Het meneerke en Otobong Nkanga

Een paar maanden geleden, een gezapige voorjaarsavond in de oude binnenstad. Aan de voet van de waakzame toren van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, waar ze lang geleden twee hospitalen bouwden. Twee Sint-Jannen, het ene  weliswaar eeuwen ouder dan het andere en elk met een heel eigen geschiedenis. Een smalle doorsteek in de voorgevel van het middeleeuwse gebouw brengt je naar het jongere voormalige hospitaal.
Uw dienaar wandelde van bij de straat langs die doorsteek en uit de andere richting kwam een jonge vrouw zijn kant op. Haar kleine hond, vrolijk huppelend aan zo’n lange touw die het beestje de vrijheid gaf om rond te snuffelen. En dat was wat het hondje deed, rondsnuffelen.
De vriendelijke dame en ik knikten mekaar goeiedag toen het beestje plots besloot, zijn instinct te volgen. En bij honden wil dat zeggen, zijn neus. Tegen de zijmuur van de doorsteek was iets te ruiken dat hem vlak voor mijn voeten tot stilstand bracht. Heel even moest ik stoppen, gehinderd door het nieuwsgierige kleinood. Zelf hondenliefhebber zijnde, had ik daar niet de minste moeite mee, maar de jongedame vond dat ze het mij lastig maakte. Haar reactie was er eentje om lang te onthouden. Op trieste toon sprak zij de verontschuldigende woorden “Oh, sorry, meneerke!
De dame en het hondje vervolgden hun weg, net als ik. Maar amper een paar stappen verder hield deze knaap halt. Om verbaasd zijn hoofd te schudden. Voor het eerst in zijn leven sprak iemand hem aan met ‘meneerke’ …
Deze namiddag, op weg naar het Sint-Janshospitaal, het oudste van de twee, wandelden mijn wederhelft en ik door diezelfde steeg. Stiekem hoopte ik de jonge vrouw met haar hond tegen te komen, benieuwd of ze mij zou herkennen als het meneerke van toen.

Dat vertrouwde museum krijgt deze zomer
een heel uitzonderlijke invulling.

Ik had haar graag bedankt voor de wijze les die ik van haar kreeg. De simpele waarheid, dat een man vanaf een zekere leeftijd maar best aanvaardt dat, ooit op een doordeweekse avond, iemand hem aanspreekt als meneerke. Er is voor alles een tijd, de bijbel wist het al.
Zij was er niet, maar niet getreurd, wij waren op weg naar een andere madam. Ze heet Otobong Nkanga en ze heeft een tentoonstelling in het oude hospitaal. Het trotse monument dat tot ver buiten onze stadsgrenzen geroemd wordt om zijn authentieke, eeuwenoude sfeer en zijn meesterwerken van Hans Memling. Dat vertrouwde museum krijgt deze zomer een heel uitzonderlijke invulling. Voor het eerst sinds mensenheugenis is het merendeel van het historisch materiaal er weggehaald om Otobong Nkanga, kunstenares van internationale allure, haar ding te laten doen.

… de aanwezige kunstwerken,
van Jan Beerblock tot Hans Memling …


Zal ik maar meteen bekennen dat ik, wat die beroemdheid van haar betreft, maar best niet te hoog van de toren blaas? Eerlijk, Otobong Nkanga was mij tot voor kort helemaal onbekend. Maar gelukkig kwam daar dus een einde aan met ‘Underneath the shade we lay grounded’, haar tentoonstelling waar we de tijd voor namen. Je tijd nemen voor de dingen
die er toe doen, daarover gaat de beeldtaal van Otobong Nkanga. Tijd om stil te staan bij datgene waaraan je in ’t dagelijks leven achteloos voorbij leeft.
Hoe lang is het geleden dat ik zo onder de indruk was van actuele kunst? En waaraan ligt dat? Toch niet aan de marketing, slim maar op het randje van opdringerig, waarmee de expositie overal in de stad wordt kenbaar gemaakt?
Neen, het is de overdonderende eerste indruk. De brede waaier aan materialen, invalshoeken, sferen. De wijze waarop Otobong de aanwezige kunstwerken, van Jan Beerblock tot Hans Memling, en haar eigen kunst met mekaar aan de praat krijgt … En vooral dat alles samen. Hoe het imposante interieur van het gasthuis

… net zo nadrukkelijk over de dood
als over het leven.

herademt door de nochtans forse ingrepen van Otobong, de frisse wind die ze langs de muren en over de vloer van het museum laat waaien doet deugd. Al gaat het in dat project van haar net zo nadrukkelijk over de dood als over het leven. Het is de kringloop der dingen en hoe wij daarmee omgaan die haar aangrijpt. Haar verhaal vertelt ze op warme toon in een filmpje dat op de zolder van het museum op u wacht, en ze haalt u helemaal over de streep.
En zodoende komt ondergetekende beslist nog een keer langs bij Otobong Nkanga, wiens naam hem intussen vertrouwd is als was zij zijn buurvrouw. Bij dat komende bezoek zal zij hem mogelijks nog één en ander bijbrengen.
Een aanrader? Zeg maar ja. Want al volgt u aan geen kanten de krachtlijnen in de actuele kunstwereld, toch zal haar werk, vermoed ik,  u aanspreken. Haar wijze van kijken, voelen, ruiken, raakt verraste toeschouwers. Alle toeschouwers? Zelfs een eenvoudig meneerke.

This entry was posted in Het Brugge van nu, Het Brugge van toen, Van schilderen en plaasteren, Van zin, zen en zijn. Bookmark the permalink.

6 Responses to Het meneerke en Otobong Nkanga

  1. dries simoens says:

    Een korte anecdote over het ‘meneerke worden’. In mijn prille kindertijd – de jaren 1950 – ergerde ik mij er steeds aan dat ik in Brugse winkels als ‘Jerom’ werd aangesproken. Tot mijn moeder uitleg gaf … De winkeliers spraken me aan als ‘jeune homme’, wat ik verstond als ‘Jerom’. Een geruststelling, want ik had niet de bovenmenselijke spierkracht van de stripfiguur.

  2. Dag Pol, wow! Wat jij al geschreven hebt over het Brugge van vroeger, heden en zelfs de toekomst hoort in een boek. Steeds boeiend, grappig en super leuk om te lezen en herlezen. Breng ons nog meer, wij blijven fan van jouw verhalen.
    Groeten uit De Haan
    Ignace

  3. Adam says:

    Met interesse en plezier gelezen,
    Moniek

  4. dries simoens says:

    ‘Meneerke’ deed bij mij direct een belletje rinkelen. Plots schiet het mij te binnen: ‘Meneerke Peeters’ was, in de periode 1957 tot 1983, een woordeloze gagstrip, die elke dag in De Standaard verscheen en dus 7008 keer mijn ochtenden opfleurde. De hoofdfiguur was in vele opzichten een doorsnee mannetje, een wat vreemde kleine man. Met een enorme bolle neus en altijd in een witte laboratoriumschort, die steeds geschetst werd in bizarre, absurde en soms macabere situaties, maar nooit om te choqueren. Heikele actualiteitskwesties werden vermeden, gelet op het DS-publiek.
    De striptekenaar was Pil, wat stond voor ‘petit incivique libéré’ … De man had na de oorlog een tijdje vastgezeten, maar was vervroegd vrijgelaten.
    De reden waarom Pil en diens ‘Meneerke Peeters’ in de onbekendheid zijn terechtgekomen, is wellicht dat de duizenden strips nooit zijn gebundeld. Pil heeft nochtans wel enkele boeken geschreven, met welluidende titels als ‘De pil-grimstocht der mensheid’, 1966, en ‘Met pijl en pen’, 1950.
    Tijdens mijn kinderjaren knipte ik elke dag ‘Meneerke Peeters’ uit vaders krant, en plakte die in copybook-schriftjes. Ik vermoed dat ‘Meneerke Peeters’ bij zeer veel generatiegenoten de bittere ‘pil’ van het opstaan en zich haasten wat heeft verhuld.

    • dries simoens says:

      Enigszins vergelijkbaar, op het audio-visuele vlak … ‘Het Manneke’, een komisch BRT-programma van telkens 3 minuten dat in de periode 1961 – 1963 dagelijks werd uitgezonden vlak voor Het Nieuws, met Jef Cassiers in de hoofdrol.
      Wat blijkt? Pil en Cassiers hebben samengewerkt. In 1963 bleek echter dat de BRT het format – voor veel geld – had verkocht aan een Amerikaans productiehuis, dit buiten het weten om van Pil en Cassiers. De fiscus aanvaardde de goede trouw van deze laatsten echter niet, wat tot een jarenlange juridische strijd heeft geleid.

  5. Annemie says:

    Otobong heeft indruk op me gemaakt. Wat zij daar bijeen brengt is terzelfdertijd vanzelfsprekend en verrassend. En als je op het eind de video bekijkt, valt alles in de plooi. Een aanrader, maar neem er de tijd voor.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.