Marieke en de boot van Brel

Alles is onmogelijk, als je het maar wil’ … Wijlen Johan Anthierens zat zelden verlegen om een gevat aforisme, dat is u wellicht bekend, maar deze mag u tot zijn betere rekenen. Wellicht was het de ondersteboven gehouden logica waarop hij hier alludeert die hem ertoe bracht om te pleiten voor een bronzen Marieke van Jacques Brel bij de Coupure. Tegenwind was zijn deel, ook in de Brugse gemeenteraad. Het was in die dagen al tien jaar geleden dat Brel overleed, maar toch vonden sommige raadsleden het nog altijd niet kunnen dat de grootste chansonnier die ons land heeft gekend hier een standbeeld kreeg. De tijd gaf hen ongelijk.
Al kon je hun bezwaar moeilijk helemaal ongegrond noemen. Want Brel vertolkte dan wel het meest iconische repertoire dat ooit over Vlaanderen werden gezongen, hij geneerde zich niet om bijvoorbeeld in ‘Les Flamandes’ ronduit denigrerend uit te halen naar wat hij zag als de bekrompenheid van de Vlaamse vrouw. Al duidde hij dat veel later als kritiek op de katholieke kerk die de Vlaamse volksvrouw onder de knoet hield.

Zomer 1988 … een bericht in de krant – bron: erfgoedbrugge.be

En dan zwijgen we nog over ‘Les Flamingants’, dat ene dwaalmoment op zijn laatste langspeelplaat, waarmee hij het zelfs verkorven had bij wie de meest matige Vlaams gezindheid aan de dag legde. Doch verdeeldheid of niet, Johan Anthierens zette rustig door en in de zomer van ’88 zag beeldhouwer Jef Claerhout zijn Marieke aan de Coupure ingehuldigd worden.

Dat we het doorzettingsvermogen van onze medemens wel eens onderschatten, daar kan ondergetekende van meespreken. De voorbije jaren las hij af en toe in kranten iets over de broers Wittevrongel. Waar die zich mee inlieten, dat vond hij te zot voor woorden.
Staf en Piet, zo heten de broers, kwamen lang geleden aanzetten met het geflipte idee om iets aan te vangen met de ‘Askoy II’. De twee uit Blankenberge wisten van het bestaan van het wrak van wat ooit de zeilboot was van Jacques Brel. En namen zich voor om wat van die boot overbleef naar hier te halen om hem te restaureren. Meer tegendraads kan het niet worden, wie ooit een foto zag van die povere resten kon zich amper een gerestaureerde boot voorstellen. En dus dacht uw dienaar, dat lukt die gasten nooit.

Brel kocht de ‘Askoy II’ in de jaren zeventig, verwachtte er veel van en wou de zeven zeeën bevaren. Op die laatste plaat van hem noemt Brel zijn boot ‘La cathédrale’. En hij ging de zee op, samen met de vrouw die hem volgde in wat later zijn laatste levensjaren bleken. Midden de Stille Zuidzee, op de paradijselijk afgelegen Markiezen-eilanden die ook op die afscheidsplaat bezongen worden, vond het stel een nieuwe thuis. De boot werd verkocht. Om later roemloos te zinken bij een strand in Nieuw-Zeeland.

En de Blankenbergse broers, bij wie Brel ooit de zeilen voor zijn boot liet maken, haalden wat ervan over was naar hier. De eerste voornemens van de Wittevrongels liggen ver in het verleden. Maar begin deze maand was het zover. Als de stralende boot die hij ooit was, werd in Zeebrugge ‘Askoy II’ weer aan het water toevertrouwd. ‘Rêver un impossible rêve’, zo citeert met onverholen trots één van de broers hun grote inspirator.

Net als ik bewondert u wellicht Jacques Brel, de meester van het chanson. En toch. De prestigieuze doos, een handvol schijven met daarop het sterkste van de zanger, waar is die hier ergens in dit huis beland? Ligt ze op zolder stof te vergaren?

Zoals Brel zijn er geen twee. Maar kies je zijn muziek bij een gezapig aperitiefje? Jacques Brel zingt niet alleen, hij acteert en dat doet hij met passie. Dat leer je uit oude filmopnames die je vindt op het net. En je hoort het op zijn platen. Ja, ‘Mijn vlakke land’ of ‘Ne me quitte pas’, de zachtmoedige Brel, daar droom je mee weg. Maar zelfs bij ‘Amsterdam’, met die melancholische aanzet, zetten de slotakkoorden je op het puntje van je stoel. Brel eist je op.

Er waren en zijn veel zangstemmen die zich wagen aan het oeuvre van Jacques Brel. Bij ons nam Johan Verminnen iets van hem op en ook ooit Will Ferdy. En verderop zelfs David Bowie, echt waar. Of Terry Jacks, weet je nog, ‘Seasons in the sun’, het klonk als was ‘Jacques’ een merk van suikerwafels.
Sta mij toe, Liesbeth List deed wel iets indringends met de muziek van Brel.
Verbaast het dat nog met de regelmaat van een klok iemand een podium op stapt om Jacques Brel te zingen? Te imiteren zelfs, je moet durven. Er zijn er die volle zalen lokken met, ik neem aan, verdienstelijke versies van ‘La valse à mille temps’. Laten ze ‘Les Flamingants’ wijselijk achterwege? Ik vermoed zoiets.

Die keer ook om de gebroeders uit Blankenberge
een hart onder de riem te steken.

Intussen ligt de ‘Askoy II’ rustig te wachten in Zeebrugge. Wachten tot zaterdag 4 mei, de dag van zijn officiële wedergeboorte. Feest zal het worden, verzekeren de terecht tevreden Wittevrongels. Eén van de internationaal hoogst aangeschreven Brel-imitators zal er aantreden. In Parijs liet hij zelfs het legendarische l’Olympia vol lopen. Die mens, met de hoogst merkwaardige artiestennaam Arnaud Askoy, kwam al eerder hier bij ons zijn ding doen. Die keer ook om de gebroeders uit Blankenberge een hart onder de riem te steken.
Die broers nemen zich voor om binnen enkele weken met hun herboren boot naar Blankenberge te varen voor de Havenfeesten. En naar ‘Oostende voor anker’. En stillekes fantaseren ze over een vaartocht naar de Markiezen-eilanden.
Zou dat kunnen met een ommetje langs de jachthaven aan de Coupure? Eerst nog een keer goeiedag komen zeggen aan Marieke. Of zit de diepgang van de zeilboot daarvoor in de weg? Of de masten, aan de Coupure moet je onder de Conzett-brug door geraken, hé. Ach kom, ‘Rêver un impossible rêve’.
Of Marieke dan meegaat, het zeegat in? “Neen hoor” zegt ze, “ik blijf liever hier, entre les tours de Bruges et Gand“.

This entry was posted in Het Brugge van nu, Van zingen en spelen, Zeebrugge, de haven. Bookmark the permalink.

4 Responses to Marieke en de boot van Brel

  1. Marc De Brabandere says:

    Pol, dat is top wat je daar neerschrijft. Proficiat, ik krijg er tranen van in de ogen.

  2. STEPHAAN VANDEWALLE says:

    Dankjewel voor de mooie beschrijving van deze moeilijke en bijna onmogelijke stunt van de broers Wittevrongel.
    En ja, Brel is een heel aparte artiest.

  3. dries simoens says:

    Tja, wat te denken over “Les f…” – een lied dat begint met de woorden ‘chanson comique’ en dat alleen op plaat bestaat. Brel heeft het bij mijn weten nooit voor een publiek gezongen. Aan zijn biograaf Johan Anthierens heeft Brel ooit gezegd, in een artikel in Humo: “Als ik de flaminganten aanpak, is dat omdat ik een Vlaming ben, en alle kritiek bij zelfkritiek begint”.
    Bij de 25ste verjaardag van Brels overlijden orakelt de Groene Amsterdammer dan weer: “Hier was een Belg die van New York tot Moskou triomfen vierde als Vlaming, maar die zijn kinderen verbood om thuis ‘Vlaams te blaffen’ en zich tot overmaat van ramp toonde als een unverfroren republikein.
    De toenmalige Belgische minister van Cultuur overwoog om het lied te verbieden, de BRT-radio aarzelde om het lied te horen te brengen – met als gevolg dat de muziekplaatversie druk over de toonbank ging. Het leek wel een collectors item… Men was fier en tegelijk beschaamd om het in huis te hebben.

  4. Fernand Van Maele says:

    Steeds boeiend om wekelijks je mooie verhalen te kunnen lezen.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *