Kapucijnen

’t Was op zo’n zomerkamp bij het kampvuur. Met ons laatste lied richtten we ons tot de schepper met de melding ‘O Heer, d’avond is neergekomen’. Alsof de Heer dat zelf niet wist. Melancholischer worden deuntjes niet, dus wie wat heimwee had naar moeder thuis, pinkte stillekes een traantje weg zonder dat iemand het zag. En zelfs de grapjas van dienst werd stil. Perfecte overgang naar de slaapzak. Want we waren moe na een dolle dag en een avond luidkeels mee gedreunde kampklassiekers. Eentje daarvan was zo’n nonsenslied, ‘De Jef van de kapucienen’. Of was het ‘De chef van de kapucienen’? Dat deed er niet toe en wat die ‘kapucienen waren ook niet, maar leutig was het wel.

Maar was het helemaal toeval dat precies de paters kapucijnen met zo’n lied werden bedacht? Er zijn ook benedictijnen of cisterciënzers, maar dat bekt niet zo vlot. En bovendien, als je één kloosterorde met volkse deuntjes in verband kan brengen, dan zijn het de Kapucijnen!
Dat zit zo. De Kapucijnenorde, dat zijn eigenlijk Franciscanen die vonden dat de leer van Franciscus van Assisi strikt gevolgd moest worden. Met bescheidenheid als ordewoord. En sinds ze in de jaren 1600 in Brugge hun eerste klooster bouwden, bij het Zand op de plek waar nu het Concertgebouw staat, hadden ze de gewone Bruggeling aan hun kant. Zo stonden ze als verzorgers paraat als één of andere ziekte uitbrak. En ze hadden altijd ladders en blusmateriaal bij de hand, voor ’t geval er ergens brand uitbrak. Toonbeelden van dienstbaarheid, kortom.


Brugge stond dan ook in rep en roer, toen hun klooster werd opgedoekt om op het Zand het toenmalige station meer ruimte te geven. Uiteindelijk kregen ze een nieuwe stek, tussen de Maagdenstraat en de Boeveriestraat. De Bruggeling bleef op hen rekenen, ook voor minder voor de hand liggende karweien. In het volkse Brugge kwamen de kindjes niet uit de kolen en de ooievaar bracht ze evenmin. Neen, de Kapucijnen zorgden daar op één of andere mysterieuze wijze voor. Nog altijd vind je op de koer voor hun kerk een kapelletje met de Moeder Gods die aanbeden wordt door vrouwen die hopen op een zwangerschap. Zal dat nog kunnen, nu dit najaar de laatste Kapucijn er de kerkdeur dichttrok? Want ja, ’t is zover. Enkele jaren geleden kwam aan de overkant een einde aan de eeuwenoude aanwezigheid van de zusters van de Godelieveabdij. En nu sluiten ook de Kapucijnen hun klooster. Net als de abdij gaat ook hun stek in winterslaap. Hopend op een schone morgen. d’ Avond is neergekomen.

This entry was posted in Van zin, zen en zijn. Bookmark the permalink.

4 Responses to Kapucijnen

  1. Mia Lingier says:

    Mooi !

  2. Pierre rainchon says:

    Boeiende verhalen

  3. Dries Simoens says:

    Toch nog vermelden dat er ook een klooster van de Capucijnen is geweest in de Sint-Clarastraat te Brugge (huisnummer 171 – thans de splitsing van de Sint Claradreef en de Calvariebergstraat). Aan dat klooster was een grote kerk verbonden, die ’s zondags meestal bomvol was. Het klooster en de kerk werden op 28 oktober 1968 verkocht aan J. Pieters, een industrieel. Deze laatste verkocht de gebouwen op zijn beurt door aan de stad Brugge, die er sociale woningen bouwde (die thans nog doorlopen tot ver in de Calvariebergstraat) en er een voor het publiek toegankelijke tuin aanlegde. (bron: Vox Minorum, tweemaandelijks nieuwsbulletin van de minderbroeders-kapucijnen van de Vlaams-Belgische Provincie – ed. 1 jrg. 1969).

    • Pol Martens says:

      Uw aanvulling is volkomen terecht, meneer Simoens. De lotgevallen van de kapucijnen en hun zoektocht naar een definitief, nieuw onderkomen waren in het Brugge van die dagen spraakmakend. Al begrijpt u ongetwijfeld, dat de artikels in deze blog zich eerder als cursiefjes presenteren dan als volwaardige en volledige geschiedkundige omschrijvingen. Om die reden liet ik de inderdaad niet onbelangrijke ‘tussenstop’ nabij de Sint-Clarastraat onvermeld.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *