Het ‘kaboeterke’ en de drie affiches

Hoe het begint? Met een kale muur in een school. Een school in een stad. Kom je er op een stil uur over de speelplaats, hoor je de beiaard zingen, zó middenin de stadskern ligt die school. En daar begint, vele beiaarddeuntjes geleden, deze jongen aan zijn bescheiden loopbaan. Een loopbaan met als ‘thuisbasis’ een lokaal dat ze in de school “de drukkerij” noemen. Dat heeft van doen met het allegaartje van spullen dat er staat. Kopieermachines, een toestel om in te binden, een papiersnijmachine, die dingen. Nogal wat leerlingen kennen die meneer van de drukkerij als “den drukker”, eerder dan bij zijn naam.
En de school wordt een plek waar hij zichzelf kan zijn, midden collega’s en leerlingen met wie het doorgaans goed opschieten is. Een dagtaak waarin een mens zichzelf kan vinden, dat soort dingen maken het bestaan draaglijk.
Maar ’t zijn ook nog de dagen waarin wie op een school rondloopt, veelal met een bijnaam door ’t leven gaat, een ‘lapnaam’ zoals dat in ’t Brugs heet. En ook onze protagonist valt die eer te beurt. Giechelend, zoals je dat van scholieren verwacht, noemen ze hem ’t kaboeterke. Daar kan hij mee leven, er circuleren in schoolmiddens minder vleiende namen. En hij kan er nu eenmaal weinig aan verhelpen dat zijn gestalte niet uitnodigt om als ‘de reus’ omschreven te worden.

Dat lokaal van hem is een eenvoudig oord, maar het is van hem en dat voelt goed. Een hoog raam zorgt voor daglicht. Muren, in beslag genomen door kasten en stapelrekken vol papier. En die ene hoge, kale muur. Jammer eigenlijk, zo’n lege muur, meent hij.

En dan, op een keer in een voorjaar. In de stadsbibliotheek loopt een tentoonstelling. De expositie heet ‘Middeleeuwse handschriften uit Ter Doest’, dus dat ze over middeleeuwse handschriften uit Ter Doest gaat ligt redelijk voor de hand. En ook dat de drukker uit die school een kijkje gaat nemen. Wie hem kent, weet dat hij iets heeft met zo’n oude verhalen . Terloops neemt hij een affiche van de tentoonstelling mee naar huis. ’t Is iets met een detail uit zo’n perkamenten boek. Hij zal er nooit iets mee aanvangen maar wat maakt het uit, zo zit hij nu eenmaal in mekaar, hij is goed in dingen opzij leggen.
Maar de volgende ochtend, de schooldag is nog vers, bedenkt hij, zo’n affiche over oude boeken, is dat niet iets voor in ‘zijn’ drukkerij? En heeft hij thuis niet nog zoiets liggen?

Wat hebben de meeste dingen die we op zolders bewaren gemeen? Dat er veelal geen enkele reden is om ze te bewaren, behalve … het bewaren zelf. En dus is het even zoeken tussen allerlei andere overbodigheden vooraleer in het vale licht van zo’n zolder de affiche tevoorschijn komt. Ze is van een handvol jaren geleden, ook van een tentoonstelling in de bib. Over incunabels, zo noemen ze boeken van de eerste generatie drukkers in de vijftiende eeuw.
Voilà, dat zijn er twee. Twee affiches over oude boeken. Goed voor twee kaders aan die muur in de drukkerij. Maar twee, is dat niet wat pover? Zou ’t niet een stuk fraaier presenteren met nog een derde bij?
Op zoek, dus. Naar de derde affiche … Liefst eentje dat ook naar boeken of drukkunst verwijst. Op rommelmarkten, soms in een tweedehandswinkel. Bij vrienden en kennissen. Maar je zoekt niet altijd wat je vindt. En zo groeit thuis stilaan een stapeltje affiches. Over tentoonstellingen. Over een stoet, een concert, eentje over een oude processie. Over alles en nog wat. Maar niemendal over boekdrukkunst.
Tot op een keer, een herfstige middag, ’t kan ook een avond geweest zijn. De zoeker zit dat stapeltje te doorbladeren, achteloos, zijn gedachten in ’t vage. Maar wacht een keer! De

Op zoek, dus, naar de derde affiche

meeste van die affiches hebben wèl iets gemeen! Bijna allemaal hebben ze iets met Brugge! En dan is er die ingeving, simpel zoals goeie ingevingen dat veelal zijn. “Is er eigenlijk wel iemand die affiches over Brugge verzamelt? Alle affiches omtrent Brugge, waarom niet?
En een zoektocht begint.

Het is alweer even geleden dat de drukker de schooldeur voorgoed achter zich dicht trok, maar hij gaat er nog graag langs. Voor vertrouwde babbels met vertrouwde collega’s, tussen leerlingen wiens naam hij niet meer kent en die hem niet meer kennen. Niet als ‘den drukker’ en al helemaal niet met die bijnaam van toen, scholieren doen vandaag niet meer aan bijnamen.
En weer thuis gekomen koestert hij Brugse affiches, dag na dag. Affiches in kaften, kokers en kaders, een kamer vol. Affiches over van alles, maar allemaal over Brugge. Van het meest prestigieuze kunstproject tot de fuif in de kroeg om de hoek. En van recente tot hele oude, vooroorlogse. Tienduizend stuks? We zeggen maar wat. Het kunnen er ook elfduizend zijn.
Affiches die hij toont op een website, op een tentoonstelling af en toe, een Facebookpagina en cursiefjes in een lokale krant, een blog ook. Een verzameling waaruit stilaan een portret groeit van onze stad … ‘Brugge in affiches’.
Wat het leven aardig invult? Een dagtaak waarin een mens zichzelf kan vinden, toch?

This entry was posted in Het Brugge van nu, Het Brugge van toen, Over affiches verzamelen, Van boeken en schrijven. Bookmark the permalink.

7 Responses to Het ‘kaboeterke’ en de drie affiches

  1. Jozef De Coster says:

    Dag Pol,
    Dat was een mooie start. Goed voortdoen, hé.

  2. dries simoens says:

    Tja, de verzamelaar in elk van ons. . Er waren de filatelisten …’Postzegels sparen is kennis vergaren’. Nu onze informatie-uitwisseling gebeurt langs elektronische snelwegen en bijna niemand nog een omslag-met-zegel in zijn brievenbus mag begroeten, is de lol eraf. Wel bestaat sinds jaar en dag de mogelijkheid, een abonnement te nemen op elke nieuwe postzegel die in Belgie verschijnt. Maar dan is de verzamelspirit om zeep. Toen kranten nog huwelijksadvertenties publiceerden, kon men soms lezen ‘type postzegelverzamelaars zich onthouden’.
    Numismaten verzamelden de euromuntstukken die inderdaad verschillen van land tot land. En na 2002, met invoering van de eenheidsmunt, was het streefdoel om van volstrekt ieder euroland een stuk van 2 euro enzovoort te bemachtigen, tot en met de ‘rostjes’ van 1 cent. Ik heb iemand gekend die een complete verzameling bezat, behalve een Fins ‘rostje’ van 2 cent. Steeds strenger werden de vereisten om een collectie als volledig te mogen beschouwen. Het moest om muntstukken gaan, geslagen in het zelfde jaar, en zelfs in dezelfde stad. Duitse munten werden gefabriceerd in vier steden.
    Geef mij maar de Panini-prentjes met voetballers. We ‘transfereerden’ dubbels, en één ‘Pol Van Himst’ moest bijvoorbeeld worden geruild tegen drie ‘Odilon Polleunis’-exemplaren. Een paar jaar heeft een wielerploeg de ‘Watney Maes’-prentjes met coureurs gelanceerd. Een pover gedoe, zwartwit, slap papier en zonder album om in te plakken. Ook daar bestond bij het ruilen met vriendjes een soort code. Regenboogtrui, tricolore trui, regionaal bekend of niet… Toen de Langemarkenaar Noel Vantyghem in de trui van kampioen van Belgie de klassieker Parijs-Tours won, steeg zijn inruilwaarde tot ongekende hoogtes. Vantyghem zelf kon het goed uitleggen … “Samen met Eddy Merckx heb ik alle koersen gewonnen. Ik won Parijs-Tours, en Eddy won al de rest!”
    Verder spaarden we capsules van ‘AA melk’, tot we een brevet uitgereikt kregen van ‘melkbrigadier’. Toen gold ‘Melk is goed voor elk!’. Sigarenbandjes waren ooit gegeerd, maar stiekem verzamelden we in luciferdoosjes zoveel mogelijk OLH-beestjes en vlinders.

  3. Roland says:

    Zalig !!!!

  4. Dirk Michiels, ere adjunct-stadssecretaris says:

    Zo begint inderdaad het verzamelen. Zo ben ik aan mijn verzameling gidsboekjes over Brugge begonnen in alle talen en alle edities, het oudste is van 1836. Idem voor mijn verzameling oude facturen, briefhoofden en omslagen van Brugse winkels en bedrijven. Een verzameling is nooit af! Nooit heb je alles, vandaar dat een verzamelaar altijd op hoop leeft dat hij nog iets bij vindt. Via deze reactie, bijvoorbeeld …

    • dries simoens says:

      Ingaand op uw laatste suggestie: ongetwijfeld kent u het boekje van Jan Roose, “Legendarische stadsgids – de mooiste Brugse legenden en verhalen”? Ik ben in het bezit van de eerste druk, uit 2010. Interesse?

  5. Peter says:

    Mooi Pol, heel mooi

  6. Dieter Viaene says:

    Tonnen respect, Pol!!

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *