Mon père disait …

Engeland en Brugge hebben iets met mekaar. Die ‘Britse veertiendaagse’ die wij hier in de jaren zestig organiseerden, die kwam niet zomaar uit de lucht vallen. In de middeleeuwen was er al die Engelse wol die werd ingehaald. Heel veel wol voor onze lakennijverheid, aangevoerd langs de Spiegelrei waar je de Engelsestraat treft. En op een gevel aan de Hoogstraat prijkt op een gewichtige gedenksteen de Engelse koning Karel II. Hij huurde hier een paar jaar een Airbnb, wegens verbannen uit zijn koninkrijk. Op dat basreliëf draagt hij zo’n belachelijke pruik, zoals al wie zichzelf hoog inschatte in de jaren zestienhonderd.

En herinnert u zich nog wat Jacques Brel zijn vader liet vertellen in ‘Mon père disait’, dat schrijnend schone lied van hem?  Dat ooit, in een ver verleden, de noorderwind een gat sloeg tussen Zeebrugge en Engeland. Londen is gewoon een afgedreven voorstad van Brugge. Een niet onaangename gedachte, ontsproten uit de verbeelding van romanticus Brel.

Je kan best wat argumenten verzinnen om zoiets te weerleggen. Maar misschien, heel misschien kunnen een paar dingen voor twijfel zorgen. Daar ging ik naar op zoek. En wie zoekt, vindt soms. In een recent artikel in een krant. Waarin stond dat de West-Vlaming doorgaans beter zijn draai vindt in de Engelse taal dan andere landgenoten. Dan word je nieuwsgierig, net als de journalist die dat schreef. Hij vond een verklaring aan de Kulak, bij een prof die daarvoor gestudeerd heeft. Die volgde een ‘historisch taalkundige piste die aantoont dat er diepe verbanden zijn tussen het Engels en het West-Vlaamse dialect’. Dan worden we wakker, zie!

In de vroegste middeleeuwen zou zich in onze contreien een Germaans volk hebben gevestigd dat de Ingweonen werd genoemd. Neen, da’s geen spellingsfout en neen, ik had er ook nooit van gehoord. En die gasten spraken … Ingweoons. Volgens die prof was dat een heel ander dialect dan dat van de Franken, verderop in het oosten. Die overwonnen op termijn de Ingweonen, maar van dat Ingweoons bleven sporen bewaard … in het West-Vlaams! En wat is ook een Ingweoonse taal? U raadt het … het Engels! Daarom kunnen West-Vlamingen tot vandaag beter overweg met de taal van over de Noordzee.
Die prof kon dat allemaal uitleggen. Maar als ik hem een keer tegenkom, wil ik hem toch iets laten horen. Dat lied van Jacques Brel. Want al goed en wel van die Ingweonen, maar hoe kwamen die hier terecht? Niet door de kanaaltunnel, me dunkt. Neen, ze kwamen te voet. Lang voor de noorderwind tussen Zeebrugge en Engeland dat gat sloeg dat we Noordzee noemen, lag er vast wel ergens een pad dat hen hierheen leidde. ’t Was een eind wandelen, maar toch. Ge ziet, ge moet geen professor zijn voor zo’n uitleg. Naar de juiste liedjes luisteren volstaat.

Mocht u zich afvragen hoe dat ook weer ging, ‘Mon père disait’ van Jacques Brel, je hoort het hier.

Gepost in Het Brugge van toen | 1 reactie

Ken je Marechal al?

Amai, dat was even diep ademhalen. Ik dacht, ik schrijf een keer over de Brugse politiek. Mensen die zich wel eens vragen stellen, stellen zich op zo’n moment de vraag wat ‘politiek’ eigenlijk is. En da’s zo’n beetje zoals zeggen wat wind is. Het kleinste kind weet dat, je hoeft het niet uit te leggen. En da’s maar goed ook, probeer het maar een keer.
En dus ging ik omtrent politiek op zoek in de wereldwijde encyclopedie. En daar staat … diep ademhalen, dus: ‘Politiek is de wijze waarop in een samenleving de belangentegenstellingen van groepen en individuen tot hun recht komen – meestal op basis van onderhandelingen – op de verschillende bestuurlijke en maatschappelijke niveaus.’

Poepsimpel dus. En toch komt het voor dat het beoefenen van politiek tot enige frustratie leidt. Dat wordt bevestigd, onlangs in de krant. Door Brugs schepen van Personeel en Welzijn Martine Matthys, nog wel. Want met de jaarwende gaf Martine haar sjerp door aan jongere partijgenoot Pieter Marechal. En naar eigen zeggen niet met volle goesting. Ze ging graag nog twee jaar door, tot aan haar pensioen. Nu moet Martine nog een tijd aan ’t werk ‘in de echte wereld’. Zullen we lachen? Van mij mocht ze blijven tot op ’t eind van deze legislatuur, de paar keer dat ik kort met haar babbelde, babbelde ik met een genuanceerd denkende madam. Genuanceerd denkende madammen vind je in wel meer politieke hoeken, daar gaat het even niet over. Maar een momentje, hier is nog een argument.
Natuurlijk heeft zo’n wissel van de wacht, midden in ’t spel, van doen met jong politiek volk dat graag wat naambekendheid wil tegen de volgende verkiezingsronde. Wat doorgaans aardig lukt met zo’n schepenpost. De kiezer heeft daar begrip voor, maar zelf heeft ie er niks aan. En de mensen die op de betrokken stadsdiensten het dagelijks werk doen, wat hebben die daaraan? De kans dat haar opvolger na de volgende kiesronde dezelfde bevoegdheden behoudt is niet reuzegroot en dan hebben ze daar wéér een nieuwe baas. Optimaal voor ’t reilen en zeilen op zo’n dienst? ’t Is maar een keer vragen.
Maar anderzijds zien we graag dat nog altijd jong volk zijn neus aan ’t venster steekt. In dit geval de neus van Pieter Marechal. ’t Is nog vier jaar voor we weer een gemeenteraad kiezen. En tegen die tijd kennen we allemaal uw naam, Pieter. Bedenk alvast maar een nieuwe slogan, die wat flauwe van de vorige verkiezing heb je dan niet meer van doen.

Gepost in Het Brugge van nu, Van Brugse politiek | Plaats een reactie

Goeie raad voor stadionbouwers

De jaren negentig. Sint-Andries is voetballand. Supporteren op Olympia, nakaarten op de Platse. Tot tevredenheid van sommigen, tot ergernis van anderen.  Maar dan organiseert ons land samen met Nederland “Euro 2000”. En moet het Olympiastadion flink worden aangepast. Met subsidiegeld van de Vlaamse overheid die als tegenzet een andere, meer Vlaamse stadionnaam verwacht. Iemand oppert “Flandriastadion”. Andries Van den Abeele bedenkt het aantrekkelijke “Noordzeestadion”. Het wordt Jan Breydelstadion. Een idee, zegt men, van burgemeester Patrick Moenaert. Als niet-voetbalkenner denkt die wellicht dat Jan Breydel een gevierde  Brugse midvoor is geweest. En wie weet, misschien heeft ie gelijk. Trapten die middeleeuwers wel af en toe een balletje.
In januari 1999 wordt in het flink verbouwde Jan Breydelstadion de eerste match gespeeld. Club-Anderlecht, een wedstrijd om vlug te vergeten: herrieschoppers breken een aanzienlijk deel van de splinternieuwe zitjes af. Herrievolk van Anderlecht, ge ziet dat van hier. Maar niet getreurd, want enkele maanden later, op zaterdag 22 mei, wordt Jan Breydel ingehuldigd.
De eerst binnen sijpelende bezoekers krijgen een Brugs voorprogramma: Hideaway, Jazzylipsy en Main Street met J.C.Wolf, onze bloedeigen Joe Cocker. En de speelschaar van de Frères. Volgt een avond met hoog “Night of the Proms”-gehalte. Carl Huybrechts als presenator inbegrepen. Robert Groslot dirigeert en de Brugse koren Cantores en Vagantes Morborum doen “We are the champions”, de triomfmars uit “Aida”, een stukje Carmina Burana

Ook op het podium: Will Tura en René Froger. En Paul Michiels. Worlds Apart, herinnert iemand zich dat boysbandje? En Umberto Tozzi. In de voorbereiding van het feest werd Axelle Red genoemd. En de Franse diva Patricia Kaas. Maar die staan uiteindelijk niet op de loonlijst. Wie laat het ook afweten? Het publiek laat het afweten. Er is volk, jawel, maar minder, véél minder dan verhoopt.  De toegangsprijs, zeggen de enen. Er ontbreekt een echt grote ster op de affiche, zeggen de anderen.
En stel nu eens, vraagt de afficheliefhebber zich af, dat ook de opmaak van de affiche een rol heeft gespeeld. Groene en blauwe achtergrond, hoe kan het anders. Een gezapig, vet lettertype, dat wel, maar een opmaak zo warrig als wat. Een allegaartje van foto’s: eentje scherp, eentje wazig; eentje ten voeten uit, eentje in close-up. Willekeurig tussen  kleurfoto’s een zwart-wit foto: het lijkt wel de hoes van een foute verzamel-cd. Dus als u het ons vraagt: ’t lag aan de affiche. Eén goeie raad voor wie ooit in het Brugse een nieuw voetbalstadion wil inhuldigen – je weet nooit dat iemand op dàt idee komt: u wil veel volk op het feestje? Maak werk van uw affiche!

Gepost in Van Brugs voetbal, Van feesten en vieren, Van sport in 't algemeen, Van zingen en spelen | 1 reactie

Kapucijnen

’t Was op zo’n zomerkamp bij het kampvuur. Met ons laatste lied richtten we ons tot de schepper met de melding ‘O Heer, d’avond is neergekomen’. Alsof de Heer dat zelf niet wist. Melancholischer worden deuntjes niet, dus wie wat heimwee had naar moeder thuis, pinkte stillekes een traantje weg zonder dat iemand het zag. En zelfs de grapjas van dienst werd stil. Perfecte overgang naar de slaapzak. Want we waren moe na een dolle dag en een avond luidkeels mee gedreunde kampklassiekers. Eentje daarvan was zo’n nonsenslied, ‘De Jef van de kapucienen’. Of was het ‘De chef van de kapucienen’? Dat deed er niet toe en wat die ‘kapucienen waren ook niet, maar leutig was het wel.

Maar was het helemaal toeval dat precies de paters kapucijnen met zo’n lied werden bedacht? Er zijn ook benedictijnen of cisterciënzers, maar dat bekt niet zo vlot. En bovendien, als je één kloosterorde met volkse deuntjes in verband kan brengen, dan zijn het de Kapucijnen!
Dat zit zo. De Kapucijnenorde, dat zijn eigenlijk Franciscanen die vonden dat de leer van Franciscus van Assisi strikt gevolgd moest worden. Met bescheidenheid als ordewoord. En sinds ze in de jaren 1600 in Brugge hun eerste klooster bouwden, bij het Zand op de plek waar nu het Concertgebouw staat, hadden ze de gewone Bruggeling aan hun kant. Zo stonden ze als verzorgers paraat als één of andere ziekte uitbrak. En ze hadden altijd ladders en blusmateriaal bij de hand, voor ’t geval er ergens brand uitbrak. Toonbeelden van dienstbaarheid, kortom.


Brugge stond dan ook in rep en roer, toen hun klooster werd opgedoekt om op het Zand het toenmalige station meer ruimte te geven. Uiteindelijk kregen ze een nieuwe stek, tussen de Maagdenstraat en de Boeveriestraat. De Bruggeling bleef op hen rekenen, ook voor minder voor de hand liggende karweien. In het volkse Brugge kwamen de kindjes niet uit de kolen en de ooievaar bracht ze evenmin. Neen, de Kapucijnen zorgden daar op één of andere mysterieuze wijze voor. Nog altijd vind je op de koer voor hun kerk een kapelletje met de Moeder Gods die aanbeden wordt door vrouwen die hopen op een zwangerschap. Zal dat nog kunnen, nu dit najaar de laatste Kapucijn er de kerkdeur dichttrok? Want ja, ’t is zover. Enkele jaren geleden kwam aan de overkant een einde aan de eeuwenoude aanwezigheid van de zusters van de Godelieveabdij. En nu sluiten ook de Kapucijnen hun klooster. Net als de abdij gaat ook hun stek in winterslaap. Hopend op een schone morgen. d’ Avond is neergekomen.

Gepost in Van zin, zen en zijn | 4 reacties

Arid in concert … in de Magdalenazaal …

Ze zijn eraan begonnen, aan de nieuwe concertzaal voor Cactus Club. Het muziekcentrum komt langs de Bargeweg, onderaan de hoge brug nabij ’t station, bij de parking voor toeristenbussen. Als alles volgens plan verloopt, weerklinkt daar in de lente van 2022 het eerste muziekske, voor 700 toeschouwers.
Toen het nog jonge Arid destijds in 2002 aantrad in de Magdalenazaal, was dat het eerste concert dat Cactus daar organiseerde, nadat ze de kelderdeur van hun Cactus Club in de Sint-Jacobsstraat achter zich dicht trokken …
A propos, Arid was de band rond zanger Jasper Steverlinck en Bruggeling Steven Van Havere. Da’s de knaap die in zijn thuisstad precies tien jaar na dit concert Metronoom zou oprichten, de ‘muziekschool’ bij de Dampoort.

Gepost in Van gitaren en drums, Van zingen en spelen | Plaats een reactie

Het cactusfestival en zijn affiches …

Ze stonden al sinds tijden op de website, maar met meer dan een handvol waren ze niet, de affiches van ’t Cactusfestival. Vandaag is hun geduld beloond en kregen ze gezelschap van een hele reeks van jaren ver. Het Cactusfestival, groot en klein, van op ’t Sint-Amandspleintje tot de jongste editie … van 2019. Neen, die van 2020 zal altijd blijven ontbreken …
U vindt de affiches in deze map: www.bruggeinaffiches.be/mappen/752

Gepost in Van 't Cactusfestival, Van gitaren en drums, Van zingen en spelen | Plaats een reactie

Orgels …

In de Onze-Lieve-Vrouwkerk wachten ze ongeduldig op de restauratie van hun orgel, het stond onlangs in de krant. Waaraan denkt u bij het woord ‘orgel’? Misschien zit u ineens weer in de zondagsmis, op zo’n ongemakkelijke kerkstoel, terwijl u een geeuw onderdrukt omdat het weer héél lang duurt. Of is het woord ‘orgel’ een vergeelde foto van een oud familiefeest? Nonkels en tantes die dansen op de zanderige deuntjes van zo’n hammondorgel waarop een kettingrokend jongmens de hits van ’t moment door de mangel haalt. Of neen, u bent een echte liefhebber die een orgelconcert in de kathedraal weet te appreciëren. Met orgels kunnen we alle kanten op.


En wie weet, herinnert u zich het orgelmuseum. We hebben hier in Brugge onze Primitieven en kant en meer kostbaarheden. Maar, jongere lezer, ooit hadden we ook een museum vol orgels. Op ’t Zand, in het pand waar je tot voor kort in de Wibra voor kleingeld kleinoden trof. Daar werd ons orgelmuseum open gehouden. Eigenlijk gebeurde dat open houden aan de achterkant van het gebouw. Dat perceel loopt helemaal door tot aan het beursplein en daar was de ingang. En eenmaal binnen vond je dus die verzameling dansorgels. Ooit stond in elk café dat zichzelf respecteerde zo’n automatisch orkest. Pas toen in de jaren vijftig de jukebox opgang maakte, werd het dansorgel naar de uitgang van het uitgaansleven geleid.


’t Waren ambachtelijke hoogstandjes, van Decap, Mortier, Hooghuys, namen van bouwers die klonken als …  nou ja, als een orgel. En in ons museum kon je op de deuntjes die er klonken een dansje placeren. Een walsje van Strauss of de vogeltjesdans. In welk museum kan je dat? Enfin, het concept sprak tot de verbeelding. Ook van Japanners, en dat zou zo zijn gevolgen hebben.
Ooit stond de wieg van die collectie in Koksijde. Een opkoper van occasie auto’s kocht zo’n muziekmeubel, kreeg de smaak te pakken en sloeg aan ’t verzamelen. Automatische orkesten in alle denkbare formaten, materialen en kleuren. En midden de jaren tachtig kwamen die in Brugge terecht.
Maar voor alles is een tijd, aan die wetmatigheid ontkomt ook een orgelmuseum niet. En wat ooit begon als een verzameling in Koksijde, verkaste ergens rond het jaar negentig van vorige eeuw naar … Japan. Komt ervan, als ge Japanse toeristen binnenhaalt!
Klinkt als een ietwat droevig eind, maar gaat u even zitten, dan melden wij u het èchte einde. Of toch wat ons daarover werd verteld. In Japan vonden de orgels onderdak in een museum. En geloof het of niet, Matsushima, de stad waar het museum stond, viel in 2001 ten prooi aan de fameuze tsunami. Wat zich rond de kernreactor van Fukushima voltrok was buiten alle proportie. Vergeleken daarmee is de schade die werd aangericht aan een collectie dansorgels in een stad, verderop in het land, klein bier. Maar toch. Arme orgels.
Wat er uiteindelijk terecht kwam van de pronkstukken, het is ons op dit moment niet duidelijk. Iemand ginder in Japan in de buurt geweest, onlangs? We vernemen het graag. Want ’t blijft toch ook een beetje ons museum, hé.
Hier hebben we geen dansmachines meer. Hoewel. In ’t Boudewijnpark hebben ze nog een groot automatisch orgel. Het was er lange tijd blikvanger, eentje van Hooghuys, één van die grote namen in het milieu. Het staat in de coulissen van één van de feestzalen stof te vergaren, weten we uit welingelichte bron. Misschien kunnen ze er in de Onze-Lieve-Vrouwekerk iets mee aanvangen, in afwachting van de restauratie van hun kerkorgel?

En we hebben voor dit verhaal nog een bemoedigend slot voorzien, waarde lezer. Zo zijn we. Want wat vonden we? In het schone dorp Leffinge woont Eddy Goderis. En weet je waaraan die mens zijn hart verloor? Ja, hoor, dansorgels! ‘De Zoeten Orgel’ heet zijn collectie en die kan je bezoeken. Alle praktische info vind je op
https://www.kusterfgoed.be/erfgoedspelers/
Doe je de groeten aan Eddy? En vraag een liedje aan voor mij, wil je? Ge moogt zelf kiezen.

Gepost in Van zingen en spelen | Plaats een reactie

Stille tijden …

Er passeert net een trein, dat maakt even wat verschil, maar voor de rest zijn ’t stille tijden voor de verzamelaar van Brugse affiches.
Maar kijk, omtrent die stille tijden prijken hier en daar … affiches. En ja, ook die zoeken een verzamelaar die ze wil bewaren …

Gepost in Over affiches verzamelen | Plaats een reactie

De Gouden Boomstoet … toch een nieuwe editie.

Hoelang hebben we gezocht naar alle affiches van de Praalstoet van de Gouden Boom? Een kwarteeuw? Maar kijk, gezocht en gevonden. Er is nu een plek waar je ze allemaal bijeen vindt. De ‘Gouden Boomstoet’, zoals hij doorgaans genoemd wordt, kende tot nu dertien edities. Da’s goed voor negentien affiches in onze collectie. Negentien? Jawel, er is er eentje bij zonder datum, een extraatje uit de jaren tachtig. En ook een affiche die de publicatie van een boek aankondigt. En bij de jongste uitgang van de stoet werden ook drie affiches verspreid waarmee de Bruggeling werd aangepord om als figurant mee op te stappen.
De eerste editie van de stoet trok door Brugge in de zomer van 1958, naar aanleiding van de wereldtentoonstelling in Brussel. En sindsdien om de vijf jaar, ongeveer. Ongeveer, want nu en dan werd aan die lustrum-traditie wat gesleuteld. In 2017 zat Brugge de jongste jaargang van het spektakel. En werd even gefluisterd dat het misschien wel de laatste keer zou kunnen zijn, maar inmiddels horen we geruchten vanuit Brugge Plus. Dat er toch weer gesleuteld wordt aan een nieuwe rondgang. In 2022, weten ‘welingelichte bronnen’.
Je ziet alle affiches op www.bruggeinaffiches.be/mappen/620a. Waarin ook affiches van onder meer de Heilig Bloed Processie en de Reiefeesten onderdak vinden.

Gepost in Van stoeten en processies | Plaats een reactie

In onze reeks ‘Sprekende affiches’ … een groot dichter aan het woord, over hoogst actueel Brugs nieuws!

Een afzonderlijk hoofdstuk – bovenaan bij de titelpagina kan u ‘Sprekende affiches‘aanvinken.

Gepost in Zonder categorie, voorlopig | Plaats een reactie

Dakterras …

Het afficheontwerp van Camille Tulpinck, met vermelding van de oorspronkelijk voorziene locaties, had iets minder chaotisch gemogen …

Je kan er niet naast kijken, als je vanuit de Steenstraat op de Markt arriveert. We bedoelen, naast het buitenmaatse zeildoek dat ze hebben opgehangen tegen de ferme steigerconstructie aan de overkant van het plein. Op het zeil prijkt de gevel die erachter zit op een enorme prent. Iedere Bruggeling weet natuurlijk, ’t is het Provinciaal Hof. Je kan veronderstellen dat de simulatie vooral bedoeld is voor de onwetende toerist. Nou ja, toerist, zeg maar hij of zij die er momenteel niet is. Maar wie niet is kan komen, hé.
Het bouwwerk krijgt een restauratie, da’s alleszins duidelijk. Dus het kan een hele poos niet fungeren als Provinciaal Hof. Niet dat het provinciebestuur er nog vaak over de vloer kwam. De verhuis van de provincieraad naar ’t Boeverbos in Sint-Andries moet inmiddels alweer van meer dan twintig jaar geleden dateren. Maar er waren niet alleen de gouverneur en zijn volgelingen die er ooit hun vaste stek hadden. Ook op het vlak van culturele evenementen heeft het complex enige ervaring. Zo werd er in 1902 de allereerste grote tentoonstelling in deze stad georganiseerd. Meer zelfs, het was naar verluidt de eerste maal dat in ons land een expositie van die omvang doorging. De voorbereiding van het project liep niet van een leien dakje. Dat weten wij van Eva Tahon die in 2002 het verhaal van de tentoonstelling uit spitte naar aanleiding van de honderdste verjaardag ervan. Haar project “Impact – 1902 revisited” leerde ons dat voor deze expositie twee opeenvolgende affiches werden ontworpen. Eerst was er een ontwerp van Camille Tulpinck. Voor zover wij weten zijn enige afficheontwerp.
Dat werd kort voor de opening afgevoerd omdat als locaties voor de tentoonstelling het Gruuthusepaleis en de Poortersloge werden vermeld. Uiteindelijk bleken die ontoereikend om de ruim vierhonderd ontleende kunstwerken te herbergen en moest men uitkijken naar een grotere ruimte: het neogotische Provinciaal Hof, dat in die dagen nog niet eens was afgewerkt.

Amedée Lynen’s ontwerp maakte geen melding van het Provinciaal Hof, waar de expositie uiteindelijk onderdak vond.

Kon men op de affiche de vermelde tentoonstellingsplaatsen niet gewoon vervangen door de definitieve locatie? Of was er nog een andere reden om het ontwerp opzij te schuiven? Raadsel. Naar men fluistert, boterde het bij de voorbereiding niet zo best tussen Tulpinck en de overige organisatoren …
Een nieuwe affiche, dus. Eentje bedacht door Amedée Lynen, een Brusselaar, voorwaar. Een schilder-tekenaar met enige ervaring in de branche. Geen grote naam, daar niet van. In Sint-Joost ten Node heeft ie een straatnaam gekregen.
Boven de tekst – volgens Eva Tahon was er enkel een Franstalige versie – zien wij een schilder achter zijn ezel. De kunstenaar lijkt vanuit de hoogte op de stad neer te kijken. Van op een dakterras of zo. Dat van ons concertgebouw op ’t Zand? Zal wel niet, voor zover wij weten moest dat in 1902 nog gebouwd worden. En ze waren nog even doende met de afwerking van het Provinciaal Hof.

Een aanrader: ‘Brugge in 100 objecten‘ is een recent bij Ludion verschenen boek waarin, naast 99 andere cruciale Brugge-objecten, ook een aantal boeiende documenten omtrent de tentoonstelling een plaats krijgen.

Gepost in Van schilderen en plaasteren | Plaats een reactie

Joe Jackson …

We schrijven 1998 … ‘Angels‘ is een festival in de stadsschouwburg, met allerlei en zeer uiteenlopende vormen van podiumkunst. Onder meer Joe Jackson is van de partij. Achteraf zou Sonia Debal, in die dagen frontvrouw van ’t Cultuurcentrum , trots vertellen dat Joe na afloop van zijn concert vroeg of hij een exemplaar affiche kon meenemen …

Misschien vond Joe de naam van het project best wel passen bij zijn op dat moment nieuwe langspeler ‘Heaven and Hell‘ …
Maar of hij de affiche vandaag nog terugvindt, tussen al zijn rommel?

Gepost in Van gitaren en drums, Van zingen en spelen | Plaats een reactie