‘Brugge in affiches’ in … ’s Hertogenbosch

“Namens ‘Design Museum ’s Hertogenbosch’ wil ik informeren
naar drie bijzondere affiches in uw collectie.”

Het bericht dat zo’n jaar geleden in mijn mailbox belandde ging verder met
“Graag zouden wij deze affiches tentoonstellen in onze aankomende expositie ‘Goth, Designing Darkness’, van oktober 2021 tot april 2022.”

Er komt wel eens iets van ‘Brugge in affiches’ op een Brugse expositie terecht. En een paar maal kon ik met een ruimere selectie uitpakken. De verzamelaar grijpt graag elke kans om ‘zijn collectie te ontsluiten’, zoals dat in vaktermen heet. Al blijven die gelegenheden tot nu toe ‘thuismatchen’. Serieus aangepakt, keer op keer, maar toch met groot ‘ons kent ons’-gehalte, het mag er wat informeel aan toe gaan.
Maar die mail van dat museum in ’s Hertogenbosch, ‘Den Bosch’ zoals ze in Holland zeggen, was andere koek. Een vraag vanuit zowat het meest gereputeerde designmuseum van de Lage Landen! Mag deze bescheiden verzamelaar eventjes verbaasd opkijken?

Bovendien vroegen ze niet naar een paar doorsnee affiches. Neen, ze hadden hun deskundig oog laten vallen op enkele bijzonderheden die ik in huis heb. En al zijn die geen fortuinen waard, waardevol zijn ze wel. Waardevol en niet makkelijk te vinden. Vooroorlogs lithografisch vakmanschap, deskundig ingekaderd en in dit huis gekoesterd.
Ervaring met zo’n uitleenavontuur? Hebben we niet. Het leek ons tijd voor  een hulplijn. Uitkijken naar ervaringsdeskundigheid bracht mij bij onze voormalige stadsarchivaris. Noël Geirnaert, oude bekende.
Uiteraard, mijn beste Noël, ligt in het voorgaande de nadruk op ‘bekende’, ge ziet dat van hier. Wij kennen mekaar al van toen je in het begin van je loopbaan voor de schoolbanken stond waarop deze jongen zijn tijd doorbracht. En dus vroeg ik je graag om raad.
Dat ik dat met enig zelfvertrouwen mocht aanvatten, klonk je overduidelijke antwoord. ‘Jij bent de bruikleengever, Pol, de spelregels bepaal jij!’

Materiaal uitlenen voor een tentoonstelling brengt geen centen op, maar je leert er wel wat van. Dat je je als bruikleengever een paar praktische aardigheden kan permitteren. En dat een ‘verzekering van spijker tot spijker’ precies is wat je denkt dat het is. Je spullen worden door de ontlener verzekerd van ’t moment waarop hij ze in handen neemt tot wanneer ze weer bij jou thuis hun plaats innemen.

En dat ophalen en terugbrengen, ’t is me wat! Ons straatje schrok zich die ochtend een breuk toen het werd ingepalmd door een kanjer van een camion mèt aanhangwagen. Een gespecialiseerd team, op toer om waardevol materiaal naar Den Bosch te brengen. Ineens kregen de paar kaders in onze leefkamer het elan van delicaat te behandelen kunststukken,

deskundig ondergebracht in een vrachtwagen met constante temperatuur en luchtvochtigheid. Nou, moe!

Wij gingen langs in het telkens weer charmante Den Bosch. De recente architectuur van het Designmuseum eist er zijn plaats op, midden het oude stadscentrum. ‘Goth, Designing Darkness’, de tentoonstelling, vertelt over gothic. Ze gaat op zoek naar het verband tussen drie stromingen uit heel verschillende periodes van de westerse cultuur. Klinkt zwaar op de hand en dat is het ook. Vooreerst is er gotiek, de kunststroming die de middeleeuwen domineerde. Met neogotiek, de retrostijl die vanaf de negentiende eeuw opgang maakte, is de link makkelijk te leggen. Maar dan is er ook nog ‘gothic’.
Was u jong in de jaren tachtig van vorige eeuw? Wie weet, dweepte u met muziek van onder meer Siouxsie and the Banshees en vooral The Cure. En ging u in dat geval misschien als ‘gothic’ door uw toenmalig bestaan. Droeg u zwarte kleren en make-up en haartooi die verwezen naar donkerte en drama. Beter dan de cataloog van de tentoonstelling kunnen wij de subcultuur ‘gothic’ amper omschrijven. ‘Goth is een levensstijl vol onbestemd verlangen naar de donkere kant van het leven’, staat er te lezen.

Een Belgisch luik op de expositie? Enkele etsen uit het begin van vorige eeuw, van de Gentse Jules De Bruycker en … drie affiches van een Brugs verzamelaar. En die verzamelaar zag dat

het goed was. Dat zijn pronkstukken een eervolle plek toebedeeld kregen. Apetrots word je ervan, zeg dat ik het gezegd heb.
Alles koek en ei? Laat ons de cataloog noemen als lichte teleurstelling. Daarin wordt veel verteld over het thema van de tentoonstelling, maar een echte cataloog, waarin al het tentoongestelde stuk voor stuk wordt vermeld en getoond is het niet.  Maar kom, ‘selden is volmaect de feeste’ lang geleden schreef een Brugs rederijker het al.

De tentoonstelling in Den Bosch sluit dit weekend haar deuren. Binnenkort keren mijn koesteraffiches naar huis terug. Veilig en wel teruggebracht, na een verrassende trip ‘van spijker tot spijker’.

This entry was posted in Het Brugge van nu, Het Brugge van toen, Over affiches verzamelen. Bookmark the permalink.

13 Responses to ‘Brugge in affiches’ in … ’s Hertogenbosch

  1. Daan V. says:

    Aangename stad, Den Bosch! De tentoonstelling, een tijd geleden, omtrent Jeroen Bosch, is ons bijgebleven. En de indrukwekkende hoofdkerk.
    Maar het designmuseum hebben we nog niet bezocht.
    Dat houden we voor een volgende keer, als we nog eens langs gaan.

  2. Ann says:

    Dag Pol en Brigitte, van harte proficiat voor deze hele eer !
    Je affiches tot in ’s Hertogenbosch ! Je zult genoten hebben ! En terecht fier !
    Dank om je foto te delen.

  3. Rika says:

    Om terecht trots te zijn, Pol!

  4. christel bigler says:

    Heerlijk om lezen en wees maar lekker fier als een gieter Pol, je hebt dit echt verdiend !!!

  5. Chtistine en Patrick says:

    En wij waren erbij. ‘Preus lik fjeertig’ was hij, en terecht. Het doet iets als je de affiches uit een verzameling van een vriend, die je normaal in een Brugse woning ziet hangen, kan bewonderen in een museum in ‘s Hertogenbosch. Merciekes Pol en Brigitte om ons mee te nemen daar naartoe. Ook wij waren trots!!!

  6. Roland Rotsaert says:

    Het is uiteraard een hele eer voor een Brugse verzamelaar dat stukken uit zijn collectie in een buitenlandse tentoonstelling te zien zijn, maar tegelijk is het schrijnend te moeten vaststellen hoe wereldvreemd vele sectoren van onze maatschappij zijn. Voor een fractie van de kostprijs had een mobiele studio kunnen langskomen, professionele scans maken van de geselecteerde voorwerpen, en na een uurtje verder rijden naar de volgende klant. Maar neen: tentoonstellingsbouwers willen absoluut, kost wat kost, het origineel hebben, zelfs als transport ervan museaal onverantwoord is en het voor 99 % van de bezoekers toch om het even is. Eigenlijk leent niemand graag uit, maar men doet het toch. Ooit zal ieder museum immers eens een uniek stuk voor een eigen tentoonstelling willen hebben, en als dan in de sector bekend is dat het museum zelf niet graag uitleent…
    Het uitgespaarde geld zou bijvoorbeeld kunnen gebruikt worden voor een uitgebreide catalogus die op Wikipedia vrij, altijd, voor iedereen, wereldwijd, ter beschikking gesteld wordt (voor zover er natuurlijk geen rechtenhouders dwars liggen, maar dat is iets waarvoor instellingen als de Europese Unie en Unesco zoude moeten in actie komen).

    • Pol Martens says:

      Roland, vooreerst bedankt om je interessante overweging te delen.
      Toen ik, een tijd geleden alweer, voor het eerst het vernieuwde Gruuthuse bezocht, vond ik in de zaal die de neogotiek belicht twee affiches van Flori Van Acker … op origineel formaat, maar wel als replica. Tot mijn verbazing, want ’t zijn twee affiches die ik in mijn collectie heb en waarvan ik vermoed dat onder meer het stadsarchief er een exemplaar van bewaart.
      De meerwaarde van een origineel voorwerp of kunststuk, het is en blijft een complex verhaal. Waarom staan in Parijs elk jaar honderdduizenden mekaar te verdringen om een glimp op te vangen van de Mona Lisa? De dame in kwestie is overal ter wereld te bewonderen, op replica’s op origineel formaat, op kussens, op paraplubakken en theekopjes. De kick bij het aanschouwen van het origineel?
      En als we de redenering doortrekken, kunnen we ons afvragen waarom we met z’n allen absoluut op weg moeten naar Dubai, naar de Grand Canyon en naar waar je de noorderzon kan zien. Ook die liggen om de hoek, niet verder dan een paar toetsen op ons computerklavier. Dus toch ‘nothing like the real thing’?
      Je bedenking omtrent rechtenhouders brengt mij bij de vraag die mij af en toe wordt voorgelegd. Wanneer ik tijd maak voor een boek omtrent Brugse affiches. De uitdaging oogt aantrekkelijk, maar dan loert onvermijdelijk het grafisch recht van de ontwerper of zijn/haar erfgenamen om de hoek.
      Misschien nodig ik je bij gelegenheid een keer uit om mijn collectie te bekijken, Roland, ze zou je wellicht interesseren. Enne … ’t zijn allemaal originele stukken.

      • Richard Ranson says:

        Een ‘affiche’ blijft de facto een reproductie van het origineel. Behoort een affiche dan niet tot het publieke domein, terwijl alleen het originele werk aan auteursrechten onderhevig is ? Enerzijds : wie een afbeelding wegplukt uit Google, riskeert in principe gerechtelijke vervolging, want dit mag niet zomaar. Anderzijds : op de uitgave van een boek gelden auteursrechten, terwijl op een tekst die wordt overgenomen uit de nieuwsmedia geen copyright berust. Met een beeldmerk, zoals het Atomium in Brussel, kan je evenmin doen wat je wil. Roland Rotsaert heeft alvast overschot van gelijk. Zo werd in de Basiliek van Koekelberg van 18 augustus 2007 tot 16 maart 2008 (en zelfs verlengd tot 6 april) een ambitieuze tentoonstelling gehouden over Leonardo Da Vinci. Op zeven maanden tijd bezochten toen exact 350.066 mensen de basiliek, gemiddeld 1.542 mensen per dag. Ik heb dat gebeuren destijds ook zelf bezocht, om daar niets anders te zien te krijgen dan tientallen reproducties, tal van maquettes en een resem korte videofilmpjes over het Italiaanse genie. Het oudste originele schilderij in de basiliek dateerde ergens uit de 19de eeuw, en het was geen meesterwerk. Voor de rest : evocatie, evocatie en nog eens evocatie, van vele tekeningen en schriftjes, professioneel neergezet in een labyrintvormige scenografie, die mooi uitgelicht werd en zeer museaal overkwam. Tien jaar later probeerde Brugge het succes te kopiëren in het XPO Center op de site van het Oud Sint-Janshospitaal, van 1 juni tot 31 oktober 2017. ‘De grootste tentoonstelling ooit over Leonardo da Vinci’: Brugge krijgt de wereldwijde première van deze expositie !’ (sic) klonk het hier nog zelfbewust. Wel, ik ben een fan van dergelijke ‘reproductie-tentoonstellingen’, al is het maar omwille van hun educatieve totaalwaarde en de haalbare kostprijs (cfr. geen transportkosten en dure verzekeringen voor de originele werken, geen nood aan spiedende en/of geeuwende suppoosten in de zalen, naast nog andere kostenreducties). Het idee om dit ‘reproductie’-concept in Brugge te kopiëren rond het uitgelezen thema van de Vlaamse Primitieven vond nooit weerklank. Zou dit nochtans geen prachtig idee zijn om op deze manier een leegstaande kerk in Brugge te herbestemmen ? Geen nood, want voor gereproduceerde kunst en geschiedenis kunnen we altijd op de Markt terecht, in Historium. Wat de originele werken betreft, is het een ander verhaal. Een tiental jaar geleden werd, in opdracht van een private partner, een thematische wandelroute uitgedacht. Het parcours leidde onder meer naar Groeninge Museum, waar een bijzonder schilderij diende te worden getraceerd. Maar wat bleek, spijtig genoeg : dat schilderij was er lange tijd niet aanwezig, wegens uitgeleend. Aan de balie trof ik het aparte boekje te koop ‘meesterwerken van het museum’, waaruit bleek dat er nog wel meer meesterwerken tijdelijk niet beschikbaar waren. Helaas, niemand van het dienstdoende personeel wist te vertellen waarom. Kennelijk profileren de conservators zich graag als professionele kunst-etalagisten, door onze historische kunstwerken uit te lenen voor allerlei exposities elders, voor congressen en/of wetenschappelijke doeleinden, mogelijks in het internationale belang van de kunstgeschiedenis. Geef mij maar de overtreffende reproductie, denk ik dan. Want als ik echt het origineel wil zien van iets, dan reis ik geëngageerd naar de plek waar het zich bevindt. Of een ‘Affiche Museum’ in Brugge ? Waarom niet ?

  7. Jean Van Acker says:

    Een grote proficiat, Pol en Brigitte, voor deze erkenning!

  8. Roland says:

    Proficiat Pol, je mag terecht heel trots zijn met deze ‘van spijker tot spijker’ ervaring. Eentje om te koesteren !

  9. Luc Gilliaert says:

    In de tekst is er een verwijzing naar het muziekgenre Gothic, een (sub)genre binnen de populaire muziek, waarbij Siouxsie and The Banshees en The Cure worden genoemd.
    Graag wil ik ook even wijzen naar een literair genre dat ruw geschat 200 jaar eerder dan bovenvermelde muziek ontstond en dat we nu aanduiden met de term ‘Gothic novel’. Voor de lezers die het genre niet kennen, zullen zeker volgende romans quasi bij iedereen een belletje doen rinkelen, al is het maar door de vele verfilmingen. Mary Shelley’s ‘Frankenstein’ en Bram Stoker’s ‘Dracula’ zijn wellicht de meest bekende voorbeelden uit een uitgebreide keuze aan deze meestal huiveringwekkende romans.
    Voor wie er graag meer over wil weten is er een uitgebreide pagina bij Wikipedia die het genre grondig belicht: https://nl.wikipedia.org/wiki/Gothic_novel

    • Pol Martens says:

      Luc, bedankt voor je aanvulling. Gezien je belangstelling voor het literaire luik van het Gothic-verhaal, is het misschien jammer dat ik je niet eerder op de hoogte bracht van de expositie in Den Bosch. Het zal je niet verbazen dat ook dat aspect aandacht kreeg op de tentoonstelling.

  10. dries simoens says:

    Nog dit verhaal over (de waarde van) origineel en kopie, over het uitlenen van kunstwerken, over de betrekkelijkheid van rijk en arm … In 1971 had het museum van Amsterdam het schilderij ‘De Liefdesbrief’ van hand van Johannes Vermeer, uitgeleend aan het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten. Het werd daar gestolen door de toen 21-jarige Mario Roymans, die later bekendheid zou verwerven als ‘Tijl van Limburg’. Tijl eiste de ‘ontvoering’ op, en vroeg als losgeld 200 miljoen frank (thans 5 miljoen euro), dat moest worden gestort aan de hongerende kinderen in Bangladesh. Tijl vroeg dat tijdens het tv-journaal de premier een cheque in die zin zou ondertekenen. Wat niet gebeurde. Na een klopjacht werd Tijl ingerekend in een koestal. Het schilderij had hij begraven in een drassige grond. Hij moest terechtstaan voor kunstroof, ondanks de vele petities en de spontane acties ten voordele van de hongerende kinderen in Bangladesh. Tijl werd veroordeeld tot twee jaar effectieve gevangenisstraf. Na zijn vrijlating trouwde hij, kreeg kinderen, zag zijn huwelijk op de klippen lopen, kreeg last van zware depressies, werd op tweede Kerstdag 1978 meer dood dan levend aangetroffen in zijn auto en stierf tien dagen later.
    Wat ‘De Liefdesbrief’ betrof, waren de restaurateurs verdeeld. Bij het losmaken van het kunstwerk in het Paleis voor Schone Kunsten was Tijl niet bepaald voorzichtig te werk gegaan. Hij had het meesterwerk uit zijn lijst losgesneden met een aardappelsnijder. Sommige restaurateurs wilden het schilderij herstellen in zijn oorspronkelijke staat. Anderen vonden dat het schilderij door zijn bewogen ‘geschiedenis’ een meerwaarde had gekregen, zodat de schade moest blijven getuigen van ‘wat in 1971 was geschied, in naam van de mensheid’. Onlangs heeft Canvas een documentaire gewijd aan deze gebeurtenissen, naar aanleiding van de 50ste verjaardag van de kunstroof – een kunstroof gepleegd door een idealist, die naïef was geweest.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.