Kili Watch in Brugge

De Zandfeesten, de brocantemarkt die drie zomerzondagen het Brugse Zand inpalmt, het is op die veredelde rommelmarkt dat ik de affiche vind. Een eenvoudig document dat weer thuis komt, dik zestig jaar nadat het onze stad op de hoogte bracht van het derde lustrum van de ‘Universitaire Kring ’t Brugs Beertje’ in hotel Portinari, toen nog aan de Garenmarkt. Wat verfrommeld en vergeeld, met erop niet meer dan een handvol woorden, veel hoef ik er niet voor op te diepen.

Wat verfrommeld en vergeeld, met erop niet meer dan een handvol woorden …

Terwijl ik de verkoper dat handvol centen aanreik, zie ik haar passeren langs de terrassen van de Vrijdagmarkt. Bedachtzaam steunend op haar rollator, maar met heldere blik en opgeheven hoofd kijkt zij in het rond, alleen het stappen valt haar moeilijk. Een dame op leeftijd, maar onmiskenbaar vooral een dame. Hopend dat het haar lukt, heelhuids van de stoep af te komen, kijk ik nog een keer om. En even is er de gedachte dat lang geleden, in haar jeugdjaren, alle jongens omkeken naar het fraaie meisje dat ze toen allicht was. Zal ik even goeiedag zeggen? We zijn zo zelden benieuwd naar het misschien ongemeen boeiende leven dat oude mensen, met elke behoedzame stap die ze zetten, achter zich laten. Maar voor ik de kans krijg om haar aan te spreken, is ze aan de babbel met iemand op een terras.
Soms is het bestaan tegelijk simpel en schoon. Zelf ben ik tevreden met mijn bescheiden aankoop en de oudere dame is niet alleen. De affiche die ik onder mijn arm meeneem naar mijn fiets, verderop, en die vrouw, ze hebben wat gemeen. Het onopvallende van hun ouwe dag laat niets vermoeden van de opwindende tijden waarop ze terugblikken.

De Universitaire Kring ’t Brugs Beertje, opgericht kort na de Tweede Wereldoorlog, zou het, naar wij vernamen van wie het weten kan, uitzingen tot midden de jaren zeventig. In de loop van die dertig jaar prijken op de praesidium-lijst nogal wat namen die later hun prominente stempel zouden drukken op onze stad. Sommigen als arts, als advocaat, anderen op het culturele of politieke toneel. Studenten die luisteren naar namen als Pieter Leys, William De Becker, Fernand Traen … Wie al wat langer het Brugse leven volgt, hoort belletjes rinkelen.

Ook in hun studentenjaren die slimmerds van ‘t Brugs Beertje al niet stil. Ze organiseren voordrachten en soortgelijke serieuze initiatieven, maar daarmee houdt het niet op. Een toneelavond in de Volksschouwburg ofte de Gilde aan de Oude Burg? Een voetbalmacht tegen de koorzangers van Cantores? Met carnaval een ‘bal masqué‘ in zaal Concordia in de Zuidzandstraat? Eén naam, ’t Brugs Beertje! En ook bij andere gelegenheden wordt de dansvloer opgeblonken.
Zoals die avond op de affiche van het jaar 1961. ’t Brugs Beertje viert zijn vijftiende verjaardag, een derde lustrumfeest. Eerder huurden ze wel al een keer de foyer van de stadsschouwburg af voor zo’n avond, toen met de befaamde violist Eddy De Latte die met zijn salonorkest beschaafde muziekjes bracht.

Is ’t omdat het er dit keer wat meer losjes aan toe zal gaan dat ze de foyer van de schouwburg inwisselen voor het hotel aan de Garenmarkt?
De affiche oogt goed met de band van Norbert Goddaer, vakman met

Norbert Goddaer, vakman met een hart voor jazz.

een hart voor jazz. Dat Norbert heel veel later dat muzikale gen zal doorgeven aan zijn zoon, die er als Ozark Henry mee zou scoren, die avond heeft het jonge volkje daar geen boodschap aan.
Jong Brugge kijkt vooral uit naar de komst van The Cousins! ‘Kili Watch’, de monsterhit van het Belgische gitaargroepje, groeit op dat eigenste moment uit tot een wereldsucces. Niet moeilijk om ons voor te

Jong Brugge kijkt vooral uit naar de komst van The Cousins!

stellen dat Brugge lichtjes op zijn kop staat wanneer in de krant te lezen valt dat ’t Brugs Beertje zo’n sterren kon strikken. Ja, we hebben hier in Brugge lokaal wel al wat prille rock & roll, Ricky Morvan voorop. Maar The Cousins, al zijn het muzikaal brave broertjes van de Engelse Shadows, hebben een wereldhit te pakken, da’s toch even een ander kaliber.
Gaat de zaal uit de bol? Joelende fans, gillende meiden?  We weten het niet. In de krant van die dagen vind je vooraf wel die enthousiaste aankondiging, maar jammer, achteraf geen verslag over die avond.
Maar weet je wat, ik passeer eerstdaags nog een keer langs de Vrijdagmarkt. Als ’t echt mee zit, drink ik op een terras een koffie met een mevrouw op leeftijd die met ogen vol heimwee terugblikt op een zotte oktoberavond in 1961.

Hoe ging dat ook weer, Kili Watch? https://www.youtube.com/watch?v=k4Xj1X7V3J8

This entry was posted in Het Brugge van toen, Over affiches verzamelen, Over toneel, Van feesten en vieren, Van gitaren en drums, Van zingen en spelen. Bookmark the permalink.

10 Responses to Kili Watch in Brugge

  1. Richard Ranson says:

    Niet te hard van stapel lopen, Pol ! We schrijven over Brugge in 1961 ! Zo zot was dat allemaal niet.
    Hotel Portinari, een zaak van standing, was pas geopend, sinds 1959. Portinari kende aanvankelijk heel wat succes bij een internationaal zakenpubliek en Amerikaanse industriëlen, gelieerd aan Siemens, Philips, Bus and Car, Outboard Marine… Ook uit de wereld van kunst- en cultuur, film en/of showbusiness daagden bezoekers op zoals Johnny Hallyday, Jean Paul Belmondo, Marguerithe Yourcenar, Conny Fröboss, Jean Sablon, Jean Claude Pascal, en dergelijke.
    In de herfst- en winterperiode arriveerden evenwel geen toeristen meer, daarom dat men bals en T-dansants ging organiseren tijdens de weekends, wanneer ook geen zakenmensen in het hotel aanwezig waren. Een grote vergissing, maar dat heeft men pas later ingezien.
    Hoe dan ook, wie thuis over het bijwonen van een feest in Portinari kon getuigen, gaf gelijk te kennen zich niet in een ordinair danscafé met een slechte reputatie te hebben bevonden.
    Voor de beter gesitueerde jeugd bestond ook geen alternatief in Brugge, reden waarom men veel liever vertier zocht aan de kust. Zeker de meisjes uit de hogere burgerij trokken naar de ‘Zwinneblomme’ in Knokke, of naar het ‘Bal du Rat Mort’ in Oostende, wat gereputeerde bals waren.
    Achteraan hotel Portinari bevond zich inderdaad een feestzaal. The Cousins traden daar op met hun grote hit ‘Kili Kili Watch’, waarvan de songtitel ontleend was aan ‘Jungle Book’ van Rudyard Kipling.
    The Cousins was een Belgische groep van scoutsleiders die een nieuwe ‘sound’ uitbrachten, met als gevolg dat iedereen in Portinari zich rond het podium verdrong of toekeek vanaf het balkon. De dansvloer bleef leeg, niemand danste op hun muziek. Dat was dus de allereerste ‘hype’ in het genre ven een ‘festival’… Die jongelui wilden gewoon bij de groep muzikanten zijn. En terwijl door de groep het repertoire gespeeld werd, kon ook nog gepraat worden met elkaar, want de muziek stond toen niet zo luid… Andere tijden, Pol !

    • Pol Martens says:

      Alweer bedankt voor je aanvulling, Richard. Ben nu wel benieuwd waar je het relaas van dat optreden vond.
      Ik ken je als ‘niet meer van de jongsten’, maar desondanks lijkt jouw aanwezigheid die avond mij eerder onwaarschijnlijk …

      • Richard Ranson says:

        Wel, Pol, ik ben inderdaad niet meer van de jongsten, maar er zijn gelukkig nog Bruggelingen die flink wat ouder zijn dan ikzelf. Ik sprak onder meer met de organisator van dat concert, en met de uitbater van Hotel Portinari, in die periode. Los daarvan waren daar ook nog jeugdige muziekliefhebbers aanwezig hé ! In het vakjargon heet zoiets ‘oral history’, vandaar.

  2. Johny RECOUR says:

    Brugge had inderdaad toen al een sprankelend leven wanneer de poorten voor de toeristen gesloten waren, zoals Amerikanen ooit vroegen denkend dat Brugge een pretpark was.
    Zelf heb ik dat toen allemaal niet in Brugge meegemaakt maar in De Panne waar ik toen woonde.
    Mijn echtgenote heeft 40 jaar bij toerisme gewerkt. Marguerithe Yourcenar kwam haar na een eerste bezoek aan de balie opnieuw opzoeken voor een babbeltje omdat ze één van haar boeken aan het lezen was. Orson Welles, daarentegen, acteerde in 1971 in de film Malpertuis en verbleef in de Portinari en maakte het personeel van de Portinari het leven meer dan zuur.
    Alain Delon verbleef tijdens filmopnamen, ‘Jeff’ in 1968, in Hotel Europe, sloeg er zijn kamer kort en klein maar betaalde bij vertrek zonder morren voor de renovatie.
    Hij en Mireille Darc waren ook te gast bij Jacqueline De Vriendt, uitbaatster van Cinema Memlinc en later vriendin van Jo Röpcke.

    • Richard Ranson says:

      Verbleef Orson Welles in 1971 in Hotel Portinari n.a.v. zijn rol als acteur in de film ‘Malpertuis’!? Die film van de Belgische regisseur Harry Kumel werd inderdaad gedraaid in Gent, Antwerpen en Brugge. Dat zou dan gelijk ook de aanwezigheid van zanger en acteur Johnny Hallyday verklaren in Brugge. En allicht hij niet alleen, want ook zijn toenmalige echtgenote, de Franse zangeres Sylvie Vartan, kreeg in datzelfde ‘Malpertuis’ een acteursrol toebedeeld. Het lijkt er dus op dat de filmcrew destijds zijn logies – deels – geboekt heeft in Hotel Portinari. Leuk weetje.
      Die grote, ‘zware’ zakenmensen leefden overigens nogal werelds in Hotel Portinari. Vanuit Brussel kwamen met die mannen vaak hun meisjes mee. Hotel Portinari was géén ‘Maison de Passe’, maar het scheelde niet veel. En dan werd er veel gedronken, met die kerels hebben zaakvoerders en personeel veel meegemaakt. Ook miserie, met de gasten die hun rekeningen niet betaalden. Op een keer blokkeerde het personeel op de parking van Hotel Portinari de auto van een filmregisseur, zodanig dat hij niet kon wegrijden. Die man reageerde razend. Rock ’n Roll in Hotel Portinari!

  3. dries simoens says:

    Misschien even terug naar de studentenvereniging ‘Brugsch Beertje’.
    Aan de Ugent blijkt thans nog te bestaan, de ‘BUK’, ‘Brugse Universitaire Kring’, ‘voor en door’ Brugse studenten. De geschiedenis van de BUK kent een drietal fasen. In 1938 was er het prille begin, waarvan weinig of niets geweten is, en die uitdoofde eind de jaren 1970. De draad werd weer opgenomen in 1993, door een aantal geëngageerde studenten. Aan deze tweede periode kwam in 2002 een einde toen bijna het voltallige ledenbestand afgestudeerd was. Dan maar een derde start.
    Mag ik een parallel schetsen met de ‘mannelijke’ – zo staat het op hun website – Leuvense studentenclub ‘Moeder Brugse’, waarvan wijlen mijn vader ooit praeses is geweest? Sinds de oprichting in 1886 was de lijfspreuk ‘Leuven voor een Tijd, Brugge voor Altijd’. De leden – dat was zo ten tijde van mijn vader, en blijkbaar nog steeds – dragen vlaggen, linten en petten, zingen uit de Codex en ‘salamanderen’ er nog steeds op los. Wat studentendopen betreft, hebben ze drie jaar geleden het KUL-charter niet ondertekend, daarna wel. Uit de ledenlijst blijkt dat de aangesloten studenten mekaar meestal reeds kenden vanuit het Sint-Lodewijkscollege, daarna Leuvense banden bestendigen via Moeder Brugse en na hun afstuderen contacten bleven onderhouden. ‘Networking’ was dus een doel van Moeder Brugse.
    Vreemd hoe de KU Leuven staat tegenover West-Vlaanderen. Toen in 1965 de Kulak werd opgericht – met de bedoeling West-Vlaamse jongeren naar Leuven te richten, en niet naar Gent – reden proffen rond met op de achterruit de sticker ‘Far in the West, we give you the best’. Toen in de jaren 1990 de associaties moesten worden gevormd tussen universiteiten en hogescholen, en het de bedoeling was deze verbanden op regionale basis te vormen, heeft de toenmalige Leuvense rector deze betrachting naast zich neergelegd, en werd de KUL geassocieerd met alle hogescholen, waar ook in Vlaanderen, die de letter K in hun naam of in hun statuten hadden. Toen werden affiches verspreid met de tekst ‘Van de Maas tot aan de Noordzee gaat de KUL met u mee’ … met een ludieke variante ‘Van de Noordzee tot aan de Maas, is de KUL de baas’ …

  4. Johny RECOUR says:

    In 1967 startte ik Romaanse filologie aan de KULAK. Wij hadden toen ééntalig franssprekende professoren die één keer per week vanuit Luik kwamen om les te geven.
    De ene gaf franstalige linguïstiek. Veel bijgeleerd over taalevolutie door ‘la tendance au moindre effort’, zoals bij de Amerikanen. Hij was voordien prof in Lovannium in ex-Belgisch Congo, 1960 retour Belgique.
    De andere was een echte Luikenaar, sympathieke Waal die ons onder meer ‘La Chanson de Roland’ in middeleeuws Frans deed lezen en nog veel meer, zoals de gedichten van Ronsard en la Pléiade.
    Tot nu toe heb ik nooit begrepen dat Brugge zo’n kans om universiteitsstad te worden heeft laten ontglippen en daarentegen het Europacollege wel binnenhaalde.

    • Richard Ranson says:

      Brugge had nooit ambitie voor een Universitaire Instelling. Het ‘binnenhalen’ van het Europacollege was niet eens het opzet, maar het compromis.
      Kort na de tweede wereldoorlog gingen stemmen op om in onze stad een Europees cultureel centrum op te richten, annex een centrum voor internationale congressen. Eén en ander moest de stad prestige bezorgen en het toerisme (!) aanzwengelen. Maar in 1948 was dit allemaal nog veel te hoog gegrepen, Brugge had buitenlandse koudwatervrees. Uit deze polemiek ontstond het concept van een ‘Europacollege’, dat opgericht werd in 1949. Karel J. Verleye publiceerde er in 1989 een boek over : “De stichting van het Europa-College te Brugge”.
      Wat het ontbreken van een universiteit betreft … In dezelfde sfeer van gemiste kansen schreef Brugs professor en oud politicus Randall Lesaffer een bijdrage ‘Harvard aan de reitjes’ in het boek ‘Brugge Gedraaid – ideeën over de Toekomst van Brugge en de Bruggelingen’, Die Keure, 2006.

      • dries simoens says:

        Sinds een vijftal jaar bestaat – met gebouwen achter het station – de KULAB: de KUL afdeling Brugge. Men kan er voorlopig enkel terecht voor twee studierichtingen: Bewegingswetenschappen en Industrieel Ingenieurswetenschappen. Gelet op dit laatste, legt men het acroniem LAB soms uit als “laboratorium”. De uitbreidingsplannen zijn ambitieus: de carwash en bijhorende winkel langs de Koning Albertlaan zijn reeds ontmanteld, klaar om straks te worden afgebroken om ruimte te scheppen voor de KULAB.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.