Op weg naar de Goezeput … de jongen met de pijp

Die late namiddag wandel ik over ’t Zand, de Boeveriestraat in. Kijk, de wolken boven West-Brugge laven zich nog heel even aan een lage winterzon. ‘k Ben in zo’n dagdromenerige stemming en denk terug aan vanmorgen, zij en ik aan ’t ontbijt. En wat ze voorlas uit de krant. Dat het deze week op één en dezelfde dag ‘dikketruiendag’ èn ‘doe-eens-vriendelijk-dag’ is. Van dat laatste hadden wij nimmer gehoord en dus ging zij op zoek naar een lijstje met themadagen. ‘Gedichtendag’, ‘dag van de arbeid’ en meer van dat. Veel meer en zelfs de meest bizarre themadagen.

– foto erfgoedbrugge.be/beeldbank –

Zo is er niet alleen een ‘dag zonder tabak’ maar, merkte ze stilletjes lachend op, ook een heuse ‘internationale pijprokersdag’! Da’s nu, vrijdag!
Ik probeerde mij er iets bij voor te stellen. ‘Pijprokers aller landen, verenigt u!’ Was hier bij ons van zo’n oproep ooit een spoor te vinden?
En warempel, na een tijdje zoeken op ‘erfgoedbrugge.be’, site waarop ik wel vaker en met plezier verloren loop, vond ik op een foto van meer dan een eeuw geleden, de ‘Brugse club van vrijgezellen-pijprokers’. In iets dat op een tuinprieeltje lijkt, kijken vijf mannen ietwat nors voor zich uit. Een select gezelschap dat het pijproken als zinvolle bezigheid promootte? Moest kunnen, in tijden waarin tabak nog ongevaarlijk leek.

En zij en ik, we lieten onze gedachten afdwalen naar een zomer uit ons jonge leven, de zomer waarin ik stopte met pijproken. Wij twee, op toer door Bretagne, we sloegen avond na avond ergens anders ons tentje op. En op een keer, bij het alweer alles uitpakken, bleek mijn pijp spoorloos. ‘k Zie me daar nog zitten, beteuterd aan ons blauwe klaptafeltje, mijn nutteloos geworden, halfvolle pakje Semois bij de hand. Maar ’t was daar dat ik mij voornam, als mijn pijp niet meer opduikt, stop ik met roken. Het kleinood bleef onvindbaar en de roker hield woord.
Hoe raar het kan lopen in ’t leven.

De avondzon dommelt in achter de Kapucijnenkerk, nog heel even baden de straatgevels in een deugddoend warme gloed die lijkt op te lichten uit een ver verleden wanneer ik de jongen langs het voetpad mijn kant zie opwandelen.
‘k Zou amper op hem letten, ware ’t niet van zijn opvallend achterhaalde kledij. De hoge rolkraag van zijn wintertrui kan ermee door, maar met die olifantenpijpen broek lijkt ie helemaal weggelopen uit de jaren zeventig. Maar wat het meest mijn aandacht trekt, is dat pijpje, schijnbaar nonchalant in zijn mondhoek.

Hij komt langs en ik vertraag mijn pas. Kijk hem aan en zeg ‘m dat het mij bijna plezier doet, eindelijk nog een keer een jonge gast met een pijp!
Hij gniffelt, neemt het pijpje in zijn hand en toont mij trots zijn pakje Semois. Vertelt dat hij zo’n pijptabak verkiest boven de sigaretten van zijn schoolmakkers, hier verderop in ’t VTI.
Hoezo, denk ik, VTI? Die school is hier in de Boeveriestraat toch al een tijd weg?
De jongen zwijgt even, kijkt mij recht in de ogen. Wie of wat herken ik in die blik?
Maar hij vervolgt zijn verhaal. ‘k Zit in ’t laatste jaar, zegt hij. ‘k Ga mijn vrienden missen maar er is meer in het leven dan ’t school.
Zoals? Ik vraag het, stilaan benieuwd naar wat zo’n jonge gast bezighoudt.
‘k Ben op weg naar mijn lief, zegt hij met geveinsd stoere zelfzekerheid, we hebben afgesproken in de Goezeput.
De Goezeput? Maar wacht, dat klopt niet! Even weet ik niet wat ik hoor … De Goezeput, de bruine kroeg waar wij rondhingen in onze schooltijd!

En dan gaat mij een licht op.
Vanmorgen … de spiegel in onze badkamer … de blik van deze knaap …
Enfin, ik ga ervandoor, zegt de jongen en neemt zijn pijp weer in de mond. Mijn lief zegt dat ze in de Goezeput de nieuwe langspeelplaat van Rum hebben, da’s echt een machtige groep, ‘k ben benieuwd …
We zeggen mekaar salut, de jongeman en ik, en hij vervolgt zijn weg. Ik kijk hem na.
Het komt goed, jongen, bedenk ik. Ooit laat je je onzekere zelf achter je en vind je je draai. Al bij al wacht jullie een schoon leven. Dus dat lief van jou, koester haar.
Enne, nog iets …
Die pijp, wil je daar ooit vanaf komen … Ga dan samen op pad … Naar Bretagne, bijvoorbeeld.
Maar vooral, ga erheen met een tentje!

This entry was posted in Het Brugge van toen. Bookmark the permalink.

8 Responses to Op weg naar de Goezeput … de jongen met de pijp

  1. Daniël Dehulster says:

    Hey Pol, zou je nog weten wanneer café/bistro De Goezeput zijn deuren definitief sloot?
    Ik hield de laatste maand De Goezeput open.
    Gesloten door de toenmalige B.O.B.
    Zelf was ik geheelonthouder, in die tijd toch … 🙂 !

    • Pol Martens says:

      Iets zegt mij dat een paar lezers van dit cursiefje een antwoord weten op je vraag, Daniël.
      Trouwens, dat jij ooit achter de toog van de Goezeput stond is nieuws voor mij.
      De aanzet tot jouw opstart van de Versteende Nacht, mag ik aannemen?

  2. Rudy De Nolf says:

    In de Goezeput werd er niet alleen Semois in de pijp gestopt…

    • Pol Martens says:

      Heb je dat van horen zeggen, Rudy, of … 🙂
      Hoe dan ook, de neergang van een etablissement dat oorspronkelijk bedoeld was als relatief ernstig cultuurhuis …

      • Noël Geirnaert says:

        De Goezeput, toch ook met een vaag ultrarechts sausje,
        met bijvoorbeeld een tentoonstelling van nazi-kunstenaar Arno Breker.
        Ik ben met dat pas later bewust geworden.

        • Pol Martens says:

          Een merkwaardige geschiedenis, die van de Goezeput, Noël, een huis waar gaandeweg enig illegaal genotsmiddel werd gedoogd – wat in die dagen werd geassocieerd met ‘langharig, werkschuw links tuig’- terwijl de ambiance daar blijkbaar toch stilletjes naar rechts opschoof …

  3. Filip Van Roye says:

    De Goezeput, dat was verboden terrein voor die van “‘t College”.
    Maar mijn pijp, ik stopte ze met Wervikse, mis ik na 35 jaar nog altijd een heel klein beetje.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *