Orgels …

In de Onze-Lieve-Vrouwkerk wachten ze ongeduldig op de restauratie van hun orgel, het stond onlangs in de krant. Waaraan denkt u bij het woord ‘orgel’? Misschien zit u ineens weer in de zondagsmis, op zo’n ongemakkelijke kerkstoel, terwijl u een geeuw onderdrukt omdat het weer héél lang duurt. Of is het woord ‘orgel’ een vergeelde foto van een oud familiefeest? Nonkels en tantes die dansen op de zanderige deuntjes van zo’n hammondorgel waarop een kettingrokend jongmens de hits van ’t moment door de mangel haalt. Of neen, u bent een echte liefhebber die een orgelconcert in de kathedraal weet te appreciëren. Met orgels kunnen we alle kanten op.


En wie weet, herinnert u zich het orgelmuseum. We hebben hier in Brugge onze Primitieven en kant en meer kostbaarheden. Maar, jongere lezer, ooit hadden we ook een museum vol orgels. Op ’t Zand, in het pand waar je tot voor kort in de Wibra voor kleingeld kleinoden trof. Daar werd ons orgelmuseum open gehouden. Eigenlijk gebeurde dat open houden aan de achterkant van het gebouw. Dat perceel loopt helemaal door tot aan het beursplein en daar was de ingang. En eenmaal binnen vond je dus die verzameling dansorgels. Ooit stond in elk café dat zichzelf respecteerde zo’n automatisch orkest. Pas toen in de jaren vijftig de jukebox opgang maakte, werd het dansorgel naar de uitgang van het uitgaansleven geleid.


’t Waren ambachtelijke hoogstandjes, van Decap, Mortier, Hooghuys, namen van bouwers die klonken als …  nou ja, als een orgel. En in ons museum kon je op de deuntjes die er klonken een dansje placeren. Een walsje van Strauss of de vogeltjesdans. In welk museum kan je dat? Enfin, het concept sprak tot de verbeelding. Ook van Japanners, en dat zou zo zijn gevolgen hebben.
Ooit stond de wieg van die collectie in Koksijde. Een opkoper van occasie auto’s kocht zo’n muziekmeubel, kreeg de smaak te pakken en sloeg aan ’t verzamelen. Automatische orkesten in alle denkbare formaten, materialen en kleuren. En midden de jaren tachtig kwamen die in Brugge terecht.
Maar voor alles is een tijd, aan die wetmatigheid ontkomt ook een orgelmuseum niet. En wat ooit begon als een verzameling in Koksijde, verkaste ergens rond het jaar negentig van vorige eeuw naar … Japan. Komt ervan, als ge Japanse toeristen binnenhaalt!
Klinkt als een ietwat droevig eind, maar gaat u even zitten, dan melden wij u het èchte einde. Of toch wat ons daarover werd verteld. In Japan vonden de orgels onderdak in een museum. En geloof het of niet, Matsushima, de stad waar het museum stond, viel in 2001 ten prooi aan de fameuze tsunami. Wat zich rond de kernreactor van Fukushima voltrok was buiten alle proportie. Vergeleken daarmee is de schade die werd aangericht aan een collectie dansorgels in een stad, verderop in het land, klein bier. Maar toch. Arme orgels.
Wat er uiteindelijk terecht kwam van de pronkstukken, het is ons op dit moment niet duidelijk. Iemand ginder in Japan in de buurt geweest, onlangs? We vernemen het graag. Want ’t blijft toch ook een beetje ons museum, hé.
Hier hebben we geen dansmachines meer. Hoewel. In ’t Boudewijnpark hebben ze nog een groot automatisch orgel. Het was er lange tijd blikvanger, eentje van Hooghuys, één van die grote namen in het milieu. Het staat in de coulissen van één van de feestzalen stof te vergaren, weten we uit welingelichte bron. Misschien kunnen ze er in de Onze-Lieve-Vrouwekerk iets mee aanvangen, in afwachting van de restauratie van hun kerkorgel?

En we hebben voor dit verhaal nog een bemoedigend slot voorzien, waarde lezer. Zo zijn we. Want wat vonden we? In het schone dorp Leffinge woont Eddy Goderis. En weet je waaraan die mens zijn hart verloor? Ja, hoor, dansorgels! ‘De Zoeten Orgel’ heet zijn collectie en die kan je bezoeken. Alle praktische info vind je op
https://www.kusterfgoed.be/erfgoedspelers/
Doe je de groeten aan Eddy? En vraag een liedje aan voor mij, wil je? Ge moogt zelf kiezen.

This entry was posted in Muziek algemeen. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *