Thomas Pips en het plassend vrouwtje

’t Waren de jaren waarin wij klein waren en Jacques Anquetil en Felice Gimondi groot. Want de Ronde van Frankrijk winnen was in onze ogen zowat het hoogste wat je bereiken kon. En zodoende koersten we op warme vakantiemiddagen de longen uit ons kinderlijf over de kasseien bij de dorpse kerktoren, in de wetenschap dat op een dag eeuwige roem ons deel zou zijn. En in de vooravond passeerde de koerier van ’t Volkske met het Ronde-gazetje. Dat was het moment om onze velootjes in de graskant achter te laten, we moesten eerst op zoek naar de muis in de tekening van Thomas Pips. Wie het muisje vond was de winnaar. Minder lastig dan de ronde winnen, maar toch een vondst om trots op te zijn.

Pips en Wally
’t Is overigens ook een knappe vondst van striptekenaar Buth, dat zotte idee om elke keer zo’n amper vindbaar, minuscuul beestje in zijn warrige tekeningen binnen te smokkelen. Jong en oud, iedereen liet zich door zo’n onnozel spelletje verleiden. En laten we het maar toegeven, tot de dag van vandaag voelen u en ik ons uitgedaagd door zo’n drukke tekening met daarin een piepklein ding. Neem nu het antwoord op de befaamde vraag ‘Waar is Wally?’, dat zocht u toch ook al een keer? Dan speurt het kind in u op overvolle kleurplaten naar een mannetje in wit-rood gestreepte jas. Was de muis in de prenten van Thomas Pips de voorloper van Wally?

Marcus Gerards
Welnu, lang, heel lang voor tekenaar Martin Handford zijn eerste Wally op papier zette was een andere tekenaar hem al voor.  En die tekenaar van toen deed dat hier bij ons, in ons eigenste Brugge. Zijn naam was Marcus Gerards.

Een herdruk, anno 1941 …
zelfs in oorlogstijden.

Marcus Gerards, u kent hem ongetwijfeld van zijn fameuze plan van het Brugge van de zestiende eeuw. Wie weet, bent u één van de vele Bruggelingen die ergens in huis zo’n ingekaderd, panoramisch stadsplan koesteren.

In het midden van de jaren vijftienhonderd heeft de stedelijke overheid alle redenen om dat huzarenstuk te laten ontwerpen. Want onze stad zit verveeld met een ferm imagoprobleem. Brugge, is dat niet die havenstad die door het verzanden van het Zwin nog amper te bereiken is vanop zee? Een prestigieus stadsplan moet de buitenwereld op andere gedachten brengen. En Marcus Gerards gaat aan het werk. Hij tekent een havenstad die imponeert. Door zijn omvang, door zijn reien waarop hier en daar bootjes aan en af varen.
Met buitenmaats breed getekende grachten om de hele stad heen. En kijk, Brugge heeft een kanalenverbinding met de dichtbij gelegen voorhavens Damme en Sluis, amper een ferme boogscheut van de stad vandaan!

… in 1996 een grootse maquette in de toenmalige Bank van Roeselare.

De verbazing en bewondering, tot vandaag, om het pronkstuk dat Marcus Gerards realiseerde! Op zijn plan kan je verdwalen in het Brugge van het jaar 1562. Hoewel, verdwalen? Elke straat, elk belangwekkend gebouw, elke brug laat zich traceren!

Interpretaties
In de loop der tijden bleef de kaart tot onze Brugse verbeelding spreken. ’t Mag dan ook niet verbazen dat ze heel vele herdrukken kende.
En dat sommigen aan de slag gingen met een heel eigen interpretatie. Zo trof je in 1996 een grootse maquette in de toenmalige Bank van Roeselare, in huis ‘Ter Beurze’ in de Vlamingstraat. Weet iemand waar dat grootse vakwerk, waaraan de bouwer ontelbare uren besteedde, later terecht kwam?
In het Huis van de Bruggeling, bij het station, vinden we vandaag dan weer een heel markante versie van het stadsplan van Marcus Gerards. Luc Dusauchoit uit Sint-Andries tekende het complete plan op dubbele grootte … helemaal in potlood!
En nog altijd voelen sommigen zich uitgedaagd door Marcus Gerards. In deze tijden uiteraard ook digitaal. Met voorop Koen Goeminne, Brugs historicus. Hij werkt aan een versie van het plan in hoge resolutie. Dat klinkt technisch en minder spectaculair dan wat

… het complete plan op dubbele grootte … helemaal in potlood!

u hierboven las, maar Koen maakt zich sterk dat de kaart van Marcus Gerards meer details zal vrijgeven dan ooit voorheen. Wat door ons met veel belangstelling wordt gevolgd.

Er zijn een handvol merkwaardigheden aan ‘ons’ stadsplan. Zo is op de kaart in de hele binnenstad geen levende ziel te bespeuren. Pas bij de omwalling en verderop in het landschap ontwaar je hier en daar beweging. En daar zijn we dan, eindelijk, helemaal terug bij het begin van dit verhaal.

Het plassend vrouwtje
Want wat tekent Marcus Gerards, daar op de vesten? Hou u vast, dicht bij het lommer van wat struiken nabij de Dampoort, ontwaar je een heel klein mensje. Het vraagt goede ogen en enig geduld om het te vinden, het figuurtje waarvan steevast wordt beweerd dat het een plassend vrouwtje voorstelt. Neen, we gaan niet in detail en het vergt wat goeie wil om dat te bevestigen. Maar ze zit er, onmiskenbaar. Marcus Gerards, die wel meer ontwerpen op zijn naam heeft staan, zou naar men zegt nog wel een keer dat pissend madammeke tekenen als een soort van ludieke knipoog.
U kent ons, waarde lezer, dus mag het niet verbazen dat wij langs gingen in ’t Huis van de Bruggeling, bij de reuze-potloodtekening van Luc Dusauchoit. Nieuwsgierig naar … En wat blijkt, zowaar? Dat Luc het vrouwtje helemaal nièt tekende, de sloeber! Geschiedenisvervalsing? Ach, Luc liet hier en daar ook wel een zwaantje achterwege, ’t is hem vergeven. Maar toch kijken we met achterdocht uit naar de digitale superversie van Koen Goeminne!
De kaart van Marcus Gerards, voorloper van onze hedendaagse prenten die wij graag uitkammen, op zoek naar kleinigheden. Naar men zegt kan je op die kaart van hem bij een handvol huizen rook uit de schouw zien opstijgen.
En ja, wij hebben hier zo’n kaart in huis. Dus we  moeten dringend een keer op zoek naar rokende schoorstenen. Wachten ons nog verrassingen? Wie weet, wat nog te ontdekken valt in de uithoekjes van dat aloude stadsplan. Bij zo’n Marcus Gerards weet je nooit wat je vindt. Wally? De muis van Thomas Pips?

This entry was posted in Het Brugge van nu, Het Brugge van toen, Van schilderen en plaasteren. Bookmark the permalink.

11 Responses to Thomas Pips en het plassend vrouwtje

  1. Richard Ranson says:

    Als je vanaf de Markt gezien uit de Wollestraat komt, volgen rechtdoor in een rechte lijn de Eekhoutstraat en de Garenmarkt. Vandaag is dat een lange rij van aaneensluitende gevels, huizen en bakstenen. De huidige Eekhoutstraat nr. 70 evenwel, aan rechterzijde, was destijds een hoekhuis langs een rei, de Eekhoutrei. Dat valt op de kaart van Marcus Gerards goed te zien. Aan overzijde van de straat vormt het hoekhuis ter linkerzijde nog steeds het begin van de Garenmarkt, die een stuk breder is, en toen net zo goed langs dat reiewater gelegen. Hier bevond zich ook, ten tijde van Marcus Gerards, de Eekhoutbrug. Dat hoekhuis links heeft iets merkwaardigs, doordat aan de voet ervan een bakstenen versterking werd gebouwd, in de vorm van een kleine steunbeer, ter versteviging van het pand. Dat bouwelement bleef bewaard, je kan het fotograferen. En nu in omgekeerde richting : als je vanaf de Markt gezien door de Vlamingstraat stapt, in de richting van Sint Jorisstraat, bevindt zich daar het smalle bruggetje over de Augustijnenrei. Op de brug zelf merk je links en rechts die oude stenen tafels, waarop handel gedreven werd door inkomende en uitgaande lieden. Dat alles bleef bewaard, je kan het gelijk fotograferen. Wie dus een beeld van de verdwenen Eekhoutbrug wil krijgen, op de grens van Eekhoutstraat en Garenmarkt, kan altijd eens naar die bewaard gebleven Augustijnenbrug gaan zien, die gelijkaardig is. Wie handig is met beeldmateriaal kan zelfs een reconstructie maken van de toestand tussen Eekhoutstraat en Garenmarkt, ten tijde van Marcus Gerards, met dank aan deze Augustijnenbrug.
    Om maar te zeggen : sinds ruim een half millennium en op vele honderden manieren, verschafte de kaart van Marcus Gerards duizenden uren van kijkplezier voor alle geïnteresseerde Bruggelingen of onderzoekers. Is dat geen wonder ? Simon Stevin zou geantwoord hebben : ‘Een wonder is geen wonder’, maar dat is een ander verhaal.

    • dries simoens says:

      Mooie beschrijving, Richard, maar toch van mijnentwege – ik ben op 100 meter daarvandaan geboren – deze precisering. De brug die men neemt, wandelend van in de Vlamingstraat en stappend richting Sint-Jorisstraat, heet niet ‘Augustijnenbrug’ maar ‘Vlamingbrug’. De echte Augustijnenbrug – daterend van 1391 en gerestaureerd in 1986 – scheidt de Augustijnenrei van de Gouden Handrei, en verbindt enerzijds het ‘kruispunt’ van de Spanjaardstraat, de Spaanse Loskaai en de Korte Winkel met anderzijds het “kruispunt” van de Hoedenmakersstraat en de straat genoemd ‘Augustijnenrei’.

  2. Richard Ranson says:

    Groot gelijk, Dries !! Al meteen nadat ik mijn tekst doorstuurde, besefte ik mijn fout. Onbewust hield ik vast aan ‘Augustijnenbrug’ omwille van de Augustijnenrei, wat m.i. een sterkere indicatie was van de precieze plek waar het om gaat, voor mensen die niet vertrouwd zijn met de buurt. De Vlamingbrug ligt inderdaad tussen Vlamingstraat (Sint Jorisstraat) en Vlamingdam. Het is interessant om te zien hoe de Vlamingbrug (!) en de Eekhoutbrug gelijkaardig ingetekend staan op de kaart van Marcus Gerards.

    • dries simoens says:

      Richard, om te zien hoe de Vlamingbrug eruitzag rond 1900 – los van de intekening destijds door Marcus Gerards – kan ik je verwijzen naar een schilderij uit het penseel van Louis Reckelbus: deze had zijn schildersezel geplaatst in de Pottemakersstraat. Het schilderij laat een zwoegend vrouwtje zien en gunt ons ook een blik op de – sedertdien intact gebleven – prachtige 16de eeuwse erker uitgevend op de reiekant. Oostwaarts blikkend – in de richting van de parochie Sint Anna -, hebben we dus eerst de Vlamingbrug waarop we staan, verder de Augustijnenbrug, de Torenbrug en ten slotte de Gouden Handbrug – waar deze rei definitief overgaat in de Lange Rei.
      Een gok: is de Torenbrug genoemd naar het huis de la Torre, dat eerst deel uitmaakte van de Spaanse natie en thans het hoofdgebouw uitmaakt van het SFX-ziekenhuis? Ten behoeve van de Spaanse natie was het huis de la Torre een stapelplaats, waar scheepsvracht werd gelost en gestockeerd. Vandaar wellicht ook de straatnaam “Spaanse Loskaai” – waar zich thans de ingang van het SFX-ziekenhuis bevindt.

  3. arnold strobbe says:

    Beste Pol, plasten de vrouwen vroeger niet rechtstaande?
    Mvg
    Arnold

    • Pol Martens says:

      Kijk, da’s nu een keer een aspect van onze geschiedenis waarin ik mij nog nooit verdiepte, Arnold …

      • Richard Ranson says:

        Arnold heeft een punt, Pol. Als kleine scholier trok ik dagelijks te voet door de Steenstraat, op weg naar mijn school, de Broeders Xaverianen, de Frères. We schrijven ca. 1961/1962. Ter hoogte van de Kleine Sint-Amandstraat merkte ik regelmatig datzelfde armoedig uitziende, oude vrouwtje op. Altijd was ze volledig in ’t zwart gekleed, met een lange rok tot op enkelhoogte. Ze had het duidelijk niet breed. Op een dag stond ze daar met volle straal rechtstaand te plassen, boven een rooster van de straatriolering, terwijl ze voor zich uit keek, door haar metalen brilletje. Dat beeld is mij bijgebleven. Ik moet er bij mij thuis iets over verteld hebben, want ik herinner mij de reactie. De kwestie bleek niet eens zo ongewoon, want vroeger deed men dat wel vaker, klonk het. Ongewoon was misschien dat zoiets in de Steenstraat gebeurde, een voorname winkelstraat? Deze praktijk zou inderdaad logischer zijn geweest in de volksbuurten. In ieder geval: luidens de reactie vond men dit gebeuren niet abnormaal en men wist dit uit het blote hoofd. Mijn deductie is dan : dit straatbeeld kon men wel eens aantreffen tot voor de Tweede Wereldoorlog?

        • Pol Martens says:

          Waarde Arnold en Richard, deze gedachtewisseling omtrent een uitgesproken damesonderwerp wordt zowaar een mannen-onderonsje.
          Dus mijne heren, laten wij bescheiden blijven en dit ongemeen boeiende discours hiermee afsluiten.

  4. Johny RECOUR says:

    Hoe meer ik lees over Brugge hoe dommer ik mij voel, zeker als gids sinds 50 jaar en meer. Iedere week ontdek je iets nieuws. Je GB geheugen kan het niet meer bijhouden.

    • Pol Martens says:

      Johny, laten wij het erop houden dat wat we omtrent onze stad niet weten altijd meer zal zijn dan hetgeen we er wel over weten.
      En misschien is dat precies het boeiende aan Brugge.

  5. Hans D’Helft says:

    Rerechtopstaand plassen van vrouwen … Brugse vrouwen droegen onder hun typische kapmantel of geen onderbroek, of een ‘broek zonder middennaad’ die dus naar onder open was.
    Een ‘snelzeeker’ of ‘snalzeeker’, zie Brugs woordenboek.
    Door in spreidstand boven de straatgoot te gaan staan was het gebrek aan vrouwentoiletten in Brugge dus opgelost.
    Nog gezien op weg naar school, helaas al een paar jaartjes geleden.
    Er bestaat toch een boek over deze materie? Titel en auteur moeten te vinden zijn in bib.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.