Hij en zijn wederhelft komen wel vaker vanuit de Kempen langs, hier in Brugge. Maar dit keer willen ze zowaar een koppel vrienden uit Polen verrassen met een bezoek aan onze stad. Zijn vraag of ik voor zijn gasten een Brugse historie kan linken aan de geschiedenis van hun land, daar moet ik nog even over nadenken.
We spreken af aan het Kanaaleiland. Daar wordt het gros van de parking tegenover het jonge Cactus Muziekcentrum ingepalmd door toeristenbussen, maar een hoek ervan is voorbehouden voor mobilhomes. Het is met zo’n mobilhome – of noem ik het een camper? – dat ze uit Kalmthout naar Brugge komen.

En terwijl ik op hen wacht, vraag ik mij af waarom in onze spreektaal een vanouds vertrouwd woord als ‘mobilhome’ zich de voorbije jaren gewillig in de berm liet rijden door het meer trendy ‘camper’. Allebei van vreemde komaf, rolden ze ons taaltje binnen langs de grote poort van het toerisme. Maar vandaag geraakt ‘mobilhome’, het woord, niet meer door de keuring en rijden in onze omgangstaal nog enkel Angelsaksische ‘campers’ langs onze wegen.
Maar laat ons een keer ons verstand samenleggen, misschien kan één of ander woord van bij ons doorgaan als volwaardig equivalent? Het eerste wat mij in gedachten komt … ‘woonwagen’? In ’t Duits, liet ik mij vertellen, staat ‘Wohnwagen’ voor caravan, maar dat zal ons een zorg wezen. Is ‘wagen’ in ons taaltje niet gewoon synoniem voor ‘auto’? En wat is een camper? Een auto, een wagen waarin je wonen kan! We zijn eruit geraakt! Campers en mobilhomes aller straten, ruim plaats voor de ‘woonwagen’!

’t Is waar, het Bokrijkgehalte van ‘woonwagen’ valt moeilijk te ontkennen. Het woord voert ons terug naar vroeger tijden, naar het circuswereldje van toen. En ook de nomadisch levende Roma trokken van hot naar her in woonwagens. En vergeet niet, lang geleden in ons grootouders tijd, werd zo’n woonwagen door paarden getrokken. De trage dagen van toen, ’t had zijn charme.
Maar niets weerhoudt ons ervan om onze camper voortaan als ‘woonwagen’ te benoemen. Doen?
Ik laat mijn mijmering voor wat ze is, mijn gasten draaien de parking op met hun camper, pardon, woonwagen. Een koppel van op de Kalmthoutse Heide en eentje van een heel eind verder, maar we vinden mekaar in het Engels waarmee onze Poolse gasten meer vertrouwd zijn dan ik verwachtte.
Het traditionele wandeltraject brengt ons naar het hart van de stad. Ik wacht tot bij het Sint-Janshospitaal met zijn onovertroffen collectie werken van Hans Memling om mijn Poolse gasten een verhaal te vertellen. Het verhaal van hen èn van ons. Een historie met een meesterwerk van Memling in de hoofdrol, zijn onovertroffen ‘Het Laatste Oordeel’. Zelden beleefde een schilderij zo’n bewogen avonturen.

Avonturen waarvoor we terugkeren naar een Bourgondisch Brugge in het voorjaar van 1473. Met een laatste penseeltrek voltooide meester Memling zopas zijn drieluik in opdracht van Angelo Tani, in Brugge de vertegenwoordiger van de Florentijnse Medici-bank. Het werk vergde Memling enkele jaren. De charme van trage dagen?
Wanneer het kunstwerk op 10 april 1473 in de haven van Damme met de grootste omzichtigheid aan boord wordt gehesen van het galjoen San Matteo, kan niemand vermoeden dat het zijn bestemming, een kerk in de buurt van Firenze, nooit zal bereiken.
Op weg naar de Middellandse Zee is een tussenstop in Londen gepland. Maar op de woelige wateren voor de kust van Duinkerke wordt de San Matteo geënterd door een zwaarbewapend karveel onder commando van Pavel Beneke. Die Beneke, een geducht piraat, maakt al langer de Noordzee onveilig in opdracht van de Duitse Hanze die overhoop ligt met de Engelsen. Hij heeft het gemunt op elke boot die afstevent op Engeland. En, mooi meegenomen, op alle buit die hij daarmee binnenhaalt.

En zo komt het voor Firenze bedoelde meesterwerk van Memling terecht in … de Hanzestad Gdansk. Einde van zijn omzwervingen? Bij lange niet. Volgt u even. In de dagen van Napoleon wordt het omvangrijke werk overgebracht naar het Louvre. Met paard en kar, we zien het zo voor ons. Trage dagen, zei u?
Na Waterloo nemen de Pruisen het mee naar Berlijn, maar na een paar jaar komt het weer in Gdansk terecht. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, u raadt het, nemen de nazi’s het mee naar hun heimat. Vervolgens ‘ontfermen’ de Russen zich erover en verhuist het naar de Hermitage in het toenmalige Leningrad. In 1956 komt ‘Het Laatste Oordeel’ tenslotte toch weer naar Gdansk.
Neen, Firenze zag het nooit. Trouwens, u gelooft het amper, maar één keer keerde het veelluik terug naar de plek waar zijn grootmeester het voltooide, hier bij ons in Brugge. In 1994 konden wij het in volle glorie bewonderen op de vermaarde Hans Memling Retrospectieve in ons eigenste Groeninge.

Dat het tegenwoordig nog zou lukken, zo’n buitenmaats topwerk in bruikleen krijgen, lijkt ons weinig waarschijnlijk. Voortaan moet je helemaal naar het Nationaal Museum in Gdansk, Polen, om het te zien. Of in diezelfde stad naar de Mariakerk, waar het werk oorspronkelijk door de gelovigen aanbeden werd. Daar hebben ze een indrukwekkende kopie. Dat vernam ik van mijn Poolse toehoorders, zo leer je nog een keer iets bij als gids.
De rondleiding zit erop, mijn gasten keren met hun woonwagen terug naar Kalmthout en ik fiets naar huis, naar Sint-Andries. Met in dat dromerige hoofd van mij de odyssee van Memlings kunstwerk. Dat en een plan. Een plan om iets te beginnen als reisorganisator.
Hier mijn advertentie voor ‘Reizen Memling‘.
Waarde reisliefhebber, ik neem u mee, één keer, op reis. We gaan op ‘grand tour’. Trekken van stad naar stad, langs alle eindeloze wegen die ‘Het Laatste Oordeel’ aflegde.
O ja, en zoals dat doorgaans gaat bij promopraat, let op de kleine lettertjes … ‘Aanbod onder voorwaarden’ staat er. Eén voorwaarde. Dat we comfortabel op weg gaan. Per woonwagen, dus. Mobilhome? Camper? Neen, een echte, getrokken door paarden. Trage dagen, het lijkt mij wel wat.
Omtrent 1953-56 was er nog de jaarlijkse ‘Oosthoek kermis’ in de wijk van De Panne waar ik woonde en dan kwamen nog een kermisuitbaters met paard en kar en hun woonwagen een week logeren op de hoek van de straat waar ik woonde.
Attractie was de “sliengerpies” of zwiermolen. Later reed diezelfde Jeftje met een open vliegtuigachtige kar, getrokken door zijn paard over het strand, vol geladen met kinderen die wellicht ook op de rug van zijn ezeltjes toerden.
Nu moet het allemaal in veramerikaanst Engels. Eén iets kan ons niet worden afgenomen: Memling.
Wie was hij eigenlijk? Naast de vele verhalen over de aangespoelde huurling en de nonnetjes van het St Janshospitaal die hem verzorgden, of zijn huizen in de Sint Gilliswijk, wat is historisch juist?
Mooi artikel
Mijn jonge neefje had moeite om ‘mobilhome’ correct uit zijn mond te wringen.
‘Lobium’ was zijn versie, bekt goed en de connotatie met ‘valium’ is een gratis bonus.