Het Kleine Mensje en de reuzen

Ze heeft superlekker geslapen, verzekert het Kleine Mensje met lachende blik aan de ontbijttafel. Een nachtje bij ons logeren is keer op keer een belevenis, voor haar èn voor ons. De buurvrouw die langs komt vraagt hoe oud ze is en trots gaan vier vingers de lucht in. En ze is superflink, ze gaat al naar de klas van juffrouw Els!
Sinds ze laatst bij ons kwam, babbelt het Kleine Mensje alweer mondiger. Almaar vollere zinnen vult ze met almaar nieuwe woorden. Superlekker en supergroot zijn er twee van. Nog even wachten en ook ‘mega’ verrijkt haar woordenschat. Dan zal ze meteen ook megaveel weten.
Al liet het Kleine Mensje zich gisteren, toen mama haar hierheen bracht, betrappen op wat onzekerheid. Keek wat moe uit haar anders zo guitige oogjes en dat mama straks zou weggaan stemde haar niet vrolijk. Haar pruilmondje vertelde dan ook dat onze hond, hoewel een loebas, beter nog even buiten bleef. Het kind en de hond, ze kunnen het doorgaans goed vinden met mekaar. Maar ben je klein, dan blijft zo’n boxer een forse gestalte die op je af komt. En als je moe bent hoeft dat even niet.

Hoe achteloos gaan we voorbij aan de verhouding der dingen voor wie nog klein is? Dit najaar loopt hier en daar te lande weer zo’n tentoonstelling met een parcours dat buitenmaats groot is opgebouwd, waar je kan ervaren hoe het voelt om als peuter of kleuter je weg te banen door de grotemensenwereld. Het project laat Brugge links liggen en da’s jammer.

En toch, er valt onder de zon weinig nieuws te rapen. Wat omtrent formaat buiten het gewone valt blijft ook grote mensen fascineren, vandaag net als vroeger. En al helemaal als het om menselijke verhoudingen gaat. De Grieken met hun mythe over de cycloop, weet je nog, die kanjer met één oog. En de Bijbelse David vocht tegen Goliath, ook al geen doetje. Om nog te zwijgen over Klein Duimpje die de reus te grazen nam. En Gulliver die op zijn reizen de ene keer reus was en dan weer buitenmaats klein. Superklein, zou ons Kleine Mensje zeggen.
Overigens zijn die oude vertelsels niet zelden overgoten met een scheutje griezel en een dosis spanning, ook daarvan krijgen we amper genoeg.
’t Zal wel van alle culturen zijn en dus doen we hier bij ons ook niet onder. Hoe generaties lang onze niet zo gezonde nieuwsgierigheid werd geprikkeld door foorkramers die ons in hun tenten onbeschaamd lieten gluren naar de medemens met dwerggroei of met ongewoon grote gestalte.
En, veel geestiger, hoe we ons op tijd en stond onledig houden met het bouwen van reuzenfiguren, voor stoeten en ander feestplezier.
Steden die met trots uitpakken met hun reuzentraditie, ’t is een hele lijst.  Dat gaat van Mechelen langs Dendermonde en Nieuwpoort en van Ath naar Mons en nogal wat plekken. Allemaal noemen ze zich ‘reuzenstad’. En die van Antwerpen zeggen dat, ’t zou raar zijn mocht het niet zo wezen, ook van zichzelf.
Al zou de oudste vermelding over het ronddragen van een reus te vinden zijn in de stadsrekening van Diksmuide. Daarin is sprake van kosten voor een ‘reusinne’ die mee stapt in een processie in 1381!
Brugge? Wel, al weerhoudt Brugse bescheidenheid ons ervan om onze

Foto Beeldbank Brugge

stad als ‘reuzenstad’ te profileren, toch passeert ook hier af en toe zo’n gigant.
De reus die ik vond op ‘Beeldbank Brugge’, op een foto uit 1947, is mogelijks niet de eerste maar toch één van de oudste. De leden van de ‘Brugse Musketiers’, een folkloregroep uit die dagen, poseren bij hun reuzin.

Foto Beeldbank Brugge

En natuurlijk hoort ook de Gouden Boomstoet hier thuis. Daarin doemen regelmatig reuzen op, waarbij reus Finaert het meest in het oog springt.

Maar soms spelen reuzen ook gewoon de hoofdrol. ’t Is net geen dertig jaar geleden dat ze in Male hun reuzenstoet brachten. Met tientallen giganten, van hier bij ons tot  helemaal uit Maastricht. En soms heb je pech. Zo’n initiatief en regen hebben weinig aan mekaar. En een regendag was het, die keer, maar toch trokken de reuzen onverschrokken door Male.

En dan was er in 2005 het stadsfestival ‘Corpus’, met het menselijk lichaam als centraal thema. Een jaar waarvan wij ons één en ander herinneren. Niet in de laatste plaats de blote meneren en madammen waarmee fotograaf Spencer Tunick de stadsschouwburg vulde. Veel braver was het reuzenfeest, soms ogen reuzen gevaarlijker dan ze zijn in ’t echt.

En kijk, dit jaar zetten ze in Koolkerke hun schouders onder een reuzenstoet, ’t hoeft niet altijd Male te wezen. De eerste zondag van september paraderen, voor het eerst in zeventien jaar, nog een keer reuzen door de binnenstad. Met in de hoofdrol Calle Bezems. Cathelyne Verpoort, het arme mens, werd in 1634 als heks ter dood veroordeeld. De brandstapel, jawel. Wie zei daar iets over reuzen en hun gruwelkantje? Een reuzenstoet als eerherstel voor Calle, beschamend laat maar toch schoon.
Ons Kleine Mensje kijkt vast met verbaasde oogjes op naar zo’n reuzenpoppen. Om dan te besluiten dat Calle Bezems supergroot is.
Of misschien is haar vocabulaire intussen al aangegroeid en vindt ze de reuzin ‘megagroot’.

This entry was posted in Het Brugge van nu, Het Brugge van toen, Van feesten en vieren, Van stoeten en processies. Bookmark the permalink.

1 Response to Het Kleine Mensje en de reuzen

  1. dries simoens says:

    Spontaan denk ik aan Georgtje van de Gilde, met juist een zeer geringe gestalte, 1,08 meter. Tot aan zijn dood in 2000 was hij in Brugge algemeen bekend én gewaardeerd.
    Werkte als bewaker van de fietsstalling van de CM, het ACV en het ACW aan de Oude Burg.
    Maar hij deed meer dan dat. Hij gaf de Gildeleden maar ook de toeristen raad. Als trouw bedevaarder reisde hij naar Lourdes en Zwitserland, als reisbegeleider.
    Verder was deze volkse figuur – deze omschrijving is niet denigrerend bedoeld, integendeel – zanger, mondharmonicaspeler en supporter van beide Brugse voetbalploegen.
    Hij verkocht lotjes voor het goede doel, was ook geliefd bij kinderen, voor wie hij steeds stickers op zak had.
    Vlug na zijn dood, in 2000, werd een standbeeld voor hem opgericht op het kerkplein van Sint Jozef. Niet alleen reuzen – in de letterlijke zin – verdienen een monument, ook personen die hun gestalte overstijgen door inzet en dienstbaarheid. Deugden die niet meetbaar zijn …

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.