Van ’t Groot Tornooi en bloemkolen.

Toen het Groot Tornooi doorging, in de zomer van 1974, zat Sarah nog in de bloemkolen. Vandaag is Sarah actief bij de Brugse Erfgoedcel, dus ik durf te hopen dat ze inmiddels wat vertrouwd is met volkse vertellingen. En anders expliceer ik het haar wel, als ze de affiche van Arno Brys over het tornooi komt ophalen, wat het wil zeggen dat ze nog in de kolen zat.
Het is goed, te weten dat jeugdig volk nog warm loopt voor erfgoed. En als dat jong grut dan ook nog enthousiast vraagt naar een specifieke affiche van jaren geleden, doet dat niet enkel deugd, het verrast ook. En er is meer dat mij verbaast. Want van iemand als Sarah, jong in deze digitaal verwende eeuw, verwacht je niet meteen bewondering voor het oude werk van een ook al oude meneer als graficus Arno Brys.

… als ze de affiche van Arno Brys
over het tornooi komt ophalen …

Een meneer uit een tijd waarin papier nog drager was van boodschappen van allerlei slag. Een tijd waarin affiches nog onmisbaar waren voor al wie iets te verkondigen had. Zoals de organisatoren van het Groot Tornooi op de Brugse Markt.
Een prestigieuze historische evocatie zou dat worden, bedacht door regisseur Tony Willems, een feest waar Brugge nog jaren zou van nagenieten. Een project met allure en dus mag het niet verbazen dat ze voor de inkleuring van één en ander aanklopten bij Arno Brys. Voor de affiche? Jawel, maar niet alleen voor de affiche. Een totaalspektakel van die omvang vroeg om veel meer dan alleen promotiemateriaal.

Wellicht speelde u als kind ook wel een keer soldaatje of riddertje. In het beste geval met een houten zwaard en het deksel van één of andere afgedankte pot als schild, u weet het nog. Maar als grote mensen vechtertje spelen, hebben ze meer ambitie. Dan wordt alles uit de kast gehaald voor de meest secure reconstructie van een historisch tornooi. Het ietwat ongemakkelijk klinkende begrip re-enactment dat nog niet zo lang geleden aan onze woordenschat werd toegevoegd, daar ging het die keer om. Alles, maar dan ook alles zou worden uitgewerkt tot in de kleinste puntjes.
Tussen hoge tribunes werd de bestrating van de Markt opgebroken om alles op een onverharde ondergrond te laten doorgaan. Om van hun paard vallende ridders min of meer veilig in het zand te laten bijten. Het plein onderging een totale metamorfose. Tenten, vlaggen, baldakijnen, versierselen alom, een decor waarin ridders, jonkvrouwen, jongleurs en valkeniers zich thuis voelden.
Tony Willems trommelde een gerenommeerd Engels team van stuntmannen op voor het echte werk, compleet met op mekaar af stormende ridders te paard en stoere zwaardgevechten. En vele tientallen Bruggelingen als prominente edelen en kleurrijk uitgedoste figuranten.
Een halve eeuw later halen stadsgenoten nog altijd herinneringen op aan dat Groot Tornooi. Elk zijn avontuur, elk zijn herinnering. Zoals die van een nog jonge Dominique Berten, die tornooiknecht mocht spelen en tot zijn verbazing tijdens één van de repetities ongevraagd de teugels van twee forse paarden in handen kreeg geduwd, om de nerveuze beesten doorheen een Philipstockstraat vol geparkeerde auto’s te leiden. Of van Tony Willems zelf, die ons vertelde over de schone romance die zich ontspon tussen één van de Britse stuntmannen en een Brugse jonkvrouw. Zij leefden lang en, naar wij graag aannemen, gelukkig.

Bleef de steekspelenkoorts beperkt tot die ene keer? Was dat maar zo. De vraag wie op het onzalige idee kwam om vele jaren later dat unieke tornooi nog een keer over te doen, die laat u

Bleef het bij die ene keer, het steekspelenverhaal? Was dat maar zo.
… een historisch tornooi
in het verre 1907.

maar beter achterwege. Wellicht steekt niemand zijn of haar vinger op. Brugge wordt liever niet herinnerd aan de beschamende taferelen die zich in het voorjaar van 2006 op de Markt afspeelden. Uit wat de pers van die dagen vertelt over dat tornooi kan men enkel opmaken dat het scenario volstrekt ongeloofwaardig was opgebouwd. Met een Jan Breydel en Pieter de Coninck die niet op de Groeningekouter tegen de Fransen vochten maar tegen mekaar op een goedkope middeleeuwse kermis. Waarbij de stuntmannen van dienst niet zozeer bloeddorstig maar eerder bierdorstig op het toneel verschenen. Misschien maar goed dat de publieke belangstelling voor het spektakel tegenviel.

Wat goed geweest is hoef je niet altijd te hernemen, zou dat dan toch waar zijn? Dat we een goede herinnering maar best gewoon herinnering laten zijn?
Hola, merkt de aandachtige lezer op en wijst op een affiche die hier een paar weken geleden werd opgediept. Ook over de evocatie van een historisch tornooi, in het verre 1907. U hebt een punt, aandachtige lezer, het Groot Tornooi van 1974 was op zich zowaar ook al een herneming.
Of het toen, meer dan honderd jaar geleden, nóg indrukwekkender was, dat eerste ridderspektakel? Wij kunnen het u niet vertellen, we waren er niet bij. Hoe dat komt, dat willen wij u wel uitleggen. Hebt u even? ’t Is iets met bloemkolen.

This entry was posted in Het Brugge van toen, Over affiches verzamelen, Van feesten en vieren, Van stoeten en processies. Bookmark the permalink.

5 Responses to Van ’t Groot Tornooi en bloemkolen.

  1. Reinoud Van Acker says:

    Tornooien blijven toch tot de verbeelding spreken Pol, ik sluit niet uit dat er in de toekomst nog een herneming zal volgen. Als ik me niet vergis was de memorabele editie van 1974 naar aanleiding van een tentoonstelling in het Gruuthusemuseum en evoceerde een tornooi uit 1468 tussen de ‘huizen’ van Gruuthuse en Gistel. Mooie foto’s in Beeldbank Brugge.
    Toevallig heb ik Tony Willems nog ontmoet op een infosessie over het Provinciaal Hof, n.a.v. de lopende restauratiewerken en OMD. Hij toonde mij een publicatie over dat tornooi dat hij geregisseerd had, één van zijn vele culturele exploten in Brugge. Het Hof fungeerde duidelijk als een (neo-)gotisch decor voor dat tornooi. Als het Provinciaal Hof zal heropenen na de restauratie, kan dat met een groot evenement gebeuren, en waarom geen tornooi 🙂 ….?

    • Pol Martens says:

      Reinoud, zelf had ik naar aanleiding van dit verhaal Tony deze week nog aan de lijn. Tot vandaag blijft hij bijzonder trots op die realisatie, je kan hem bezwaarlijk ongelijk geven.
      En wat de heropening van het Provinciaal Hof betreft, je maakt mij niet weinig nieuwsgierig …

  2. Tony Willems says:

    Sta me toe een en ander te verduidelijken.
    Het tornooi dat in 1907 ter gelegenheid van de inwijding van de haven van Zeebrugge op de Markt werd opgevoerd was een reconstructie van het ‘Tournoi de l’Arbre d’Or’ dat in 1468 bij het huwelijk van Karel de Stoute en Margaretha van York werd gehouden. Antoon van Bourgondië, halfbroer van de bruidegom was er de bedenker en organisator van. Dat tornooi was eigenlijk een wapenpas en heette ‘Le Pas de l’Arbre d’Or’. Wapenpassen waren een soort steekspelen die in die tijd in de mode waren. Zo was er in Brugge ook een ‘Pas du Perron Fée’, in Rijsel de ‘Pas de la Belle Pélérine’ en het meest berucht was de ‘Pas de la Fontaine des Pleurs’ in 1450 in Chalon-sur-Saône met de geduchte ridder Jacques de Lalaing.
    De kroniekschrijvers Olivier de la Marche en Jean de Haynin hebben het verloop van de Wapenpas van de Gouden Boom minutieus genoteerd. Zelfs de gesproken teksten werden letterlijk weergegeven. Zo kon in 1907 baron A. Van Zuylen van Nyevelt de meest spectaculaire scènes van dit steekspel in zijn scenario verwerken.
    Zoals de affiche vermeldt waren er maar twee voorstellingen, op 24 en 28 juli 1907. Het publiek bestond uitsluitend uit genodigden.
    Het Groot Tornooi van Brugge van 1974 verwijst naar een nog vroeger steekspel, dat van 1392 tussen de huizen Gruuthuse en Ghistele, waarschijnlijk ter gelegenheid van het huwelijk tussen Jan van Gruuthuse en Marie, een dochter van het huis van Ghistele.
    Van dit tornooi is zeer weinig geweten omdat er geen archiefteksten over zijn bewaard. Alleen de namen de ongeveer honderd deelnemende ridders zijn gekend omdat zij samen met hun wapenschilden afgebeeld zijn op het prachtig verlucht handschrift dat Lodewijk van Gruuthuse veel later overhandigd heeft aan koning Karel VIII van Frankrijk en dat thans bewaard wordt in de Bibliothèque Nationale in Parijs.
    Bij het maken van het scenario kon ik dus geen reconstructie maken van het tornooi van 1392, maar aan de andere kant gaf me dat ook veel vrijheid en ik kreeg advies van historicus Antoon Viaene. Het werd een meertalig twee uur durend spektakel in twee delen. Het eerste deel was een groot Bourgondisch feest. Pas in het tweede deel kwamen de ridders het tornooiveld opgereden.
    Er waren negen voorstellingen, twee meer dan er op de affiche staan – 15 en 18 juli 1974 werden toegevoegd. Ze waren allemaal zo goed als uitverkocht, samen ongeveer 50.000 toeschouwers.
    Binnen twee jaar, in 2024 zal het vijftig jaar geleden zijn dat het Groot Tornooi werd opgevoerd. Wellicht zal er dan gelegenheid zijn om wat dieper op dit alles in te gaan. Ik durf ook te hopen dat het stadsbestuur de deelnemers en medewerkers van toen bij de jubileumviering zal betrekken.

  3. Benoit Kervyn says:

    In de bibliotheek van het kasteel van Loppem vonden we enkele maanden geleden ‘een’ ordeketting van het Gulden Vlies. Het gaan om een rekwisiet, knap uitgevoerd, en was die van Jean van Caloen (1884-1972) die in 1907 aan die wapenpas deelnam. Jean had de rol van één van de ridders van het Gulden Vlies. Er bestaan trouwens diverse foto’s van hem in vol ornaat of plaatsnemend achter Karel de Stoute op de tribune op de Markt. De ketting werd opgekuist en kreeg nu een plaats in de permanente opstelling, gewijd aan Jean.

  4. Dag Pol, ik durf hierbij de link te voegen naar mijn blogbericht over de Witte Beer, op het einde haal ik het Tornooi, geregisseerd door Tony, van 1974 aan.
    Mvg, Tom
    http://tomskijk.com/2020/05/26/de-witte-beer-een-albino-een-sneeuwige-beer-of-een-beer-wit-van-woede/

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.