Steven Van Havere … not your drummer!

De kleine wil muziek maken. Viool spelen? Piano of gitaar wellicht? Neen, mama, drummer wil ik worden! Valt een stilte over het huis, het zwijgen van gezinsgenoten die er het hunne van denken. Stilte die in de dagen die volgen gemist zal worden.
Maar dat de dreumes meer in zijn mars heeft dan lawaai maken, daar komen ze bij hem thuis pas later achter. Want klein Steventje weet dat zotte bravoure weinig toevoegt aan zijn slagwerk. Techniek en creativiteit, daar draait het om! Goei slagwerk is het zout op muzikale patatten!
Al heeft drummen niet zelden iets weg van een achterhoedegevecht. De vroege Beatles in zo’n  korrelig zwartwit filmpje. Vooraan op het podium, John, Paul en George die de ziel uit hun lijf spelen, met aan hun voeten in katzwijm vallende deernen. Met goeie ouwe Ringo die instaat voor een vakkundig getimed ritme, bescheiden op de achtergrond.
Maar kan het ook anders. In de rokerige jazzkroegen van de jaren stillekes keek men allerminst op van een drummer als voorman. Saxofonist, trompetter, bassist of zangeres, allemaal in loondienst bij de drummer-frontman. Bij wie thuis is in jazz roept dat meteen namen op van een Chick Web, een Art Blakey of een Max Roach. Stuk voor stuk drummers-bandleaders.

… ook wanneer hij tussendoor optrekt met Hooverphonic.

Wacht, ik trakteer u op een verkwikkend verhaal dat sinds lang de ronde doet. Wijlen Charlie Watts, drummer bij de Rolling Stones, was een jazzman in ’t diepst van zijn ziel. Hij wees Max Roach aan als één van zijn grote helden.
Op een keer wil een lichtjes benevelde Mick Jagger in het hotel waar de Stones logeren een nachtelijk feestje bouwen voor zijn entourage. Hij belt de receptie en vraagt naar ‘my drummer’. Charlie hoort daarvan en komt langs. Trakteert Mick op een ferme dreun op zijn bakkes en op de onsterfelijke woorden “Don’t ever call me ‘your drummer’ again. You’re my fucking singer!”
Een waar gebeurd verhaal? Dat zullen we nooit weten. Maar wel dat het ons leert dat drummers op hun strepen staan. Je kan je er iets bij voorstellen.
Of dat ook geldt voor drummers van bij ons? Brugse drummers? Nogal wat lezers, neem ik aan, zullen er net als ik weinig kunnen opnoemen. Maar het Steventje van daarnet is als Steven Van Havere wèl een naam geworden. Wat de man realiseerde met zijn muziekschool-project Metronoom zit daar voor veel tussen. Maar Steven is boven alles drummer en zijn reputatie in het vak is er eentje om in te kaderen.
De jonge Steven hangt al een tijd rond in het Brugse muzikantenmilieu wanneer hij in 1993 bij Gorki, de groep van Luc De Vos, het drumstel mag inpalmen. Het is overigens Luc die hem de overstap gunt naar een ander op dat moment nog pril, maar beloftevol groepje. Arid, met zanger-frontman Jasper Steverlinck, wordt de nieuwe muzikale thuis van Steven.

Zo komt het dat wanneer op 20 april van het jaar 2002 in de gloednieuwe, nog naar mortel en bouwvakkerszweet ruikende Magdalenazaal het dan al vermaarde Arid aantreedt, Steven Van Havere de drumsticks beroert.
Steven zal blijven trommelen bij Arid, ook wanneer hij tussendoor optrekt met Hooverphonic.

En midden al die slagwerkdrukte daagt in Brugge ineens Metronoom op. Was ondergetekende de enige die in 2012, wanneer alternatieve muziekschool Metronoom haar deuren opende, zich stilletjes afvroeg of zo’n gewaagd avontuur een lang leven beschoren was?
En of hij het mis had. Voor veel stadsgenoten met goesting in muziek is het begrip Metronoom nog amper weg te denken. Trouwens, van het Brugotta-project – jong muziekgeweld dat een heuse concertzaal laat vollopen – zou weinig in huis komen zonder de ruggensteun van een heuse Metronoom-band.
Met als voorman zowaar … een drummer.

Vier jaar geleden leek het erop dat bij het overlijden van Charlie Watts het doek zou vallen over één van de meest invloedrijke rockgroepen uit de geschiedenis.
Mag ik u trakteren op een verkwikkend verhaal dat weliswaar nooit de ronde deed, maar dat ik alsnog met u wil delen?
’t Gaat over Steven Van Havere die op een dag wordt opgebeld door Mick Jagger.
De zanger, op zoek naar een vervanger voor Charlie, meldt hem: “I guess you will be proud to be my drummer!” Wat Steven heeft geantwoord, die keer, zullen we nooit weten. Maar wel dat Mick Jagger op zoek mocht naar een andere drummer …

Of daar iets van aan is, van Steven en Jagger? ’t Had gekund. Ken je die oude wijsheid die vertellers graag met mekaar delen? Die luidt ‘Laat af en toe de waarheid een goed verhaal niet in de weg staan’.

Arid viert – mèt Steven – dezer dagen zijn vijfentwintigste verjaardag.
Volgend Brugs concert op 29 januari in Cactus Muziekcentrum.

This entry was posted in Het Brugge van nu, Het Brugge van toen, Van gitaren en drums, Van zingen en spelen. Bookmark the permalink.

3 Responses to Steven Van Havere … not your drummer!

  1. Dat veel goede muzikanten afkomstig zijn van Brugge is, denk ik, nu toch al geweten.
    Nu zondag 14 december om 17.00 uur in ‘De Brug’ Houwerstraat 3A 8000Brugge:
    Bart Defoort sax (Brugge)
    Bart De Nolf bass (Brugge)
    en Kobe Gregoir drum (Brugge)
    in Quartet met Enrico Le Noci gitaar (Italië)
    http://www.vrijzinnigbrugge.be

  2. Erik Everaert says:

    Drummers,… in mijn “jeugd” waren mijn “heros” Gene krupa , Joe Morello toen hij bij het Dave Brubeck Quartet ‘Take Five’ , ‘Time out’ en ‘Blue Rondo à la Turk’ ” streelde”.
    Ook Art Blakey and the Jazz Messengers , Buddy Rich (Toen de dieren nog spraken…)
    In mijn “tweede” jeugd , is er dan Phil Collins en natuurlijk Mario Goossens van ex-Triggerfinger.
    Maar ook de drummer van Blof , nl Norman Bonink vind ik heel karaktervol.

  3. Richard Ranson says:

    Als er één onwaarschijnlijk indrukwekkende drummer de weg naar Brugge gevonden heeft, dan wel de Nederlandse slagwerker Han Bennink in de periode tussen 1972 en 1979.
    Bennink speelde ‘free’ en hij was herhaaldelijk te zien en te horen in De Spiegel – Spiegelrei, later ook de Nieuwe Spiegel – Ezelstraat, wat destijds het jazzcafé was van Dikke Maurice. Uitbater Maurice Vande Vannet introduceerde Bennink toen drie volle avonden tijdens het laatste weekend van november 1972, in duo met pianist Misha Mengelberg, al even legendarisch.
    Maurice, ook ‘du Miroir’ genoemd, afficheerde Bennink voor het laatst op zaterdag 10 november 1979. Tussendoor concerteerde Bennink in wisselende formaties (duo, trio, kwartet…) met onder meer ICP, de ‘Instant Composers Pool’.
    De schreeuwende saxen van Peter Brötzmann waren bedoeld om nooit te vergeten, wat aardig gelukt is met Han Bennink als een bezeten vliegwiel achter zich.
    Ook Bruggeling Kris Defoort, pianist en componist, stond ooit met Bennink op de planken. Voor mij is Han Bennink een levende legende, die ook nog schildert en actief is in de plastische kunst. Wie meer over het fenomeen Han Bennink wil vernemen moet maar eens zijn Wikipedia pagina bekijken, waarin zijn reeks optredens in Brugge ontbreken.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *