Oorlog en vrede … van de Kemmelberg tot Brugge

Lang geleden was de oorlog lang geleden. Het was in de herfst van 1978.
De Groote Oorlog lag zestig jaar achter ons. Dat werd herdacht, die keer. Herdacht, maar als nooit voorheen.
Wanneer we die novemberzondag vanuit het Brugse naar Kemmel rijden, hebben we alleen een vaag vermoeden van wat we kunnen verwachten van een middag ‘Nooit brengt een oorlog vrede’.
En wat we vermoeden is geenszins wat gebracht wordt, daar in die hoge hangaar in het dorp bij de Kemmelberg. De oorlog wordt geëvoceerd. Maar zonder heldendicht, zonder klaroengeschal. Wel is er toneel. Of neen, dat simpele woord ‘toneel’ vergaat in het niets bij wat wij die middag te zien en te horen krijgen. Hoe omschrijf je het?

Kemmel, november 1978 …
Het campagnebeeld was van cartoonist GAL.

Een podium waarop acteurs, met tientallen zijn ze, het beste van zichzelf geven. Niet allemaal klassespelers, lang niet, wel vrouwen en mannen van vlees en bloed. Mensen uit de straat, mensen zoals wij, toeschouwers, die verbaasd en stil worden van zoveel eerlijke verhalen en naar de keel grijpende scènes. Een volksspel, kortom. Zang, gesproken woord, dans. Strijdlust, verdriet ook. Ellende. Boosheid. Hoop.
De Elfnovembergroep, zo heet het gezelschap, telt achter de schermen ook een paar gekende namen, Wannes Van de Velde is één van hen. En choreografe Lea Daan, een destijds ook in Brugge gekende naam. Samen kiezen zij voor een verhaal dat ons, alleen al om zijn verloop, verrast. De oorlog wordt verteld, ja, maar dan van einde naar begin. Van overwinningsroes, helemaal terug tot de overmoedige fanfare bij de mobilisatie.
Op het einde van het stuk, de oorlog is nog niet begonnen,  wordt in Parijs een man vermoord. Het is Jean Jaurès, de pacifistische voorman die de arbeidende bevolking waarschuwt en oproept tot vrede. Doodgeschoten met een Kruppgeweer. Krupp, de wapenfabrikant die we eerder in het verhaal, dus later in de oorlog, leerden kennen als één van de slokkoppen voor wie oorlog staat voor winst. Achterom denken, het is ergens goed voor.
Al laat het verhaal zich niet betrappen op naïviteit. Want ook de gewone man die, soms

‘Nooit brengt een oorlog vrede’, de langspeelplaat.

ongewild, van de oorlogsellende van anderen profiteert, wordt te kijk gezet. Oorlog is van elk van ons.

’t Is avond, we rijden terug naar Brugge, met op de achterbank de langspeelplaat met daarop ‘Nooit brengt een oorlog vrede’. Gezongen en vertelde verhalen waar je je klein bij voelt. Of een enkele keer heel groot, wanneer op het einde alle acteurs het podium inpalmen voor een samenzang, meeslepend als een koraal uit een klassiek oratorium. Al komt de soms schriele, volkse zang van deze gelegenheidsstemmen niet eens in de schaduw van het Grote Repertoire, toch omschrijft ‘oratorium’ misschien nog het best wat ‘Nooit brengt een oorlog vrede’ is. Was.

Die oorlogen, we gaven ze een volgnummer, de Eerste, de Tweede, hoe zot.
Wel organiseren wij af en toe iets om ze niet te vergeten, die tijden. Zoals die tentoonstelling in

Drie affiches, één tentoonstelling,
’14-18 Oorlog in beeld – Brugge in oorlog’.

de stadshallen, enkele jaren geleden. Toen de oorlog lang geleden was. Tot nu. Zal ook nu gelden, zoals die keer in Kemmel werd beweerd, dat oorlog nooit vrede brengt?

‘Nooit brengt een oorlog vrede’, het slotlied, hoort u hier … www.newfolksounds.nl/wp-content/uploads/2013/08/Elf-Novembergroep-Nooit-brengt-een-oorlog-vrede.mp3

This entry was posted in Het Brugge van toen, Over oorlog. Bookmark the permalink.

11 Responses to Oorlog en vrede … van de Kemmelberg tot Brugge

  1. Daan V. says:

    Pol, zou er van die plaat een digitale versie, op cd of online, bestaan? Of van het spektakel een filmopname?

    • Pol Martens says:

      Voor zover ik weet bleef het bij een ‘ouderwetse’ grammofoonplaat, Daan. ‘k Was al opgelucht om van het finalelied een link op de blog te kunnen plaatsen.
      Ook filmopnames zijn mij niet bekend. Maar wie weet, heeft iemand van de toenmalige organisatie daar iets van in handen …

  2. Saar Vanherreweghe says:

    Ik heb destijds het legendarische ‘Mistero Buffo’ gemist. Dat heb ik altijd bijzonder spijtig gevonden. En nu blijkt dat er ooit ook ‘Nooit brengt een oorlog vrede’ is geweest. Ook dat ging aan mij voorbij. Jammer. Maar wie weet, komt het er nog van om dat project te hernemen? Het zou alleszins meer dan ooit actueel zijn.

  3. Adam says:

    proficiat met deze herinnering.
    Moniek Adam

  4. Luc Gilliaert says:

    Die Groote Oorlog, het deed wat met een mens, zoals alle oorlogen trouwens. Twee voorbeelden van grootooms die dan ook nog in de Westhoek woonden …
    Eén grootoom had ooit zijn opleiding gekregen in het Brugs kazerne aan de Kruispoort. Het was nog de tijd dat er meer paarden waren dan auto’s.
    Hij was ook benoemd tot eerste klaroenspeler om de signalen aan te geven.
    Toen de Groote Oorlog uitbrak moest hij de loopgraven in. Bij een bestorming van de vijand schoot hij een Duits soldaat dood. Toen hij, slechts zelden, het voorval vertelde konden we horen dat hij zijn geweten suste met “Het was hem of ik. Had ik niet als eerste kunnen schieten, dan lag ik nu onder d’aarde”. Maar tevens merkten we dat hij tot op het einde van zijn leven met zijn daad worstelde. Hij is er eigenlijk nooit mee in het reine gekomen.
    Een andere grootoom had het ook goed te pakken. Ieder gesprek dat je met hem aanging, uiteindelijk draaide het altijd weer uit op die Grooten Oorlog.
    Op den duur durfde we hem niet meer aanspreken, want je wist al op voorhand dat hij het onderwerp omdraaide terug naar die Grooten Oorlog. Welk onderwerp je ook koos, hij kreeg het voor elkaar.
    Zijn zij in vrede gestorven ? Misschien wel, misschien niet … wie zal het zeggen ?
    Maar één ding is zeker: door de machtswellust van irrationele leiders moeten (zonder dat zij zichzelf in gevaar brengen) heel wat mensen lijden. Zelfs lang nadat hun strapatsen voorbij zijn. Actueler kunnen we het niet bedenken.

    • Dries Simoens says:

      Zelfde verhaal bij wijlen mijn peter: heeft vier jaar in de loopgrachten gestreden. Naar zijn zeggen heeft hij steeds boven de hoofden gemikt, maar één keer – en dan stokte zijn stem – “was het een kwestie van schieten of geschoten worden”. Als jongetje vroeg ik hem steeds, wat hij toen heeft gedaan. Zijn levende aanwezigheid leverde toen het antwoord, en tegelijk de tranen die hij nooit kon beheersen. Hij stierf in 1961, en hij was voor mij een prima peter – behalve dat elk jaar opnieuw zijn tranen niet te stelpen waren toen ik voor hem mijn nieuwjaarsbrief voorlas. Vaak zei hij – bij elke min of meer belangrijke gelegenheid – “ik heb te veel gezien”, om niet te moeten antwoorden op de vragen des levens. Bij zijn begrafenis in het kerkje van Sint-Pieters werd zijn kist geflankeerd door oud-strijders. Hij had het wellicht allemaal anders gewild. Wie niet?

  5. Dries Simoens says:

    Ik moest aan onze grootooms, verre peters en (bet)overgrootvaders denken, toen ik onlangs op TV het aforisme hoorde: “Nicht was wir erleben, sondern wie wir es erfinden, macht unser Schicksal aus” (Marie von Ebner – Eschenbach). Niet WAT ze beleefden, maar HOE ze de “Groote Oorlog” beleefden, bepaalde voor een groot deel hun verder levenslot, denk ik dan.

  6. Ann Broeckaert says:

    Allemaal zeer aandoenlijk, pijnlijk. Mijn vader moest strijden in de tweede oorlog. Zijn eerste kindje, een zoontje, zag het levenslicht in 1939. Dus zag mijn papa dat kindje nauwelijks groeien. En … in 1941 overleed het kind. Mijn ouders hadden het vast en zeker ook anders gewild.
    Dat en nog veel meer over oorlog één en twee heb ik nu in mijn achtste roman ‘De dingen die voorbijgaan’ verteld. Lancering van het boek op 1 mei, 11 uur in Weinebrugge …

  7. Dries Simoens says:

    Eén constante in de herinneringen van mijn peter-soldaat:
    stervende soldaten, onder welke vlag ze ook dienen, roepen om hun moeder.
    Heinz Kahlan zei ooit (1931)
    “Als de mens een moeder had die hem volledig opneemt aan het einde,
    zoals ze hem onvoorwaardelijk afstond aan het begin – hoe licht zou het sterven zijn.”

  8. Dries Simoens says:

    Jef Vermassen stelt “in elk van ons schuilt een potentiele moordenaar, én een potentieel slachtoffer”. Is de boodschap van “de eeuwige soldaat/ the universal soldier” niet analoog: in elk van ons schuilt een potentiele soldaat en … tja, een andere soldaat, zeker?

  9. Luc Gilliaert says:

    Even inpikken op de zin “Ik heb te veel gezien”.
    Eén van die grootooms zei dat ook altijd wanneer ik hem vroeg of hij nog geloofde. En bij uitbreiding hoorde je van veel leeftijdsgenoten die de Eerste en Tweede Wereldoorlog hebben mee gemaakt hetzelfde of een variant erop. Hoe kon het ook anders ? Twee strijdende partijen die beiden beweerden dezelfde christelijke God te vereren, te aanbidden (op de gespen van de Duitse soldaten stond bijvoorbeeld ‘Gott mit uns’) … en dan toch zo’n gruwelijkheden begaan tegenover de andere.
    Dit gegeven is weliswaar van alle tijden. Maar de tot dan toe ongeziene grote schaal van wreedheden (bijvoorbeeld het gebruik van mosterdgas in WO I) en doden, bracht mensen die voordien nochtans van redelijk tot zeer religieus waren, zeer aan het wankelen. Vooral van die mensen die het zwaar aan den lijve hebben ondervonden kan je begrijpen dat velen hun geloof verloren of op zijn minst ernstig twijfelden.
    Hebben de kerken daar ooit een afdoend antwoord kunnen op geven ?

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *