De wijsheid van de marktkramer …

Voor alles is een markt, Eddy Wally wist het al in zijn tijd. Er is een markt voor sjakossen en een markt voor liedjes. Ook voor onnozele liedjes. Ge moet de mensen niet onderschatten, maar vooral ook niet overschatten. Eddy Wally, een slimme sloeber, wie zal het zeggen?
Waarom ik mij dat afvraag? Wel, hierom. Op zaterdagochtenden was wachten op de bus die ons naar Brugge bracht nèt iets minder saai dan op andere schooldagen. Ja, ’t is even geleden waarover we vertellen, er was nog school op zaterdagvoormiddag. Op zo’n ochtend keken we bij de bushalte uit tot ‘hij’ langs kwam. Neen, niet onze lijnbus, daar was niks bijzonder aan. Maar zo’n vijf minuten voor die bus ons oppikte was er altijd wel eentje die uitriep: ‘Ja, mannen, hij is daar!’ En dan dat moment van gespeelde blijdschap. Want langs kwam een buitenmaatse, witte bestelwagen. Een tweetal mensen voorin en achter het stuur … Eddy Wally! Dè Eddy Wally!
En ’t strafste van al, hij wist dat wij er stonden, elke week. En dat we naar hem zouden wuiven. En wij wisten dat Eddy ons geveinsde enthousiasme met een brede tandenborstelglimlach en pontificaal wuivend zou beantwoorden. Lichte hilariteit, ’t was ons weer gelukt om hem te laten geloven dat het troepje pubers aan die bushalte naar hem opkeek. Er was zo’n zekerheid, Eddy Wally, daar hoorde je mee te lachen! Of wist Eddy beter?

Stel je voor dat je je auto
niet op de Markt kan achterlaten!

Samen waren we op weg naar Brugge, wij naar school en Eddy en zijn wederhelft naar de zaterdagmarkt. Hij had er een liedje over, ‘Als marktkramer ben ik geboren’, het was één van zijn klassiekers.
Terloopse dienstmededeling
voor lezers die geboren zijn na de invoering van de Euro: Eddy Wally uit Ertvelde was één van ’s lands meest bekende charmezangers. Bestond het woord ‘smartlap’ niet, hoorde het alleen al voor Eddy’s repertoire bedacht te worden.
Maar Eddy Wally was dus ook marktkramer … –
Iedereen vond Eddy Wally wat belachelijk, lichtjes simpel van geest. Was hij dat? Of speelde hij gewoon dat spelletje mee? Was er immers niet een markt voor alles?
Eddy reed met zijn bestelwagen de Langestraat in, ’t was in de schaduw van het belfort dat hij zijn sjakossen verkocht. Op zaterdagochtend werd de Markt ingepalmd door de wekelijkse markt. En dus mocht je op die ochtend niet parkeren op het plein. Op alle andere dagen wel, ge ziet dat van hier! Stel je voor dat je je auto niet op de Markt kon achterlaten, ’t zou wat zijn!

En toch, tijden veranderen en ook de manier waarop we met verkeer omgaan. Laat ons de klok een keer een heel eind doordraaien. Van onze schooltijd naar ’t begin van de jaren negentig, dertig jaar geleden. Hou u vast, want Brugge bedenkt een nieuw verkeersplan. Een héél nieuw plan.
Want ineens kan je niet meer zomaar met je auto de stad doorkruisen, er komen verkeerslussen. Niemendal meer doorheen het centrum. Kom je bijvoorbeeld langs de Steenstraat naar de Markt, kan je niet meer over de Burg naar de Kruispoort. Je moèt de Wollestraat in. Meer zelfs, op de Markt geraak je vanuit de Steenstraat niet meer op de vertrouwde parkeerplekken aan de voet van het standbeeld! En de Langestraat? Die is ineens geen tweerichtingstraat meer! En in sommige straten mag je nu met de fiets wèl in beide richtingen.


Iedereen enthousiast? Bijlange niet!
’t Stad doet zijn best om zijn inwoners mee te krijgen in dat denkspelletje. Sommige van die inwoners hebben daar weinig zin in. Affiches voor en affiches tegen, maar het lussenplan blijft.
Maar wacht, we zijn er nog niet. Want vijf jaar later, zomer 1997, maken we iets nóg straffer mee! Schrappen ze toch wel alle parkeerplaatsen op de Markt, zeker! Het hele plein wordt heraangelegd. In de Bank Brussel Lambert loopt voor die gelegenheid een tentoonstelling over de geschiedenis van het marktplein.

1997, feestelijke heropening …

En bij de heropening van de autovrije Markt staat Raymond van het Groenewoud op het podium èn de immens populaire Helmut Lotti, ’t zijn de dagen van ‘Lotti goes classic’. Neen, Eddy Wally staat niet op de affiche.
Autoverkeer, na al die jaren zijn we er nog niet uit. Nog lang niet. We bakkeleien naarstig door. Maar kijken we achterom, zien we waar we vandaan komen. En waar sommigen zich ooit druk om maakten.
Want stel dat de klok die we daarnet doordraaiden ons terugbrengt naar de tijd vóór al die nieuwigheden. Weg met die lussen en de Markt weer lekker één grote parking. Reken maar op een forse affichecampagne van wie niet akkoord is. Dezelfde lieden van toen? Met een slogan in de zin van ‘Broodroof, winkelroof, jobroof!’.
Eddy had gelijk, er is een markt voor alles. Ook voor voortschrijdend inzicht is er één. Die van Brugge, bijvoorbeeld.

This entry was posted in Het Brugge van toen, Van wielen en op weg zijn, Van zingen en spelen. Bookmark the permalink.

4 Responses to De wijsheid van de marktkramer …

  1. dries simoens says:

    Het verkeer in een binnenstad, altijd al een groot probleem – zeker als die binnenstad Brugge is, met zijn nauwe straten, met zijn kleine boetiekjes, met zijn toeristen die weifelend hun weg zoeken. De Sint-Amandsstraat was in de jaren 1980 de eerste die autovrij werd gemaakt, zeer tot ongenoegen van een lokale fotograaf, die de personaliteiten die de verkeersvrije straat ‘inwandelden’ – met Frank Van Acker op kop – met tomaten bekogelde. Maar de gang der zaken kon niet worden gestopt. Kroon op het werk was, zoals Pol aangeeft, het opdoeken, in 1997, van alle parkeerplaatsen op de Markt en de Burg. Heeft thans iemand nog heimwee naar de tijd dat de Burg, een van de mooiste pleinen in Europa, volgestouwd werd met auto’s? Tot zelfs tussen de bomenrijen in, die een verplichte parking was voor autocars.
    Begin de jaren 1990 werd het huidige lussensysteem ingevoerd waarbij wie de stad binnenrijdt langs één der grote assen, zonder het zelf te beseffen reeds naar een as wordt geleid, richting de buitenring. Pikant detail … dat lussensysteem werd in de jaren 1980 reeds toegepast, met één grote maar cruciale ontwijkingsmogelijkheid. Binnen het centrum bestond een ‘interne lus’ die alle lussen onderling met mekaar verbond. Georganiseerd sluipverkeer, zou men thans zeggen, maar toen van stadswege voorgesteld als het ei van Columbus.
    Jaarlijks wordt een ranglijst voorgesteld van 173 wereldsteden, volgens hun ‘leefbaarheid’gemeten aan de hand van 30 criteria. Onder meer gezondheidszorg, stabiliteit, cultuur, milieu, kindervriendelijkheid, onderwijs en infrastructuur. Dit jaar is Wenen de koploper. En Brussel sterkste stijger, van plaats 46 naar plaats 24. In de marge dit … in Wenen kan men voor 355 EUR een jaarabonnement nemen op het stedelijk openbaar vervoer.

    • Pol Martens says:

      Dries, even een aanvulling. Als mijn bronnen kloppen, werd de tomatenaanslag destijds door tijdig ‘politioneel ingrijpen’ op de valreep voorkomen en kregen de fotograaf uiteindelijk niet de kans om zijn tomaten ’te overhandigen’. En wat het parkeren onder de bomen op de burg betreft … ’t is nog niet zó lang geleden dat de schepenen der stad daar een eigen parking ter beschikking hadden, mèt slagboom. Er is een tijd voor alles, ’t staat in de bijbel, maar dan wellicht in een iets andere context.

      • dries simoens says:

        Pol, op de Brugse Beeldbank prijken meerdere foto’s van een verbolgen persoon die vanuit een raam boven de fotohandel Depuydt, tomaten richting de burgemeester gooit. Hij moet al een tijdje bezig zijn geweest, op het wegdek liggen zeker 20 tomaten , en heeft zich een menigte gevormd. Dag van deze ‘feiten’ is 15 juni 1979.
        Volledig akkoord wat de herbestemming van de autocar-parking tussen de bomenrij op de Burg betreft: het Toyo Ito paviljoen noch de voorbehouden parking voor de notabelen kon op veel goedkeuring rekenen, maar thans prijkt er het standbeeld “De Verliefden” waar personen die van mekaar houden kiekjes kunnen laten nemen, met op de achtergrond van het Brugse stadhuis. Een unieke plaats voor unieke momenten …

        • Pol Martens says:

          Wat het tomantenverhaal betreft heb je dus toch gelijk, hoor, Dries, ik vond inderdaad de foto op ‘Beeldbank Brugge’.
          Uw enthousiasme omtrent het beeld van Canestraro en Depuydt laat ik graag voor uw rekening …

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.