(OP) WEG MET DE COMPUTER !

Hoe zou het nog zijn met meneer Wille? In het korte lijstje van leerkrachten die mijn kijk op het leven hielpen uittekenen, ontbreekt zijn naam. En toch was hij het, onze leraar Wetenschappen, die mij deze week voor de geest kwam.
Dat was toen in ’t avondnieuws onze minister van Onderwijs zijn zegje deed over de ‘digisprong’ in de onderwijswereld. Zoals wel vaker, ging het over centen. Over wie die centen zal opdiepen, om elke scholier vanaf ’t vijfde leerjaar de klas te laten binnenwandelen met een laptop onder de arm. De minister had een mening, iemand van ’t onderwijs had er ook een. En zoals wel vaker, was de kous daarmee af. Over naar het volgende item.


De toekomst was een donkerkleurig doosje, een sandwich groot …

Of miste ik het vervolg omdat mijn gedachten afdwaalden naar een avond, héél lang geleden, bij ons op school? Naar die verre tijd, ergens midden de jaren zeventig van vorige eeuw. De tijd van gestencilde cursussen, opgemaakt op mechanische typmachines.
Er was een informatieavond voor ouders. En wij, een handvol leerlingen van de hogere jaren, waren ook present. We boden de aanwezigen een natje en een droogje, voor een prikje. Wellicht voor één of ander goed doel, dat herinner ik mij niet meer.
Wat ik mij wel herinner, is het onderwerp dat die keer aan bod kwam. Dat bleek goed voor een onverwacht hevige gedachtewissel. Wij, leerlingen, werden niet bij het debat betrokken, maar we luisterden aandachtiger dan tijdens de meeste van onze lessen. Want de directie kondigde aan dat wij op school de kans zouden krijgen om … een rekentoestel aan te kopen.
Wel ja, waarde ouders, uw school gaat mee met haar tijd! En zo’n rekenmachine, dat is waarlijk dé toekomst!
De toekomst was een wat raadselachtig doosje, een sandwich groot, met drukknoppen en een schermpje waarop rode, hoekige cijfers verschenen wanneer je die knoppen indrukte. Zo’n nieuwerwets ding kon in een handomdraai optellen en aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Maar het was ook capabel om procenten, vierkantswortels en andere vernuftigheden te berekenen.
De commotie, die avond! De verontwaardiging op de gezichten van nogal wat verontruste vaders en moeders! Straks kan onze jeugd niet meer hoofdrekenen, meneer! Gemakzucht loert om de hoek, en luiheid! Een moeder verzekerde dat haar zoon onder geen beding zo’n verwerpelijk spul in handen zou krijgen. Rumoer, kortom!
En toen stond, midden het gekijf, meneer Wille op. Rustig en zelfzeker, zoals we hem kenden, met in zijn hand zijn rekentoestel en in zijn pleidooi een paar weloverwogen argumenten.

Met dit toestel, verzekerde hij, staan we weliswaar aan het einde van een oud, maar vooral aan het begin van een heel nieuw tijdperk! Een tijdperk waarin alles anders zal worden dan voorheen. Binnen enkele jaren voeren wij hier met z’n allen deze zelfde discussie over de computer!
Voor ons, jongelui, kon de dag niet meer stuk. Weer buiten, in de winterkou van de Boeveriestraat, waren we het roerend eens, ‘onze’ meneer Wille verdiende een staande ovatie. Die hij, voor alle duidelijkheid, die keer niet kreeg. Maar later die avond klonken in De Goezeput scholieren op het heil van hun leraar Wetenschappen.

Om vast te stellen dat hij het bij het rechte eind had, hoefden we niet eens zo lang te wachten. ‘Bestuurt iedereen morgen een computer’, een jaar later kwam op een decemberavond een Gentse prof met die vraag langs in ’t Leerhuys bij Groeninge. De titel van zijn lezing afsluiten met een vraagteken, dat vond de professor overbodig, hij was zeker van het antwoord. Al lag dat antwoord nog ver weg, ergens achter de horizon van de tijd.

Achter die horizon, in het jaar 1995, bracht in de Werf een vernieuwend toneelgezelschap ‘2012, now I am nationwide’, een experimenteel en futuristisch verhaal over een jongen die zijn brein verliest in een computer. Er zit iets aan te komen, leek het absurde verhaal ons te waarschuwen.
Maar ’t ging vooruit.
Want enkele jaren verder, bij de aanvang van het nieuwe millennium, trok een sensibiliseringscampagne van de overheid van stad naar stad onder de naam ‘Allen op het netro@dshow 2000

Al klonk hier en daar ook een tegenstem. Zo publiceerden rond diezelfde tijd een paar vooraanstaande lieden uit de omgeving van het Steiner-onderwijs een artikel ‘Hype, hype, hoer@?, kritische noten bij de invoering van computers in het onderwijs’.

Een breedvoerig pleidooi waarin je zinnen las als ‘De computerindustrie heeft een duidelijk belang bij het stimuleren van het computergebruik in de scholen’.
Of wat dacht u van ‘Computervaardigheid voorstellen als een nieuwe vorm van geletterdheid is een misleidende overschatting.’
Verder luidde het ‘Mijn kinderen krijgen bijvoorbeeld ook les informatica op school. Wat leren zij? Microsoft Works.
Alsof de les is verworden tot een verkoopinstrument van Bill Gates.’
Er wordt besloten dat ‘de nieuwe media alleen datapuin en splinters te bieden hebben’.

Maar onze stad toont in het Culturele Hoofdstad-jaar 2002 met het apenstaartje in de titel van de expositie ‘Hanse@Medici’ dat we helemaal mee zijn met het digitale verhaal. Op de affiche ontwaar je, bij de historische stadskraan, zowaar een koopman met in zijn tekstballonnetje ‘Ik mail je morgen mijn offerte’. Middeleeuws grapje.

Eens temeer blijkt hoe elk afficheontwerp vertelt over de dagen waarin het wordt uitgedacht. Zo fungeert vijf jaar geleden, bij de ‘digitale week’ van de stadsbibliotheek, iemand met een 3D-bril als bij-de-tijds campagnebeeld.

Wie beweert dat het snel gaat en almaar sneller, trapt open deuren in. Binnen pakweg twee jaar is dit al lang achterhaalde cursiefje goed voor een glimlach. Hopelijk met enig begrip voor wie het schreef.
Want je zal vandaag maar iets vertellen over, bijvoorbeeld, artificial intelligence. Bij het afronden van je laatste zin kan je alweer één en ander bijsturen. Of waarom dacht u, lezer, dat de schrijver van dit stukje hier de aftocht blaast?
En ja, enig wantrouwen omtrent de digitale snelweg is geboden. Al zijn hier de woorden van een leraar van lang geleden op hun plaats. Want al staan we onmiskenbaar aan het einde van een oud, we staan vooral aan het begin van een compleet nieuw tijdperk.

This entry was posted in Het Brugge van nu, Het Brugge van toen. Bookmark the permalink.

7 Responses to (OP) WEG MET DE COMPUTER !

  1. Noël Geirnaert says:

    Ik heb die discussie over die rekenmachines meegemaakt als nieuwbakken leraar in het VTI en de tweespalt in de lerarenstudio. Ik herinner me inderdaad collega Wille, voorstandeŕ. De namen van de tegenstanders ben ik niet meer zeker. Wel weet ik dat directeur Vandenbulcke ook stevig voorstander was.

  2. Richard Ranson says:

    Ha! Dat is interessant, Pol: de eerste digitale cultuurgeschiedenis van Brugge ! Je begint in de vroege jaren zeventig bij de rekensommetjes van onze revolutionaire ‘Zakjapanner’ op school. In 1973 opende op ’t Zand ook het Amerikaanse ketenhotel Holiday Inn de deuren, dat met reserveringssysteem ‘Holidex’ het grootste commerciële computersysteem van de wereld bezat.
    Onze Brugse Dienst voor Toerisme stond erbij en verbleekte zienderogen. Niet lang daarna schakelde ook de politie over op een eigen computergestuurd systeem. Dat was allemaal spraakmakend in Brugge, een nieuw tijdperk werd ingeluid!
    Die voordracht in ’t Leerhuys in december 1977 viel toen zeker niet uit de lucht.
    Circa 1993/1994 dook in Brugge het internet op in de publieke ruimte. Dat gebeurde via de internationale ‘backpackers’ die in de Brugse jeugdhotels kwamen overnachten. Die jongens en meisjes waren reeds met het nieuwe medium vertrouwd, aan hun Amerikaanse of Australische universiteiten. Daar wilden zij dus ook in Brugge gebruik van maken, maar bestond hier reeds zo’n internetverbinding?
    Aan de gemeenteraad moest men zoiets zeker niet vragen. En dus ontwikkelden de broers Ludo en Patrick Verstraete de eerste internet-initiatieven in hun jeugdhotel Bauhaus, in de Langestraat. Huis der Kunsten in de Korte Vuldersstraat opende kort daarna in 1995 net zo goed het eerste Internetcafé van Brugge.
    In die tijdgeest duikt Frank Theys op in Brugge. Voor het Gentse productiehuis Victoria schreef en regisseerde hij enkele theaterstukken, zoals ‘Van al die die niks te zeggen hebben, zijn zij die zwijgen ’t aangenaamst’. Met ‘2012 (now I am nationwide)’ creëerde Frank in 1995 een voorstelling over nieuwe media en internet. Hij bedacht daartoe een merkwaardig verhaal.
    Frank Theys ontleende zijn inspiratie deels aan de ‘Cyberpunk’-literatuur. Een typisch cyberpunk-begrip destijds was ‘2012’. Wat bedoelde men daarmee? Bekijk je de geschiedenis, dan zie je dat de evolutie van kennis steeds sneller gaat. Kennis heeft een exponentiële groei, ze verdubbelt om de zoveel jaar. Trek je de lijn door, dan zou de kennis in het jaar 2012 verdubbelen per… seconde. De voorspelling van 2012 was dat Artificiële Intelligentie de kennis van ons, de mensen zou overnemen.
    Niet alleen het Steineronderwijs reageerde sceptisch, zoals je schrijft, Pol. Ook in De Werf zelf, waar ‘2012’ van Frank Theys werd opgevoerd, wuifde men de toekomst weg. Ik herinner mij nog levendig de woorden van toenmalig directeur Rik Bevernage, quote: ‘Dat internet zal toch nooit doorbreken. Dat is allemaal een hype in de pers’. Hij nam dit theaterstuk zeker niet ernstig. De publieke belangstelling voor ‘2012’ was dan ook navenant.
    In de zaal hooguit 20 personen aanwezig, ik was er één van, naast Frank Theys himself die een paar stoelen verder zat. Weinig mensen zullen mij tegenspreken.
    In 1995 kon ik geen touw vastknopen aan ‘2012’. Wat in godsnaam was hier gaande? De voorstelling geleek op een drugservaring met geestverruimende middelen, zoals LSD. Want veronderstel dat Leonardo da Vinci de laatste Homo Universalis was. Iemand waarvan verondersteld mocht worden dat hij alle aanwezige kennis nog kon bevatten, op zijn eentje. Als dat volume aan kennis voortdurend zou verdubbelen, in een steeds sneller tempo, hoe zouden de mensen daarmee moeten omgaan, in de toekomst? ‘2012’ bracht mij behoorlijk in verwarring.
    Zeven jaar later merkte ik de naam op van Frank Theys in het programma van Brugge 2002, Culturele Hoofdstad van Europa. Dat vond ik best spannend. Maar Frank Theys kwam daarin nooit aan bod, hij werd uit het culturele jaar verbannen. De stad was duidelijk niet bereid om de kaart van zijn inzichten te trekken. Als je via Google op zoek gaat naar de combinatie van Frank Theys en Brugge Culturele Hoofdstad 2002, verneem je meer over de redenen waarom.

  3. Herman Vandeplasse says:

    Ja, Pol, we worden oud, hè!
    Groeten,
    Herman

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *