De Speelmanskapel, een week of wat geleden.
Het is een bescheiden initiatief waar Koen Goeminne samen met een paar compagnons de route zijn schouders onder zet. Koen, die ons eerder verbaasde met zijn digitale bewerking van de alom geprezen kaart van Marcus Gerards èn met een paar boeken over dat stadsplan, trakteert dit keer Brugge op een tentoonstelling met de kaart als onderwerp. En de Speelmanskapel, dat eeuwenoude gebedshuis in de Beenhouwersstraat, als weloverwogen locatie. Klein genoeg om zo’n sober project tot zijn recht te laten komen. En ook nog aan te wijzen op de kaart waar de expositie op focust.

Ik ga er even langs, goeiedag zeggen aan Koen, en hij stopt mij een exemplaar van zijn tentoonstellingsaffiche toe. Affiches zijn als gezichten. Van sommige word je al vrolijk bij een eerste aanblik. Andere lijken met het verkeerde been uit bed gestapt. De affiche van Koen is er zo eentje. Zowat de hele bladspiegel wordt ingepalmd door een foto van een verweerde puntgevel in meelijwekkende toestand. Boven een armetierig, half open poortje, torst de gevel het restant van wat ooit een gotisch venster was. In die vensternis, resten van een amper te ontcijferen woordenbrij. Ontwaar ik vaag het woord ‘voitures’? Hogerop, een onrustwekkende scheur in het metselwerk. De Speelmanskapel in minder gunstige tijden.
In het stadsarchief, in de collectie van wijlen Jaak A. Rau, bewaren ze de foto samen met een andere van het gebedshuis in dezelfde lamentabele toestand. Ze werden genomen in 1968, kort daarna zou de restauratie van de kapel volgen.
Terwijl ik de affiche voorzichtig oprol om ze op te bergen in mijn fietstas, betrap ik mezelf eensklaps op een déja vu. Koen gaf zijn expositie de naam ‘Vensters op Brugge’ … Waaraan herinneren mij die woorden? Van waar die vage herinnering, waar hoort ze thuis? Er rest mij nog een stuk ochtend en ik besluit op zoek te gaan, de stad in, naar een antwoord op mijn vraag. De aanzet tot een ongeplande vensterzoektocht.

Soms is zoeken minstens even waardevol als vinden wat je zoekt. Soms hopen vragen op meer dan alleen maar een antwoord. Vergezeld van die diepzinnige gedachte, passeer ik langs het concertgebouw. Ze gaan daar prat op één specifiek venster, het grootste van de hele binnenstad.
Mijn fiets leidt mij langs de kathedraal die mij herinnert aan misschien wel de meest poëtische installatie die onze Triënnales tot nu toe voortbrachten. De Chinese kunstenaar Song Dong bedacht in 2015 een monumentale bonsai-sculptuur van gerecycleerde vensterramen ‘als metafoor voor het spanningsveld tussen de onstuitbare groei van megapolissen en het omgaan met erfgoed en natuur’.


En ja, op zoek naar Brugse vensterverhalen kan je onmogelijk ontkomen aan het ‘kleinste gotische venstertje van de stad’, dat de bootjesmannen keer op keer aanwijzen wanneer ze bij Gruuthuse onder het Bonifaciusbrugje door varen.
Alleen … dat spionnetje heeft in de stad een paar broers. Of zijn vensters zussen van mekaar? Op de hoek van de Dijver en de Nieuwstraat, uitgerekend boven één van de aanlegsteigers van de bootjes, kijkt er ook eentje uit over zijn buurt. En een zijgevel in de Smedenstraat heeft er ook eentje. En dan is er nog het ‘jongste’ van de vier. Jong, omdat het pas enkele jaren geleden weer aan het licht kwam, nadat het sinds mensenheugenis verborgen zat achter een pleisterlaag op een gevelhoek in de Langestraat. In Brugge woont een voltallige familie ‘kleinste venstertjes’.

Kronkelfietsend door de straten van onze stad denk ik opeens ook aan dat tot de verbeelding sprekend verhaal over dichtgemetselde vensters. Was daar niet, in wat we vaak als de ‘Franse tijd’ benoemen, de jaren na de Franse Revolutie, die fiscale richtlijn waarbij belasting op onroerend goed berekend werd aan de hand van het aantal vensters in een gevel? Van de weeromstuit gingen eigenaars her en der ramen dichtmetselen.
Het vergt in Brugge weinig moeite om te wijzen op muren met heimwee naar wat ooit hun vensters waren. Achteraf bleek dat dichtmetselen de hygiënische toestand in woonhuizen niet echt vooruit te helpen. En door die vindingrijkheid der huisbazen bleek het fiscale ramen tellen weinig accuraat. Maar de getroffen vensters, ze bleven dichtgemetseld.


Om mijn fietstoer niet te eindigen met zo’n stramme vertelling maak ik nog een ommetje langs de Groenerei. Deze hondenliefhebber brengt er nog een stille groet aan wat lange tijd de meest gefotografeerde vensterpartij van onze stad mocht zijn. Langs de schilderachtige reie, lui in de zomerzon, keek daar destijds vanop zijn kussen in een oud erkervenster, Fidel, de golden retriever van het huis, met volkomen onverschillige blik toe op de talloze toeristen die hem vanop de voorbij varende bootjes enthousiast toezwaaiden. Fidel is niet meer onder ons. Het wijze beest vertrok, alweer enkele jaren geleden, voor goed naar de Eeuwige Speelweiden.
Mijn voorjaarsfietstocht door een fris maar zonnig Brugge zit erop maar mijn vraag, waarom dat ‘Vensters op Brugge’ mij blijft fascineren, wacht nog op antwoord. Tot thuis. Dan daagt het mij. Mijn affichekamer! En jawel, daar diep ik het antwoord op uit een map vol affiches over Brugse geschiedenis.

Weliswaar al iets meer dan een kwarteeuw geleden liep in Gruuthuse een expositie en die heette … ‘Vensters op Brugge’! Met een niet onaardige affiche, trouwens. ‘Vijf eeuwen leef- en wooncultuur’ luidt de ondertitel. De tentoonstelling waar Koen Goeminne mee uitpakt is de tweede met die naam! In mijn boekenkast wacht de cataloog van die eerste expositie sinds lang op de dag waarop ik het boek nog een keer ter hand neem. Op vandaag, dus.
Ik vlij mij neer met het leesvoer, tevreden om een zoektocht die de stadsgids in mij weer wat ideeën aanreikte. Een rondleiding ‘Brugge, vensterstad’? Venstertoerisme, zolang we niet binnen gluren moet het kunnen.
En zoals dat wel vaker gebeurt, verrast het toeval ons. En passant legt mijn wederhelft een kalenderblaadje op de salontafel. Elke dag brengt onze scheurkalender wat wijsheden in huis, of toch wat daarvoor doorgaat. Soms van weinig betekenis, soms markant. Achteloos raap ik het papiertje van tafel. Lees een citaat van ene Henry David Thoreau. Diep in de negentiende eeuw ontsproten uit zijn denken de woorden ‘Volwassenheid is wanneer al uw spiegels in vensters veranderen’. Een meer geschikt slotwoord voor zo’n stadswandeling verzin je niet. Mijn zondag, die was al goed, kan niet meer stuk.
Heel graag gelezen.
Het idee van een vensterwandeling doet mij mijmeren. Veel Brugse binnenstadbewoners doen inspanningen om van hun straatvenster iets te maken, en ook op de voordeurkloppers wordt nogal wat creativiteit losgelaten. Toen ik nog ‘stadsgidste’ wees ik daar graag op.
Sterk citaat van Thoreau.
Momenteel ben ik 73 jaar, mijn leven lang nauw betrokken geweest bij Brugge. Ik werkte bij het gerenommeerde architectenbureau Vermeersch uit Brugge en volgde er meer dan 22 jaar alle vermaarde restauraties mee op.
Een levenswandel doorheen alle monumentale kerken, ziekenhuizen, scholen, woningen en noem maar op.
Een tijd om nooit te vergeten.
Luc Vermeersch en mijn medewerkers ben ik voor altijd dankbaar om dit te mogen beleven.