Een brief aan Willem Vermandere

Meneer Vermandere, beste Willem,
U hoef ik het niet te vertellen, maar kunstenaars zijn veelal lieden met meer dan één creatieve hoek eraf. Wij kennen u als zanger, onze West-Vlaamse bard, als man van veel grafiek èn als beeldhouwer. Maar ook in uw muzikale zelf schuilt meer dan ‘alleen maar’ de zanger. Altijd al heb ik een boontje voor Willem de melancholicus, dromend op zijn klarinet of mijmerend van schoonheid en vrede, van oorlog en heimwee. Maar we kunnen ook niet om de flegmatieke Willem heen, die met kwieke kwinkslagen de zotte wereld te kijk zet.

Welnu, laatst bedacht ik, misschien moet die plezante zanger maar een keer iets bedenken over archeologen. Het was “k Plante ne keer patatten dat mij op het idee bracht, dat lied waarin u vertelt over hoe bij u thuis ineens, uit het niets, landmeters uit de grond komen gekropen. Van aardappelteelt komt niks in huis, de sloebers leggen dwars door uw lochting een autoweg aan. Het zal een mens maar overkomen. Welnu, die landmeters in uw moestuin, die hebben iets gemeen met archeologen, toch?
Want net als die van wegenbouwers is ook de geestdrift van archeologen lang niet altijd naar ieders goesting! ‘Archeologen, meneer, ge ziet ze liever gaan dan komen! Wacht maar, ge zult er niet om lachen als ze ineens opdagen op de plek waar ge iets wilt bouwen!’ Bouwen? Halt! Daar zijn eerst de archeologen met hun talent voor grondig graven! Grondig, flauwer woordspeling konden we niet meteen bedenken. Rond hetgeen ze vinden, wat scherven en lappen leer, verzinnen ze een heel vertellement over hoe uitzonderlijk oud het is, wat het ooit was en waartoe het diende.

En over zo’n spullen houden ze dan congressen. Zoals die keer, hier in Brugge. ’t Was in 1997, vertelt de affiche. Van overal kwamen ze, palmden de stad in. Repten zich van de stadshallen naar hier of daar een zaal in de binnenstad. Archeologen op weg naar lezingen van … nou ja, archeologen.
Rare lieden. Steek een spade in de grond en ze staan op uw erf, houden u wekenlang van uw werk af om elke morzeltje grond uit te pluizen. En omdat gij dat kunt, vraag ik u een keer om een liedjestekst. Willem, wij rekenen op u! Neem ze op de korrel, die gravers in oude grond!
Zoals laatst nog, aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Er werd een stuk straat opgebroken en voilà, ze waren niet in te tomen! Met enige onrust keek het oude kerkgebouw neer op de metersdiepe put aan zijn voeten. Ze gaan hier toch niet al tè dicht tegen mijn funderingen beginnen graven?
Die van archeologie, sapristi!
Maar toch. Al vindt lang niet iedereen het makkelijk om horen, soms lukt het die heren en dames om ons met hun vondsten te verbazen. Deze zomer was dat zo, daar in de Mariastraat.
Opgravingen op een middeleeuwse begraafplaats, daar begin je aan met de nodige omzichtigheid. Wat hielp was de wetenschap dat de ondergrond dit keer bijzondere verhalen zou prijsgeven. Wat hij ook deed. En met elke week een middag waarop iedereen

‘Verhalen uit de ondergrond, Brugge in het jaar 1000’, onder de balken op één van de Gruuthusezolders.

welkom was om de vorderingen op te volgen, werd onze belangstelling aangescherpt. We staken veel op over het verleden van die plek en bij momenten sprak dat verleden echt wel tot onze verbeelding.
Dus ja, dag in, dag uit op handen en voeten met schopjes en borsteltjes in de weer zijn, in een put zo diep als een huis hoog is, misschien heeft het toch meer waarde dan we graag toegeven? Ga ik met mijn verzoek om een spotlied te kort door de bocht?
Maar in mijn gedachten zie ik u in de stilte van uw atelier, daar in Steenkerke. U legt uw beitels aan de kant en gaat zitten. Tijd voor een lied? Maar ’t is niet Willem de grapjas die zijn gitaar op schoot neemt, neen. Het is de melancholieke Willem. Hij mijmert over onze verre voorvaders en voormoeders en hoe ze leefden, in die tijd van hen, in die stad van ons.
Bedankt, hé, Willem.

This entry was posted in Het Brugge van nu, Het Brugge van toen, Van schilderen en plaasteren, Van zingen en spelen. Bookmark the permalink.

7 Responses to Een brief aan Willem Vermandere

  1. Saar says:

    Willem Vermandere, zijn liedjes èn zijn vertelsels maken van een avond in zijn gezelschap elke keer tot een warme ervaring. Het zou, mocht hij op je verzoek ingaan, het eerste lied zijn dat hij aan Brugge wijdt, neem ik aan? Het zou mij alvast benieuwen wat hij ermee zou aanvangen.

  2. Wow, terug een spannend verhaal, we wachten vol ongeduld op het lied en op de volgende editie van je verhalen over Brugge.

  3. Johny Recour says:

    Willem trouwde lang geleden met de dochter van de scoutsfamilie Dewever in De Panne, waar vader de sinds 1293 onderzeese telefoonkabel installatie naar Dover bewaakte en beheerde. Begin jaren 1960 kwam ik daar regelmatig aan huis en ontmoette er Willem, als het ware een oudere scoutsbroeder.
    Wat die onderzeese kabel betreft, moet uiteraard 1923 zijn, door een Italiaanse firma, maar tijdens Operatie Dynamo van belang. Want de reden waarom Lord Gort de evacuatie leidde vanuit De Panne en niet Duinkerke, gezien rechtstreekse verbinding via Dover met Churchill.

  4. Pol Martens says:

    Met dank aan Antoine De Clerck, dit filmpje … of noem het een heel vroege videoclip. Eentje uit de prille jaren zeventig, mogelijks uit het legendarische tv-programma ‘Echo’.
    Willem Vermandere … in Brugge! Op een koets, langs de Dijver en door de Eeckhoutstraat, aan ’t begijnhof en op een amper herkenbaar Walplein. Op een bootje op de reien, ook.
    https://www.youtube.com/watch?v=KGUbiwXyJ1w

  5. Françoise Van de Casteele says:

    Willem, die ik persoonlijk ken,nog nooit zo bekeken. Leuke invalshoek en zoals steeds, Pol met zijn pittige pen,raakt mij weerom op een heel originele manier.
    Ik kijk al uit naar het volgend verhaal.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *