaps in mijn warrige geest. Dat had ik toch kunnen weten, dat Wim Berteloot zijn zaterdagse ochtendconcert zou wijden aan de ons onlangs ontvallen Margriet Hermans? En zodoende klonk vanuit de toren het refrein van haar meezinger “Alle mooie mannen zijn zo lelijk”, u niet onbekend neem ik aan.
Margriet Hermans, een madam uit één stuk, laten wij het daarover eens zijn. Een terechte keuze dus van de stadsbeiaardier, zijn eerbetoon aan een volkse, gevierde zangeres. Maar evenzo een groet aan een dame met een politiek engagement, een onverbloemde openheid rond biseksualiteit en bewust alleenstaand moederschap. En niet in de laatste plaats een saluut aan een moedige vrouw die bij het einde van haar leven koos voor een waardig slotakkoord.
Intrigerend? Het adjectief lijkt voor Margriet bedacht.

Vanmorgen hou ik mij voor onbepaalde tijd op in mijn affichekamer. EĂ©n en ander opdiepen over Margriet Hermans. En in één zoektocht ook een keer nagaan hoe het zit met beiaardaffiches. En ook nu is ‘t weer de schuld van onze stadsbeiaardier. Tweevoudige schuld, nog wel.
Want naast de hulde die Wim Berteloot bracht aan Margriet Hermans, komt er straks ook nog een beiaardavond rond een andere figuur, gekend in muziekmiddens. Al klinkt de naam Eugeen Uten minder vertrouwd dan die van Margriet.

Al klinkt de naam Eugeen Uten
minder vertrouwd dan die van Margriet.
– foto stadsarchief – ‘erfgoedbrugge.be’ –

Even duiden. Onze Wim Berteloot, gerespecteerd stadsbeiaardier, nam de fakkel over van Frank Deleu. Die volgde in 2008 Aimé Lombaert op. En voor Aimé de Brugse beiaard beroerde was dat, zowat vijfendertig jaar lang, van 1949 tot in 1984, de taak van Eugeen Uten.
Eugeen overleed een kwarteeuw geleden en dat wordt komende woensdag op de beiaard herdacht met een heuse huldeavond. Een keure aan beiaardiers – sommigen herinneren zich Uten als hun leermeester –  tekent present.

Waaruit blijkt dat in het kleine beiaardwereldje zijn naam nog altijd klinkt als, nou ja, een  klok. Zelf is ondergetekende geenszins thuis in dat milieu. En toch herinner ik mij Eugeen Uten. Dat zit zo.
In onze jonge, zotte jaren haalden wij onze neus op voor die klokkenkleppers in het belfort. Beiaardklanken waren deuntjes met een mottenballengeur.
De platen die we draaiden, de radio waar we naar luisterden, waren lichtjaren ver verwijderd van de folklore uit het belfort.
Was het in die dagen de Lastige Bruggeling of een ander alternatief blad dat met hooghartige dedain de spot dreef met die muffe beiaardier, ene Eugeen Uten, en zijn belegen Tinneke-van-Heule-muziekjes?
Zo’n uithalen, dat vonden wij geestig, natuurlijk.

Al kan het verkeren. Want op een dag lazen wij in die andere lokale, brave gazet wat de beiaardier was overkomen. Een somber verhaal. Over boelzoekers die zich Vlaamse Militanten Orde noemden en op een voorjaarse zondagochtend het Brugse belfort wilden ‘veroveren’. Waarbij ze plots oog in oog stonden met de stadsbeiaardier en die zag allerminst heil in het plan van het stel fanatiekelingen. De snoodaards zadelden hem op met een diepe snijwonde aan de pols, geen futiliteit voor een man die zijn brood verdient aan een klavier.
De beiaardier verwierf in onze perceptie het aura van verzetsheld en ineens vonden we Eugeen Uten wĂšl een toffe peer.
Na maanden revalidatie kon de trotse muzikant weer zijn passie uitleven. Tot in 1984, wanneer hij op rust ging. Als ‘afscheidscadeau’ verzorgden zijn bewonderaars een beiaardfestival en in het Provinciaal Hof een tentoonstelling. Ook toen al gold Eugeen Uten als een man met aanzien.
Beiaardvirtuoos, componist, leermeester van enkele van zijn opvolgers, man die paraat stond om ‘zijn’ belfort te behoeden voor lieden met donkerbruine ideeĂ«n.
Intrigerend, het woord lijkt voor Eugeen bedacht. Of hadden wij het hier al eerder aan iemand anders toegeschreven?

This entry was posted in Het Brugge van nu, Van zingen en spelen. Bookmark the permalink.

1 Response to Margriet Hermans en de beiaardier

  1. dries simoens says:

    Sint-Lodewijks, 1959, vijfde leerjaar.
    “Ik woon het hoogst van alle klasgenoten”, aldus Bruno Uten, op de vraag van meester Demarest aan al zijn leerlingen om iets bijzonders over hun thuis te zeggen.
    Bruno was de zoon van Eugeen Uten, de toenmalige stadsbeiaardier.
    Thans, zestig jaar later, zet Bruno Uten met talloze vrijwilligers in om oudere mensen – ook die met een beperking – in contact te brengen met cultuur, door initiatieven als ‘Vier het Leven’ en ‘Cultuur Vuur’, waarvan hij de bezieler is.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *