Roger Raveel en zijn nichtje, Delphine Lecompte

Sinds we braaf bij de kachel zitten in plaats van op café, verzin ik soms wat woorden die samen gedichtje spelen. In deze thuistijden moet een mens ièts ondernemen om zijn bestaan te verantwoorden. En soms komen mijn verzonnen woorden redelijk goed overeen. De betere rijmelarij, zoiets. En waarom ik die ontboezemingen van mij wel eens loslaat op Facebook? Tja, noem het naïef tegengas tegen alle venijn waarmee dat netwerk zich inlaat. En mocht ik het daar niet zetten, niemand zou het ooit lezen, ’t zou ook wat zijn.

Laatst had ik er pas iets nieuws opgezet en de belangstelling voor het kleinood overtrof meteen mijn verwachtingen. Wat een mens zijn ijdelheid streelt. Heel even toch. Want algauw snap je dat niet zozeer je schrijfsel, dan wel het onderwerp met de pluimen gaat lopen. Komt ervan als je het dezer dagen over Delphine Lecompte hebt. ’t Was een gedicht over onze dichteres die recent door de stedelijke musea werd uitgenodigd om ‘hun’ dichteres te worden.
Delphine Lecompte, wie haar kent heeft er een mening over. En veel volk kent haar, dat maakt veel meningen. En natuurlijk gebeurde Facebook-gewijs het onvermijdelijke. In de kortste keren werd uitgeweid dat het een lieve lust was. Of ’t waar is dat Delphine de kleindochter is van dokter Herman Lecompte. Mensen weten dat graag, al doet het er amper toe.
Hoewel. Familiebanden verklaren soms wel wat. Al leerde ik dat je ook familie kunt zijn zonder bloedverwantschap. Ik leg even uit. Wist u dat Delphine Lecompte familie is van Roger Raveel, de schilder? Neen, hij is niet haar grootvader langs moeders kant. En het lijkt mij aannemelijk dat ze mekaar nooit hebben ontmoet. Maar toch, Delphine en Roger hebben meer gemeen dan veel broers en zussen. Véél meer. ’t zit hem in die eigen, eigenzinnige blik van hen. Als je ’t mij vraag, zijn ze gewoon familie.

Raveel droeg Brugge een warm hart toe. Een warm maar kritisch hart. Voor de tweede Triënnale, die van 1971, verzorgde hij niet alleen een affiche, onaangekondigd verrezen van zijn hand ineens houten zwanen op de reien. En dat was niet voor de schoon ogen van de burgemeester. Bijlange niet, toen burgervader Michel Van Maele hoorde dat de houten beesten bedoeld waren als aanklacht omtrent de destijds stinkend vuile reien, kon hij Roger’s subtiele humor maar matig appreciëren.  Even werden de zwanen door de mannen van ’t stad weggehaald, wat meteen goed was voor meer dan landelijke persbelangstelling.

Maar het kwam goed tussen Raveel en Brugge. Jaren later, in de zomer van 1996, liep in de stadshallen een expositie naar aanleiding van de 75ste verjaardag van de kunstenaar. En bij die gelegenheid keerde een handvol van zijn zwanen-met-gaten nog een keer terug naar de inmiddels propere reien. In ’99, het Gezellejaar, ontwaarde je op een bloementapijt op de binnenkoer van de hallen zo’n Raveelzwaan-met-vierkant. En een paar jaar later werden onze winkelstraten gesierd met baniervlaggen met Raveel-motieven. ’t Zijn tot nader order de vrolijkste die er ooit wapperden. De schoonste, ook.


In 1975, het jaar waarin Raveel 75 wordt, loopt in de Garemijnzaal een tentoonstelling. En keren zijn zwanen nog één keer terug op de Reien.

In de komende maanden loopt in BOZAR in Brussel een overzichtstentoonstelling over Raveel. Misschien maken eindelijk ook buitenlandse kunstliefhebbers kennis met Roger’s witte vierkanten.
Die lege plekken en gaten, Raveel’s curiosum. Daar is ie weer met zo’n vierkant! En tegelijk ogen ze zo vertrouwd dat je ze zou missen. Zo’n beetje zoals Delphine haar schrijfsels overlaadt met bergen adjectieven. In één zin van haar vind je bipolaire vissers, schizofrene alpacafokkers, dementerende orgeldraaiers en alcoholistische meubelmagnaten. Zucht. Maar stonden ze er niet, je zou Delphine niet herkennen.
En net als Raveel heeft de dichteres iets met Brugge. ’t Zal wel zijn, ze woont in de stad. Ja, maar ze kijkt er ook naar met andere ogen dan die van u en mij. Dat zal blijken uit de gedichten die ze in de komende maanden pleegt voor onze musea.  Je vindt er momenteel eentje bij de toegangspoort van Groeninge aan de Dijver en het leest niet bepaald als een lofzang. Je staat erbij en kijkt ernaar.
Ongeveer zoals destijds de burgemeester bij ’t zien van de zwanen van Roger Raveel. Nonkel Roger, zou Delphine zeggen.

Benieuwd naar ons bescheiden dichtwerk dat we opdroegen aan Delphine Lecompte? Vink dan in de ‘omslag’, bovenaan de blog, het item ‘Brugge berijmd‘ aan. Je vindt er … Brugge berijmd.

This entry was posted in Het Brugge van nu, Het Brugge van toen, Onze huisdichter, Van boeken en schrijven, Van Brugse politiek, Van feesten en vieren, Van schilderen en plaasteren. Bookmark the permalink.

5 Responses to Roger Raveel en zijn nichtje, Delphine Lecompte

  1. Pol Martens says:

    Jan Verhaeghe, Bruggeling en altijd al in de weer met eigen kunst en die van anderen, formuleerde onderstaande bedenking. Met zijn toestemming deel ik ze graag met jullie.
    “Raveel zou dit jaar 100 geworden zijn. Hij mag wat mij betreft zeker in de bloemetjes gezet worden, zoals 25 jaar geleden in Brugge. Kreeg toen de Van Acker-prijs naar aanleiding van z’n 75ste verjaardag. Dat werd gevierd met een tentoonstelling in de Garemijnzaal. En hij zette z’n zwanen terug op het water.
    Dat deed hij eerder bij de Triënnale en toen wilde de stad dit niet. Nu mocht het wel en ik had het voorrecht, daarbij te zijn … In het bootje, als kersvers medewerker van Cultuurcentrum Brugge. Ik verloor al bij de plaatsing van de tweede zwaan m’n breekmes maar Roger was voorzien en met behulp van zijn zakmes kon ook het derde en vierde kunstwerk te water gelaten worden.
    Ik herinner me nog de fantastische maaltijd aangeboden door Marc Galle. De handgeschilderde vlag om boven de toegang van de expo op de Markt te hangen, om zo het verbod op promotievlaggen te omzeilen. De knappe presentatie van zijn ‘Genesis’-reeks in Groeninge. Enkele jaren later vragen we hem om het ontwerp te maken voor een bloementapijt. en twaalf vlaggen die enkele seizoenen in twee winkelstraten hingen.
    Jammer dat in dit huldejaar geen aandacht is voor deze ridder van de schoonheid. Maar hij zou pas op 15 juli 100 geworden zijn. Nog net op tijd om nog eens de vlaggen op te hangen? Kan dat niet voor de verdere duur van de aanstaande Triënnale Brugge?”

    • Mia Lingier says:

      De zwanen van Raveel komen ook voor in mijn boek ‘Het vloeibare goud’
      Goed idee om Raveel te integreren in het Trauma -verhaal !

  2. Marc Vandenbroecke says:

    Het geboortedorp van Roger Raveel (Machelen aan de Leie, deelgemeente van Zulte) is voor de liefhebbers écht de moeite! De gemeente bouwde er zelfs speciaal een museum voor: https://www.rogerraveelmuseum.be
    En in Deinze (museum Mudel) loopt er momenteel een tentoonstelling over Roger: http://www.mudel.be/de-schildersklas-van-roger-raveel

    • Pol Martens says:

      Omtrent Machelen heb je overschot van gelijk, Marc. Je vindt er niet alleen zijn museum, hier en daar in het dorp liet Roger zijn vingerafdruk na. En hij ligt er ook begraven.
      Als we er langs gaan, ’t is alweer even geleden, stillen we meestal onze honger in de Afspanning. En dan nog een doorzakkertje in ’t Leiezolderke. Oeps, straks tikt iemand me nog op de vingers, dit zou een reclamevrije blog worden! Maar als de boekskes van Trotter dat ‘tips en verborgen parels’ mogen noemen, dan wij ook.

  3. Marc Vandenbroecke says:

    Nog een tip:
    “De Avonden”, een bruin café in Machelen, genoemd naar een boek van Gerard Reve.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *