Michel Van Maele en Isidore Alleweireldt, mannen van de wereld.

Als man van de wereld door ’t leven gaan, Isidore Alleweireldt was het aan zijn familienaam verplicht. Al kostte hem dat weinig moeite, zijn bevoorrechte komaf hielp hem een aardig handje.  In het verpauperde Brugge van het jaar 1824 het levenslicht zien, gaf niet zelden uitzicht op een weinig rooskleurig leven. Maar Isidore had mazzel, zijn wieg stond in de ruime woonst van een bourgeois familie. Papa was een dokter met aanzien, lid van de vrijmetselaarsloge en stevig ingeburgerd in de lokale fine fleur, je kon het minder treffen.
En dus kon Isidore ‘voort studeren’. Hij werd architect en dat zal Brugge geweten hebben. We besparen u de opsomming van tientallen authentieke trapgevels die Alleweireldt vertimmerde in de stijl die bij de upper class in trek was, compleet met witgekalkte lijstgevel. Isidore’s creaties waren kinderen van hun tijd.

Dat waren ook de bouwkundige ideeën die burgemeester Jules Boyaval koesterde. Liberaal Boyaval wou komaf maken met het ouderwetse, gotische en dus katholieke imago dat zijn stad met zich mee sleepte. Brugge kon zich maar beter meten met èchte steden, met Brussel, met Parijs. In hoofdstraten met ruim bemeten rooilijnen zouden nieuwe, prestigieus ogende panden verrijzen met, jawel, van die hoge, ruim bemeten lijstgevels.
Minachting voor wat naar ‘ouderwetse gotiek’ verwees was aan de orde van de dag en Isidore Alleweireldt liet zich gewillig voor die liberale kar spannen. Meer zelfs, niet zelden leek hij in dat denken voorop te lopen. Dus mag het niet verbazen dat we zijn naam terugvinden bij een voorontwerp omtrent de nieuw te bouwen stadsschouwburg. Ook zijn voorstel om de binnenkoer  van de stadshallen van een koepel te voorzien lag al in die nieuwerwetse lijn.

Maar Alleweireldt ging pas echt loos toen hij een nieuw ziekenhuis mocht uittekenen. Het eeuwenoude Sint-Janshospitaal voldeed niet langer aan de evolutie in de ziekenzorg. En dus schiep onze architect een nieuw Sint-Jan, dat oprees achter het oude monument. Een slim bedacht concept met een groots binnenplein, omsloten door een pandgang. Ruime

raampartijen lieten het daglicht gulzig binnenvallen in de haaks op de pandgang gebouwde ziekenzalen. Eigentijdser kon je ’t niet bedenken.
Maar om het uitzicht op zijn meest prestigieuze bouwwerk ten volle tot zijn recht te laten komen vond hij er niet beter op dan … het hinderlijk in de weg staande middeleeuwse hospitaal te slopen. Ook de authentieke apotheek zou eraan geloven.

Zover kwam het niet. Naar verluidt omdat Isidore’s nieuwe hospitaal algauw iets te krap bemeten was en men het oude ziekenhuis toch nog diende te benutten.
Het ziekenhuis van Alleweireldt bleek na verloop van tijd ècht ruimte te missen en in de loop van de eeuw die volgde raakte het omzoomd met een krioelen van aanbouwsels, het ene nog lelijker dan het andere. Een uit zijn voegen gebarsten wirwar van koterijen, de naam ziekenhuis nog amper waardig. En dus werd in de jaren tachtig van vorige eeuw, eenmaal op Sint-Pieters de huidige kliniek gebouwd, nagedacht over de mogelijkheid om in de binnenstad dat in onbruik geraakte complex van Isidore Alleweireldt te slopen.

En waarom ook dàt tenslotte niet doorging? Da’s een verhaal waarin Michel Van Maele een sleutelrol vervulde. Van Maele was al een hele tijd burgemeester af, maar een bezige bij zou hij altijd blijven. En zodoende had hij zich voorgenomen om het negentiende-eeuwse ziekenhuis te redden. Het een nieuwe invulling te geven. Je kon Van Maele veel aanwrijven maar nimmer een gebrek aan ambitie. Dus ’t zou groots worden, voor minder ging hij niet. Alleen tot meerdere glorie van zijn stad of was er ook uitzicht op enig commercieel profijt? Ach, die schemerzone van alles waar Michel Van Maele zich, ook als burgemeester, mee inliet.
De charme van oude kranten blijkt alweer uit een knipsel van dertig zomers geleden. “In mei van volgend jaar gaat het Kunstcentrum Sint-Jan open”, staat er. Een enthousiaste Michel Van Maele wil er een onthaalcentrum voor al wie de stad bezoekt. En een ‘historisch museum’ waarin de politieke, culturele en economische geschiedenis van Brugge aan bod komt. Ook voor wisselende tentoonstellingen is plaats voorzien en ruimte voor congressen.  En als kers op de taart een ‘Imaginair museum van de Vlaamse Primitieven’, met fotografische reproducties op ware grootte van meesterwerken uit de gloriedagen van de middeleeuwse schilderkunst.

De site Sint-Jan is er nog, zonder de aanbouwsels van weleer. Op dat vlak haalde wijlen Michel Van Maele zijn slag thuis. Op dat vlak, want hier hoort een ‘maar’. U komt er misschien wel een keer langs. Voor het niet onaardige uitzicht vanop het terras bij de reie. Een handvol horecazaken brengt er, samen met de congresruimte achterin, wat leven in de brouwerij. Maar wat is geworden van wat zich ooit zou profileren als kunstcentrum? Hier liep toch ooit af en toe een tentoonstelling? Meerdere zelfs. Soms boeiend, soms minder. Maar vandaag?

… af en toe een tentoonstelling? Meerdere, zelfs. Soms boeiend, soms minder.

We gaan op verkenning. Langs de doorsteek bij de Onze-Lieve-Vrouwekerk komen we bij de hoofdtoegang van de voormalige kliniek, waar Picasso ons vanop de voorgevel nadrukkelijk uitnodigt voor een bezoek aan een expositie rond zijn werk. Dè Picasso, hier bij ons, komt dat zien! Maar de deur is gesloten. Navraag leert, dat ze dat al lange tijd is. Picasso is niet thuis. Niets vertelt over een heropening. Op de website van Sint-Jan lezen we ‘Wegens federale maatregelen tegen het corona virus, is Xpo Center Bruges gesloten tot nader bericht.
Een slapend kunstcentrum, het bestaat, in hartje Brugge.

Picasso is niet thuis …

De Spaanse groep die de erfpacht van het complex in handen heeft? Niemand kan er veel over vertellen. Alleen dat ze ook het Boudewijnpark beheren. Kunstcentrum Sint-Jan? Waren de vensters van het gebouw ogen, dan huilden ze.

We dwalen door de sombere, slordige gangen van de benedenverdieping. Tot bij het terras aan de reie. Verademing. ’t Is aangenaam nakaarten, hier aan het water. Over Michel Van Maele en Isidore Alleweireldt, allebei mannen van de wereld, allebei met omstreden ideeën omtrent hun stad. Goeie en minder goeie. En over dit voormalige hospitaal, hun bindende factor. Een plek die beter verdient.
Maar we laven ons aan de laatste stalen van de zon, die nog net boven de daken van de Oostmeers gluurt en knipoogt naar onze glazen.

This entry was posted in Het Brugge van nu, Het Brugge van toen, Over gezondheid en ziekte, Over welzijn en gezondheid, Van Brugse politiek, Van schilderen en plaasteren. Bookmark the permalink.

6 Responses to Michel Van Maele en Isidore Alleweireldt, mannen van de wereld.

  1. Johny RECOUR says:

    Wat een teloorgang voor zo’n historische site. Ook de administratie van de Dienst Toerisme moest naar het nabij gelegen voormalig klooster verhuizen. Maar mocht enkel het gelijkvloers gebruiken wegens teveel giftigheid uit het verleden in het gebouw.
    Vanaf het begin waren er af en toe mooie evenementen of tentoonstellingen, onder meer omtrent MBZ, die ik zelf mocht meemaken.
    Behalve dat je nu nog kan wijzen op de kantoren van hoofdinspecteur Van In in de Aspe tv-reeks, blijft Michel Van Maele tot op heden op zijn ambitieuze plannen wachten in zijn rustplaats.

  2. arnold strobbe says:

    Beste Paul, ik ben enkele jaren geleden eens naar de demonstratie met harpen en harpmuziek door Luc Van Laere geweest in dat gebouw. Het zaaltje zat vol en de aanwezige toeristen waren enthousiast over de uitleg en de harpmuziek. Ik kocht toen een CD die ik als yogaleraar nog altijd gebruik in mijn lessen. Hebben die demonstraties nu nog plaats? Mvg, Arnold

    • Pol Martens says:

      Arnold, bij mijn ‘verkenning’ van Site Oud Sint-Jan kwam ik in de ‘catacomben’ langs het zaaltje waar nog altijd de concerten van Luc Van Laere worden aangekondigd. Dus ik neem aan dat hij daar na al die jaren nog altijd actief is. In feite staat hij in zijn eentje in voor de invulling van het begrip ‘kunstcentrum’.

  3. Roland Rotsaert says:

    Ik voel mij altijd een beetje triest als ik daar passeer. Ik heb destijds gezien hoe het zorgvuldig gerestaureerd werd en aangepast aan de – toenmalige – vereisten. Het had, ondanks het moeilijke gebouw en de moeilijke omgeving, iets moois kunnen worden, als er ook een beetje – al was het maar symbolische – steun vanuit het stadhuis gekomen was.
    Straks hebben wij weer een uitgeleefd gebouw in een verkommerde omgeving, in het hart van een werelderfgoedstad. Misschien zal men dan toch de sloophamer moeten bovenhalen en zo een einde maken aan een politieke vete waarvan ik de achtergronden niet ken?
    Is er iemand die eens een uitgebreid artikel kan schrijven over een halve eeuw Oud Sint-Jan?
    Een aanvulling van de literatuurlijst op https://nl.wikipedia.org/wiki/Sint-Janshospitaal_(Brugge) die nu stopt in 1981 zou al een mooi begin zijn.

  4. dries simoens says:

    Aan goede wil ontbrak het niet, wat de site Oud Sint Jan betreft. Ik herlas de ‘nieuwjaarsbrief’ van Frank Van Acker van eind december 1989. Als prioriteiten werden toen vermeld: de uitbouw van de 19de-eeuwse gebouwen van het oud Sint Janshospitaal tot een internationaal kunstcentrum. Verder ook de vernieuwing van de Hallenzalen, de bouw van een nieuwe gevangenis en dus een andere bestemming van de gronden van ’t Pandreitje, de sanering van de verkrotting op de Burg door de bouw van een nieuw hotel en de restauratie van het gerechtsgebouw, de bouw van een nieuwe vismijn te Zeebrugge en de geplande aanleg van een nieuwe ambachtelijke zone. Gelet op het overlijden van Van Acker twee jaar later, heeft deze nieuwjaarsbrief ook de kenmerken van een politiek testament, voor de uitvoering waarvan anderen instonden – in meerdere of mindere mate.

  5. dries simoens says:

    Pol gewaagt vaag van een “Spaanse groep die de erfpacht over de site in handen heeft, en die ook het Boudewijnpark beheert”.
    Het Boudewijnpark is sinds 2002 eigendom van de Spaanse Aspro Ocia-groep, die thans eigenaar is van 42 water- en dierenparken in acht Europese landen. Hoe het zover is gekomen?
    De jaren ’90 waren niet florissant voor het Boudewijnpark. Het dolfinarium en de reptielenverzameling moesten heropgebouwd worden, nadat ze in ’88 in vlammen waren opgegaan. Er was gefraudeerd met combitickets, dierenrechtenorganisaties hadden bedenkingen bij dolfijnen in gevangenschap, er kwam tegenwerking van de woonwijk.
    En vooral: er was dringend nood aan investeringen, wilde men het hoofd bieden aan de pretparkconcurrenten. Het stadsbestuur was dus op zoek gegaan naar andere partners, die ze vond in de Aspro Ocia-groep. Nieuwe meesters, nieuwe wetten. De Spaanse groep focuste op dieren en op waterattracties, en ontwierp in het Boudewijnpark een waterspeelpark met een oppervlakte van 1100 vierkante meter, Bobo’s Aquaplash. Voor de ouders werd een ligweide met wifi aangelegd. Dat de Spaanse groep volop de kaart van de maritieme stijl wou trekken, leidde in 2004 reeds tot een nieuwe naam, ‘Boudewijn Seapark’. Een poging tot naamsverandering tot ‘Dolfinarium Brugge’ was afgeketst.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.