Open monumenten en … kattenkwaad.

Monumentenzorg
in de verre jaren zeventig …

Wat lees ik hier, de kerk van mijn geboortedorp zou verkocht zijn? En wat gaan ze straks aanvatten met het pronte bouwwerk dat met z’n spitse toren wel heel beeldbepalend is voor dat buitendorp? Het is mij voorlopig een raadsel.
Er werd voor die neogotische kerk al even een koper gezocht, maar nu is het dus zover. Het bisdom vroeg er, herinner ik mij, net geen driehonderdduizend euro voor. Een heel redelijk bedrag, meende de man van het immokantoor dat het kleinood in de aanbieding had. Neen, dat vertelde hij mij niet toen ik langsging om een bod te doen, ik heb het van horen zeggen.
Maar, eerlijk, het doet wel wat met een mens, zo’n melding. Want al gaat het om verhalen van lang geleden, ze zijn er wel. Laat ze beginnen bij onze ouders die er ongetwijfeld werden gedoopt. Ze trouwden er, hielden er hun kinderen boven dezelfde doopfont, het jawoord van mijn zus en schoonbroer klonk er en ja, het was ook de plek waar wij die ouders van ons voor ’t allerlaatst naartoe brachten. Zo’n kerk is ook, en boven alles, herinnering.

Laten we vooral hopen dat ze in haar nieuwe bestaan haar verleden mag meenemen. Hier en elders kennen we voorbeelden van gepaste invullingen voor zo’n pand. De Bourgondische buffetten die hier in Brugge jarenlang in de voormalige Jezuïetenkerk in de Vlamingstraat doorgingen, reken ik daar liever niet toe. Maar zoals een mensenleven, neemt ook het leven van een gebouw wel eens verrassende wendingen.
Zo kon het gebeuren dat het gebedshuis in de Vlamingstraat, als een Bijbelse ‘verloren zoon’, onlangs zijn oorspronkelijke taak weer opnam. Vandaag houdt een Roemeense evangelische gemeenschap er haar wekelijkse gebedsdiensten.

… en in de tachtiger jaren.

Volgende zondag, de tweede zondag van september, is traditioneel Open Monumentendag. Het Brugse team van Monumentenzorg pakt dat doorgaans grondig aan en maakt er dus weer een weekendje van. Met weer een heleboel doorgaans niet, maar voor één keer wel te bezoeken gebouwen en plaatsen.  Het imposante interieur van een herenhuis in de Wulfhagestraat? Een volkswoonst in Ver Assebroek? Een schermgilde in de bovenzaal van de Kruispoort of de anders zorgvuldig afgesloten kloostertuin van ’t begijnhof? ’t Is Monumentenweekend, dus het kan!

Nog één loftrompetje, mag het? Voor het programmaboekje van dat weekend halen we toch maar weer de term ‘vakkundig’ van stal. In die brochure staat overigens dat u ook in de Jezuïetenkerk van daarnet een kijkje kan gaan nemen. Alleen op zaterdag, ’s zondags is er een viering, dat vraagt om enig respect.

Maar er is meer. Bij een Jezuïetenkerk hoort een Jezuïetenklooster. Dat leegstaande maar imposante complex kan u, weet het programmaboekje, op reservatie verkennen. Gidsen loodsen u door een doolhof van kamers, gangen, kelders en zolders.
En misschien is ondergetekende toevallig uw gids van dienst, ’t zou kunnen, maar ook

van zijn collega’s valt veel te leren. Zo kwam één van hen met een merkwaardig weetje op de proppen. De Jezuïeten die hier tot voor enkele jaren thuis waren, hadden naar verluidt een reputatie als biechtvaders. Dag in, dag uit was één van de paters paraat als ervaringsdeskundige, luisterend oor voor devote Bruggelingen of passanten die er hun pekelzonden of, gewichtiger, hun serieuze blunders kwamen opbiechten.
De laatste Jezuïeten gingen hier al enkele jaren geleden vandaan. Vandaag wacht in dit vrome huis geen biechtvader meer op berouwvolle zondaars. Was dat wel zo, dan trok die Eerwaarde best wat tijd uit voor mijn passage in zijn biechtstoel.

’t Is geleden van in die dorpskerk uit mijn jongenstijd dat ik nog zo’n meubel van binnen zag. “Wat hebt gij op uw geweten, mijn zoon?” Al het kattenkwaad dat ik in die veelheid van jaren uitspookte, wil hij dat allemaal aanhoren? Dan zijn hij en ik gegarandeerd nog een tijdje zoet.

This entry was posted in Het Brugge van nu, Het Brugge van toen, Van zin, zen en zijn. Bookmark the permalink.

10 Responses to Open monumenten en … kattenkwaad.

  1. Richard Ranson says:

    Behalve de ‘preekstoelen’, waar de priesters konden op prediken ten behoeve van de aanwezige gelovigen, behoren de ‘biechtstoelen’ inderdaad ook tot het klassieke kerkmeubilair.
    De oude biechtvaders dateren van het ‘pre-WOKE tijdperk’. Geen sprake van biechtmoeders, laat staan van transgender-Jezuïeten om de biechtstoelen te bemannen.
    Ik herinner mij hoe wij in de lagere school ‘opgepompt’ werden om verplicht te gaan biechten. De schoolmeester hield ons voor, dat het een gevoel van opluchting gaf, eenmaal we onze zonden hadden opgebiecht. De dagelijkse zonde of een doodzonde, dat onderscheid maakte hij niet. Maar het biechten zelf was heilig.
    We zijn nu dik een halve eeuw later en ik heb mij al dikwijls afgevraagd … waar bevinden zich de zondaars van tegenwoordig en bij wie gaan zij te biecht?
    Het eigentijdse equivalent van een biechtvader is nu de psychiater. Of laat een psycholoog volstaan, voor de dagelijkse zonden. Het biechtsysteem overleeft dus de tijd, dat is al een geruststelling.
    Intussen staan die biechtstoelen jammerlijk leeg, in de kerken. Wel, we kunnen daar iets bij verzinnen.
    Wanneer ik de alledaagse radioberichten beluister, word ik overstelpt met zeer ‘zondige’ actualiteiten over de meest uiteenlopende wanpraktijken. Een wildplassende minister, is dat een dagelijkse zonde? Of de oorlog in Oekraïne. Zijn dat nu doodzonden, die daar bedreven worden?
    Mijn voorstel … Laat het publiek in de kerk plaatsnemen waar de biechtvader zat. Vraag aan dat publiek, in de rol van biechtvader, om eens goed te luisteren.
    Zet in de aanpalende hokjes, waar traditioneel de zondaars kwamen biechten, een radio aan. Laat, luid genoeg, de vele akelige nieuwsberichten weerklinken.
    Vraag aan onze hedendaagse biechtvader, die uit het publiek bestaat, hoeveel weesgegroetjes er moeten gebeden worden.
    Bid dan al die weesgegroetjes, voor een betere wereld en ter opluchting van jezelf.
    Moraal van het verhaal? Een psychiater uitgespaard!

    • Dries says:

      Indien persoonlijke intuitie of wetenschappelijke onderzoek zou vaststellen dat ‘barmhartigheid’ een typisch vrouwelijke eigenschap is, geef mij dan maar vrouwelijke biechtvaders. Biechtmoeders, dus.

  2. Marc De Brabandere says:

    Pol, bij mijn weten kan je momenteel terecht bij de paters Ongeschoeide Karmelieten voor het opbiechten van je kattenkwaad.

  3. Vantorre says:

    Mooi geschreven, Pol, groetjes!

  4. WILLY VERSTRAETE says:

    Doet mij denken aan de parochiekerk van Maldegem Donk .

  5. Ann Broeckaert says:

    Ik heb Grieks-Latijnse humaniora op een katholieke kostschool gevolgd. Ik spreek hier over heel lang geleden. Wij moesten regelmatig biechten, zo vaak zelfs dat ik elke keer in mijn fantasie moest gaan zoeken wat ik eventueel zou misdaan kunnen hebben.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *