Huis te koop

Je hebt gelijk, mijn beste Frank Brangwyn, ze hadden met het definitief sluiten van de bovenverdieping van het Arentshuis nog drie jaar kunnen wachten. Dan kon je terugblikken op negen volle decennia waarin jouw artistieke erfenis hier te bewonderen was. Maar zeg nu zelf, hoeveel kunstenaars worden zo in de watten gelegd? ‘k Zal je wat vertellen, maar hou het stil. Zelf ken ik een verzamelaar van affiches – zoals de meeste verzamelaars een wat naïef type. En die mens droomt, je houdt het amper voor mogelijk, van zo’n expositieruimte.
Ik weet het, toen jij in het verre 1936 Brugge een heleboel van je kunstwerken aanbood, kreeg je van je geboortestad de belofte dat we je oeuvre blijvend zouden tentoonstellen. Voor eeuwig en drie dagen?

… het definitief sluiten van de bovenverdieping van het Arentshuis …

De plechtige opening van die permanente expositie, in kranten van toen las ik erover. Op foto’s van die plechtige middag turen heel serieuze heren met heel serieuze blik door hun monocle naar je schilderijen en etsen. Waarom hun dames thuisbleven, dat lees je nergens. Waarom jij er zelf niet was, dat staat er wel. Je lag ziek te bed, thuis in je eigen Engeland. Wat je doodjammer vond, stel ik mij voor.

In 2006, bijvoorbeeld, de vijftigste verjaardag
van je sterfdatum

En dus trokken burgemeester Van Hoestenberghe en een stel schepenen helemaal naar Sussex om jou voor je gulle schenking te bedanken. En om je de titel ‘Ereburger van de stad Brugge‘ aan te bieden. En sindsdien kon al wie dat wou, in het Arentshuis aan de Dijver kennis maken met het veelzijdige werk van Frank Brangwyn.

Je wieg stond hier aan de Oude Burg. Omdat je Engelse vader, William Curtis Brangwyn, als interieurontwerper van kerken en kapellen doende was in een Brugge dat zich met neogotische bouwwerken wou heruitvinden als middeleeuwse stad. Onder meer bij de herinrichting van de Heilige Bloedkapel had je pa een vinger in de pap. Je was nog een jong manneke toen je familie terugkeerde naar Engeland, maar Brugge bleef je fascineren, je leven lang. Jeugdsentiment?
Of neen, je was nooit echt sant in eigen Engeland, zat het hem daar? Was je dan niet een krak in je vak? Toch wel, meer zelfs, je was krak in meerdere vakken. En mogelijks werd je daarop afgerekend. Schilderen, etsen, interieurs en meubels ontwerpen, muurschilderingen, glasramen, je wist van aanpakken. Wie zo veelzijdig is, is dat niet eerder een vakman dan een kunstenaar? Misschien, Frank, was dat het misverstand omtrent je creativiteit.
Was het om die geringschatting bij je thuisbasis dat Brugge van jou die collectie kunstwerken cadeau kreeg? We zijn ze blijven koesteren, alleszins. Af en toe bouwden we een gelegenheidstentoonstelling. In 2006, bijvoorbeeld, de vijftigste verjaardag van je sterfdatum.
Het Arentshuis, voorbehouden voor Frank Brangwyn, ik heb het nooit anders geweten. Tot nu, dus. Want nu het museumbeleid in handen is van een stel jonge beeldenstormers, zet Musea Brugge een punt achter zijn langstlopende tentoonstelling ooit. Een keuze die amper stof doet opwaaien, valt er wat voor te zeggen? Want komt er ooit iemand naar Brugge voor het werk van Frank Brangwyn?
En dus verlaat je werk het herenhuis aan de Dijver, waar het al die tijd thuis was. Het Arentshuis krijgt een bijdetijdse rol toegewezen, niks mis mee. De bovenverdieping, jouw stek, wacht nog op een invulling.
Maar je weet nooit, misschien gunnen we je collectie nog een tweede adem. Binnen afzienbare tijd in het aanbouw zijnde BRUSK-museum, ruimte zat, tenslotte. Dus Frank, jongen, tot nader order geen paniek.

… Ik herinner mij nog het museum-oude-stijl

Trouwens, dat het begrip ‘Arentshuis’ generaties lang gelinkt werd aan jouw naam, zo voor de hand liggend is dat niet. Je woonde of werkte er tenslotte nooit. Sommige Brugse huizen met een veel nauwere band met een kunstenaar hebben een ècht eigen verhaal. Een verhaal dat van pand tot pand danig kan verschillen.

Neem nu het geboortehuis van Guido Gezelle. Ontelbaar vele jaren was ook dat een museum omtrent de dichter. Ik herinner mij nog het museum-oude-stijl. Je werd er verondersteld, van bewondering in katzwijm te vallen bij het aanschouwen van een pen of een pijp die Gezelle ooit ter hand nam. Of bij een dodenmasker dat van de overleden schrijver was gemaakt. Geeuw!
Afstoffen, die handel, en dus mat het Gezelle-museum zich in recenter tijden een meer eigentijds imago aan. En omschreef zichzelf als ‘Gezellehuis‘. Maar ’t was geen avance, er kwam geen kat over de oude vloer. En dus laten die van Musea Brugge – zij weer – weten dat het Gezellehuis voortaan nog één dag per maand wordt opengesteld. Je hoort het goed, Frank, één dag per maand.
En, vriend Brangwyn, er is nog meer nieuws omtrent huizen. Over het Memlinghuis, met

In de vijftiende eeuw zou Hans Memling op dat perceel gewoond hebben …

name. Al heeft dat imposante pand in de Sint-Jorisstraat veel noten op zijn zang. In de vijftiende eeuw zou Hans Memling op dat perceel gewoond hebben, meer heeft het met de Vlaamse Primitief niet van doen. Het huis dat er vandaag staat is van veel recenter datum, dat zie je zo.

… Het atelier van Flori Van Acker …

Het Brugsch Handelsblad huisde er heel lang maar nu stond het te koop. Hallo, afficheverzamelaar? Een wel heel indrukwekkende locatie om de geschiedenis van de Brugse affiche te vertellen, toch? Te laat, ’t is verkocht! En aan een verzamelaar dan nog! Hij heet Paul De Grande en doet iets met antiek. Was onze afficheverzamelaar te traag of wist De Grande zijn passie deskundiger te verzilveren, zodat ie zich wèl een treffelijk bod kon veroorloven? Eén keer raden.

Maar er is nog hoop, er staat voorwaar nóg een kunsthuis te koop, in de Korte Vuldersstraat. Het atelier van Flori Van Acker, ooit befaamd Brugs schilder en als graficus zowat de vader van de Brugse affiche. Een wel héél geschikt oord om affiches te presenteren. Wat belet de verzamelaar om toe te happen? Toch weer niet zijn al te mager spaarvarken?

In afwachting blijft hij hier ten huize zijn collectie braaf ordenen in zijn affichekamer. Al deed recent nieuws hem toch weer even opkijken. Misschien moet hij maar een keer langsgaan bij die gasten van Musea Brugge. Hebben die niet, ergens aan de Dijver, een bovenverdieping waarvoor ze niet meteen een bestemming kunnen bedenken?
Ik hou je op de hoogte, Frank.

This entry was posted in Het Brugge van nu, Het Brugge van toen, Over affiches verzamelen, Van boeken en schrijven, Van schilderen en plaasteren. Bookmark the permalink.

7 Responses to Huis te koop

  1. Johny RECOUR says:

    Het museumbeleid is inderdaad in handen van een stel jonge beeldenstormers, die hun kansen moeten krijgen. Maar regelmatig wordt wat gevestigde waarde is, overboord gegooid door jong, niet doordacht geweld.
    In de Veurnse Vleeshal was er jarenlang op de zolder een tentoonstelling van de schilderijen van Louis Baretta (1866- 1928), die ze aan Veurne had geschonken. Hij was een symbolist, getormenteerd, vriend van Ensor en Knopff. Zijn geschonken collectie verdween in een al dan niet vochtige kelder en blijft tot op heden niet langer te zien.
    Dergelijke gang van zaken heb ik al meermaals meegemaakt. Jongeren die de kunstwereld dan ook gaan vernieuwen?

    • Pol Martens says:

      Ik meen dat we op dat vlak hier bij ons behoorlijk gerust kunnen wezen, Johny.
      Dat het depot ‘Erfgoedfabriek’ in de Kleine Pathoekeweg zal voldoen aan alle denkbare eisen qua opslag, daar kan weinig twijfel over bestaan.

  2. Richard Ranson says:

    In Brugge bestaat een ‘Erfgoedcel’, te onderscheiden van ‘Musea Brugge’. Die ‘Erfgoedcel’ bepleit ambachtelijk vakmanschap binnen allerlei richtingen en domeinen.
    Frank Brangwyn was zo’n gerespecteerde én gerenommeerde vakman met een wereldwijde carrière, van een ongelooflijk niveau. Als deze vakman Brangwyn nu moet wijken, wat komt dan voor zijn historische, museale vakmanschap in de plaats?
    ‘Handmade in Brugge’ reikt labels uit voor ambachtelijke ‘makers’ in Brugge en ook de ‘Cel Cultuurbeleid Brugge’ stelt zichzelf voor als aanspreekpunt voor ‘Cultuur-makers’ (sic), alsof ‘cultuur’ door zo’n celletje ‘gemaakt’ kan worden. Niettemin, er wordt nogal wat ‘gemaakt’ in Brugge, terwijl niemand zich vragen stelt over de context van al dat ‘maken’.
    Het fiasco rond Frank Brangwyn is daarom het zoveelste voorbeeld van cultureel verval in onze stad. De nieuwe generatie ‘cultuurmakers’ die aan zet is, is niet geïnteresseerd in ‘kwaliteit’, des te meer in ‘effect’.
    Schoolvoorbeeld was vorig jaar het opgevoerde spektakel rond de Brugse maker Strook. Liefst drie verschillende toplocaties – Groeninge Museum, Sint Janshospitaal en O.L.V.-kerk – mocht deze grafisch ontwerper benutten als tijdelijke showroom voor zijn werk. Als bezoeker kreeg je dan opzichtige assemblages te zien van versleten houten plankjes, met telkens dezelfde gimmick om daarin het banale patroon van een menselijke figuur met de suggestie van een gezicht te herkennen. Ik heb mijzelf nooit zo intelligent gevoeld als in die dagen, bij zoveel herkenning, terwijl over patroonherkenning binnen het menselijke brein wel interessantere dingen te vertellen vallen, dan het werk van Strook ons kan bieden.
    De conclusie blijft altijd dezelfde. Het nieuwe Brugge, dat van de nieuwe generatie, misbruikt toplocaties om ons allerlei gekunstelde of ‘gemaakte’ brol voor de voeten te schuiven.
    Vraag is dus wat er in het Arentshuis zal gebeuren met de vrijgekomen Brangwyn ruimte. Ik begin alvast te panikeren. Eerder offerde stad Brugge in de Hof van Arents al het Koetsenmuseum op, dat plaats moest ruimen voor een winkeltje van ondermaatse culturele prullaria, die er nu verkocht worden als ‘merchandising’.
    Misschien kunnen Musea Brugge, de Erfgoedcel en de Cel Culturele Makers de handen in elkaar slaan, en alsnog een volwaardig ‘Stedelijk Museum van de Ambachten’ concipiëren op de verkommerende Frank Brangwyn-etage in het Arentshuis? Als zijn oeuvre in Brugge geen bestaansrecht meer heeft, dan kunnen we toch nog steeds hulde brengen aan zijn grote naam, die hij heeft: Frank Brangwyn.

    • Schamper says:

      Richard,
      de Vlaamse Primitieven – die waren ook met planken in de weer – hoeven zich geen zorgen te maken, de lattenzager in zijn loods langs de Oostendse Steenweg vormt geen bedreiging voor hun status. Maar kom, af en toe iets simpels ruimte geven tussen kunst van wereldniveau, da’s dan misschien wel om te lachen, maar we mogen dat ook niet verleren, hé, lachen met onszelf.

  3. Anna Maria Sels says:

    Mooi artikel!
    Mijn advies,: alert blijven! Voor je het weet, raken waardevolle werken in de vergetelheid.

  4. Roland Rotsaert says:

    Waar is de tijd dat ik af en toe op zondag naar het Arentshuis ging, zomaar, om de schilderijen en het meubilair te bekijken…

  5. Jef Swimberghe says:

    Er is in Brugge zelfs geen plaats om erfgoed uit de grafische sector een plaats te geven.
    Na de manuscripten op wereldniveau hadden we in Brugge ook de eerste drukkers. Britto, Mansion, Caxton,… En de traditie werd later verder gezet door Desclee De Brouwer, St.Catharinapress, Dehaene, Walleyn, Die Keure, enz. Waar kun je in Brugge daar iets over vinden, laat staan iets van ‘zien’?
    Je kunt in Brugge meer iets vinden over een spekkenbakker – volksundemuseum – dan over een vroegere drukkerij!
    Ja, Pol, je affiches passen perfect in dit plaatje!
    Als Bruggeling en oud-graficus zou ik onze Dienst van Cultuur willen aanraden om eens het ‘Sriptorium’ in Avranches, Normandië, te bezoeken… Om stikjaloers te worden.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *