Kinderen, kids en helden …

Een groet aan Jaak Vissenaken
De woorden waarmee wij onze dagdagelijkse babbels stofferen, staat u ooit stil bij wat ze betekenen? Een huis en een woning, je woont in allebei, wat maakt het uit. En, om maar iets te vragen, wat wil het woord ‘kind‘ zeggen? Kom, doe niet flauw, dat weet het kleinste kind. Okee, maar stel de vraag, tot wanneer een kind een kind is, en we worden alert! Hola, ’t gaat over onze kids! Ja, papa, mama, over uw kinderen.
Mijn kameraadjes en ik, wij waren destijds geen kids. Kinderen des te meer. En tot wanneer waren wij dat? Een paar dagen geleden verrasten mijn gedachten mij met een onvermoed antwoord op die vraag.
’t Was op een onverwacht moment, ik las over het overlijden van Jaak Vissenaken. Van alle acteurs was Jaak niet de meest legendarische. Geen Jan Decleir of Matthias Schoenaerts. Maar toch een begenadigd acteur, een goeie die ook wel een keer regie deed. Bruggeling, trouwens, en dus ging ik op zoek naar meer info. En affiches.

Begin jaren zeventig was ‘De Bruiloft’ van Bertolt Brecht een regie van hem. Een verrassend concept, in onze beurshal werden de toeschouwers verwelkomd als genodigden op een echt trouwfeest, vertelde mij Tony Willems die in het stuk meespeelde. Met Annelies Vaes, de vrouw van zijn leven, stond Jaak in de Korrekelder. Met ‘Pas de deux’ van Hugo Claus en met ‘Spiegels’. En hij trok vele en volle zalen, zowel hier als bij onze noorderburen met ‘De Vrije Madam’, een stuk van onze eigen Rudy Geldof.
En hij had een rol in ‘De Vorstinnen van Brugge’, op de vaderlandse televisie. En, naar ik meen, ook een paar bijrolletjes in reeksen waar de kinderen die wij waren naar keken. In zwart-wit, wat dacht je. Dat was me wat, die wekelijkse hoogtepunten in ons kleine bestaan. Series, buitenlandse of van onze eigen BRT, het maakte niks uit. Zorro, Kapitein Zeppos, Batman, Johan en de Alverman, heldenverhalen! En weet je wat? Die helden, dat waren geen acteurs! Senne Rouffaer? Neen, dat was ècht kapitein Zeppos, punt!
En dat brengt mij bij mijn recente bedenking. Bij het antwoord op de vraag, tot wanneer je kind bent. Je bent kind zolang je helden op tv ook èchte helden zijn . Tot de dag, de spijtige dag, waarop je door hebt dat er geacteerd wordt. Of mijn stelling klopt, laat ik graag over aan mensen die daar geleerde meningen over hebben.
Maar ik zit er, meen ik, niet ver naast.


Als Jean-Baptiste Bariseele met zijn nichtje Bietje in ‘De Vorstinnen van Brugge’

In de krant stond dat Jaak Vissenaken vooral bekend is van een kinderreeks in de jaren negentig. Ik kan mij ‘Postbus X’ amper voor de geest halen, maar het was populair bij het klein grut van die tijd. Was Jaak daarin ook niet één of andere held? Dan zagen de kinderkijkers geen Jaak, wel een held! We zijn een kwarteeuw verder, sommige van de kinderen die dweepten met ‘Postbus X’ hebben inmiddels zelf kinderen op de wereld gezet. Kinderen met weer nieuwe verhalen van op tv.
Wat ik jullie, kleine mannetjes en vrouwtjes, ‘kids’, toewens?
Dat je je helden lang mag koesteren. Tot je op een keer , geen ontkomen aan, merkt dat achter de bühne acteurs voor je klaarstaan. Mensen zoals jij en ik.
Maar niet getreurd. Er opent zich een nieuw gordijn. Een ander kijken, een ander zien. Het zien van acteertalent. En, stel je voor, misschien is het je gegund, het talent om je zelf thuis te voelen op dat podium. Een plek waar je nooit genoeg van krijgt. Al heb ik dat laatste alleen van horen zeggen.

Jaak Vissenaken en Annelies Vaes in ‘Spiegels’ in de Korrekelder, 1976.
This entry was posted in Over toneel. Bookmark the permalink.

6 Responses to Kinderen, kids en helden …

  1. Damien says:

    Jouw verhaal Pol katapulteert mij terug naar mijn kinderjaren. Zo haal ik meteen mijn held Mike Verdrengh voor mijn ogen in zijn minirokje in de serie Keromar. Ik had ook een lieve nonkel Bob en een leuke tante Terry. Dat waren tijden… Pure nostalgie 😇

  2. Geert says:

    Inderdaad… pure nostalgie. Maar ik denk dat we in jouw blog veel meer van dat zullen mogen lezen. Ik kijk er naar uit!

  3. Françoise says:

    Ben ik blij dat ik inderdaad lang kind ben gebleven,mede dankzij inderdaad de woensdagnamiddagen op de BRT waar we jaren aan heldenverering hebben gedaan.Schonen tijd!

  4. Rika says:

    Ik zie onmiddellijk Annelies Vaes voor ogen als Ismel, de zus van Timbal in Keromar… legendarisch!

  5. Annemie Lutters says:

    Toen wij bij ons thuis nog geen televisie hadden, keken we bij de buren naar Schipper naast Mathilde, en dat was meteen voor de hele familie. Idem dito voor Bonanza met Little Joe. En op een dag zei ons moeder: jullie gaan eerst naar de kapper (waar wij toendertijd echt de pest aan hadden), en als je thuis komt hebben wij een verrassing. Jawel een tv! Van dan af waren wij trouwe fans van Lassie, De Kinderen van de Zoutkreek, en Johan en de Alverman…
    60 jaar later zitten we reikhalzend uit te kijken naar de kapper. Die mag van mij in kleur of in zwart-wit… als hij maar knipt! Jawel, volgende week.

  6. Dominique Berten says:

    Jaak is er echt niet meer, ik kan hem niet meer vastpakken. Helemaal verdwijnen zal hij voor mij nooit, hij was het die mij in 1982 uit Brugge heeft weggehaald om één van zijn BENT leden te worden, de theatergroep die uit Belgen en Nederlanders bestond. Vandaar de naam BENT, BElgisch Nederlands Theater, maar ‘BENT’ heeft ook nog een andere betekenis, een groep kunstenaars. Ik kon er aan de slag als chauffeur, rekwisiteur, belichter en acteur.
    Bij BENT waren we met 17 medewerkers, over het algemeen acteurs, maar die ook nog instonden voor andere taken binnen het gezelschap. Ik heb daardoor de kans gekregen in meer dan 200 verschillende theaters in Vlaanderen en Nederland kunnen spelen.
    In 1986 nam ik het zekere voor het onzekere en stapte ik de schouwburg binnen als technicus om er op 1 september aanstaande met pensioen te gaan. Jaak was in eerste instantie niet zo blij met mijn overstap, maar met de jaren begreep hij mijn standpunt.
    Trouwens, een seizoen later stopte hij met zijn BENT, verkocht alles en trok naar de Provence om daar een B&B te beginnen. Het was zijn kwade reactie op het cultuurbeleid in de jaren ’80. Af en toe kwam hij nog eens terug naar Vlaanderen, o.a. om mee te werken aan Postbus X en de vaderrol te vertolken in de musical ANNE FRANK. In die periode zag ik hem toch nog eens terug.
    Dan verstreken de jaren en 2 jaar geleden kwam ik terug met hem in contact en vertelde hij hoe het met hem gesteld was. Jaak kon niet stilzitten en schreef zelfs tijdens zijn ziekte een scenario die hij graag voor de laatste maal zou opzetten in de schouwburg van zijn geliefde Brugge.
    De omstandigheden beslisten er anders over.
    Jaak Vissenaken is ook één van de eerste artiesten die de ACHILLE VAN ACKER PRIJS kreeg. Vorig jaar vertelde hij me nog dat hij ooit voor onze vorige burgemeester zat, Renaat Landuyt, met de vraag als er een mogelijkheid was om de schouwburg aan een voordelige prijs te kunnen huren. De vraag van de burgemeester: “Wie ben jij dan wel, dat wij dat zouden doen?”. Door de manier hoe hij dit aan mij kon vertellen, zag ik dat hem dat toch pijn deed.
    Was JAAK vergeten? Voor sommige wel, je kan ook niet iedereen kennen. Maar voor mij was hij de bakermat voor de rest van mijn professionele carrière.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *